Trots, eigen wil en angst

Trots, eigen wil en angst

Drie routes waarlangs het lagere zelf de regie pakt

Je kent dat moment. Je zegt iets in een overleg of thuis aan tafel, en terwijl de woorden nog bezig zijn om te landen bij de ander, voel je al: dit was niet helemaal zuiver. Niet omdat je “iets fout deed”, maar omdat er iets onder zat. Een kleine prik. Een eis die je niet hardop uitsprak. Een boodschap die eigenlijk zegt: als jij niet… dan…

Later kun je het vaak prima uitleggen. Je was moe. De ander was onduidelijk. Het liep al weken. Je had inhoudelijk zelfs gelijk. En toch blijft er iets knagen, juist omdat je het herkent als een oud spoor: dit was om de ander 'pijn' te doen uit verdediging, er was geen warm contact.

Binnen mijn werk als lichaamsgericht hechtingstherapeut werk ik vanuit veel invalshoeken met een client. Zo blijf ik zo dicht mogelijk bij datgene wat er werkelijk speelt. Het is niet altijd even leuk, maar het brengt vaak zoveel inzicht dat de client uiteindelijk meer bevrijd de praktijk verlaat. 

Voor een client kan het bevrijdend werken om meer zicht te krijgen op haar drie krachten die het lagere zelf aandrijven: trots, eigen wil en angst. Zie ze als drie routes waarlangs een client zichzelf verliest in bescherming, en waarlangs zij zichzelf ook weer kan terugvinden.

De neutrale observant: jouw plek boven het gedoe

De neutrale observant is het deel in jou dat kan waarnemen zonder je te vergoelijken en zonder jezelf af te branden. Hij noteert. Hij wordt niet dramatisch. Hij hoeft geen gelijk te halen.

Dat is essentieel, want zodra je het lagere zelf herkent, volgt bij veel mensen meteen de tweede reflex: zelfkritiek. Dan verschuift je aandacht van “wat gebeurde er?” naar “wat ben ik toch…” en precies daar wordt eerlijk kijken weer onveilig.

De observant doet iets anders. Die zegt: Aha. Dit is trots. Aha. Dit is eigen wil. Aha. Dit is angst. Er heerst geen oordeel. En dat maakt dat er ruimte kan ontstaan voor een volwassen keuze.

Een vaak vergeten valkuil: schrikken van jezelf

Sommige mensen schrikken van wat ze in zichzelf tegenkomen en gaan het goedpraten of verbergen. Anderen schrikken en gaan zichzelf intern veroordelen. In beide gevallen gebeurt hetzelfde: je blijft weg bij de waarheid die je zou kunnen bevrijden.

Onthoud: Waarheid zonder liefde wordt hard. Liefde zonder waarheid wordt vaag. De observant helpt je om die twee bij elkaar te houden, zodat je verantwoordelijkheid kunt nemen zonder jezelf aan te vallen en kwijt te raken.

Route 1: Trots

Trots klinkt niet altijd als “ik ben beter”. Het kan ook klinken als “ik ben minder”, met dezelfde kramp eronder: vergelijken, meten, jezelf boven of onder de ander plaatsen om je waarde te bewijzen.

Een nieuw voorbeeld
Jeroen zit in een teammeeting. Hij brengt een idee in waar hij al dagen over heeft nagedacht. De leidinggevende reageert kort: “Oké, we parkeren dit even.”
Jeroen lacht, knikt, zegt: “Prima.” Alleen voelt hij boosheid opkomen. In het volgende punt van de agenda corrigeert hij een collega op een detail dat er nauwelijks toe doet. Net iets te precies. Net iets te vinnig. Het voelt, heel even, alsof hij weer mag bestaan.

Als de observant mee mag kijken, wordt het simpeler: trots zette hem even “hoog” om iets anders niet te hoeven voelen, namelijk: ik ben dom en voeg niets toe.
De onderlaag is kwetsbaar., want dit voelen geeft verdriet.
Trots is de lift omhoog. Niet richting waarheid, maar richting controle door te bewijzen dat je het wel weet. Daarom reageert Jeroen onbewust zo fel op zijn collega. Nu heeft hij bewijs dat hij niet dom is en wel wat waard is. Deze mechaniek werkt onbewust bij mensen.

Kernvraag aan jou
Welk deel in mij wil boven de ander staan, omdat het bang is om er niet toe te doen?

Waarheid en liefde
Waarheid: ik wilde iemand terugpakken.
Liefde: ik snap waarom ik dat wilde, en ik kies alsnog voor volwassen gedrag door mijn verantwoordelijkheid te nemen.

In het geval van Jeroen:
Als hij zich bewust is van zijn eigen gedrag, dan kan hij ervoor kiezen naar de collega te lopen en zijn excuses aan te bieden voor het feit dat hij zo fel reageerde. En hij kan zelfs zeggen dat hij ervan baalde dat zijn baas voor zijn gevoel zo achteloos met zijn eigen voorstel omging.

Route 2: Eigen wil

Eigen wil is die innerlijke stand: het moet gaan zoals ik het wil. Niet als heldere voorkeur, maar als eis. Je merkt het in ongeduld, in doorduwen, in zuchten, in het gevoel dat alles “onnodig lang duurt”. En ook in dat stille, zure commentaar als het niet meteen gebeurt.

Een nieuw voorbeeld
Floor heeft met haar partner afgesproken dat hij zaterdag de boodschappen doet, zodat zij eindelijk even kan uitrusten. Zaterdagmiddag is hij nog thuis, schoenen aan, maar zit nog op de bank met zijn telefoon in de hand, “Ik ga zo”, zegt hij.

Floor staat bij de deur, zegt: “Laat maar, ik ga wel.” Ze pakt haar jas, loopt al richting trap en gooit er, half lachend, achteraan: “Je bent precies je vader.

In haar hoofd heet het praktisch. In haar lijf heet het: spanning omlaag duwen door de regie over te nemen. En onder dat alles zit vaak een oud besluit: als ik het niet stuur, gebeurt het niet.

De observant ziet eigen wil, vermomd als verantwoordelijkheid. Het gaat niet meer over boodschappen. Het gaat over het onverdraaglijke gevoel dat je moet wachten en dus afhankelijk bent.

Kernvraag
Welk deel in mij kan het “niet nu” niet verdragen en pakt daarom de regie?

Waarheid en liefde
Waarheid: ik nam het over om mijn spanning niet te hoeven voelen.
Liefde: ik mag spanning voelen, en ik mag iets vragen zonder dreiging.

Route 3: Angst

Angst, als route van het lagere zelf, is meestal niet de korte schrik. Het is een houding: ik vertrouw het niet, dus ik moet mezelf indekken. Dat kan eruitzien als pleasen, als alles netjes houden, als jezelf kleiner maken, of als onzichtbaar controleren.

Een nieuw voorbeeld
Lotte krijgt een bericht van haar manager: “Heb je even tijd om maandag te praten?”
Lotte leest het en krijgt meteen dat oude, koude gevoel: ik heb iets fout gedaan. Ze stuurt terug: “Natuurlijk!” en begint daarna haar week terug te spoelen alsof ze bewijs moet verzamelen van haar onschuld. Ze besluit nog snel een extra rapport te maken, “voor de zekerheid”. Thuis is ze prikkelbaar en kort. Niet omdat ze boos is op haar partner, maar omdat ze vanbinnen al in de verdediging staat.

De observant hoort hier angst. Niet uitgesproken als “ik ben bang”, maar zichtbaar in indekken, extra presteren, het gesprek alvast honderd keer voeren in je hoofd. Onder die angst zit vaak een oud geloof: als ik niet goed genoeg ben, dan word ik weggestuurd.

Kernvraag
Welk deel in mij gelooft dat veiligheid afhangt van perfect zijn, braaf zijn, of het iedereen naar de zin maken?

Waarheid en liefde
Waarheid: ik ging pleasen en presteren om mezelf veilig te houden.
Liefde: ik mag spanning voelen, en ik mag wachten op feiten zonder mezelf meteen slecht te maken.

Dagelijkse toepassing: een beweging die veel verandert

Je hoeft geen uren te graven om anders te reageren. Het begint meestal met een kort moment van stilstaan, waarbij je de observant in jezelf uitnodigt. 

Stel jezelf op zo’n moment drie vragen, in gewone mensentaal:

  • Welke route is dit: trots, eigen wil of angst?
  • Wat is mijn intentie als ik eerlijk ben?
  • Wat zou een volwassen zin zijn die waar is én respectvol?

Volwassen betekent niet braaf. Volwassen betekent: geen verborgen steek, geen verkapte straf, geen toneelstukje.

Vijf dagen oefenen met de drie routes

Kies één terugkerende situatie waarin je vaak “aan” gaat.

Dag 1
Kijk ’s avonds terug en benoem welke route je vandaag het vaakst nam: trots, eigen wil of angst.

Dag 2
Let één keer op het moment vlak vóór je iets zegt of doet. Schrijf daarna één zin op: mijn intentie was… zonder uitleg.

Dag 3
Schrijf één zin op die je níet zei, maar wel voelde. Alleen voor jezelf, eerlijk en kaal.

Dag 4
Zoek de kwetsbaarheid onder de route. Wat wilde je niet voelen? Afwijzing, onmacht, schaamte, alleen zijn, tekortschieten. Geef het één naam.

Dag 5
Formuleer één volwassen zin voor de volgende keer. Kort, concreet, zonder bijsmaak. Bijvoorbeeld:
Dit raakte me. Ik wil het er even over hebben.
Ik merk dat ik het wil overnemen. Ik wil liever dat jij het afrondt.
Dit gesprek maakt me onzeker. Ik wil graag weten waar het over gaat.”


Kernwoorden: lagere zelf, trots, eigen wil, angst, neutrale observant, defensief gedrag, controle, pleasen, bijsmaak, passief-agressief, zelfkritiek, verantwoordelijkheid nemen, volwassen communicatie, eerlijk contact