Wat het lagere zelf jou vertelt

De weg naar binnen: wat je “duistere kant” eigenlijk van je wil

Er zijn van die momenten waarop je jezelf achteraf niet goed begrijpt. Je zegt iets dat net een tikje venijniger is dan je bedoeling was. Je blijft koel terwijl je eigenlijk geraakt bent. Je leest een appje en je antwoordt expres pas uren later, terwijl je eerder nog dacht: ik wil juist dichtbij blijven. Als de spanning zakt, kun je het vaak prima uitleggen en toch blijft er iets knagen. Waarom deed ik dit, terwijl ik het niet wil?

Veel mensen noemen dit “mijn schaduw” of “mijn lagere zelf”. Dat kan helpen, zolang het geen stempel wordt waarmee je jezelf veroordeelt. Het is vaak zinvoller om het te zien als een oud beschermsysteem dat ooit nodig was, en dat nu op stressmomenten de leiding neemt. Soms luid en fel, soms stil en slim. 

Een herkenbare scène

Hanneke vertelt me over een doordeweekse avond. Ze eten, de kinderen gaan twee uur later naar bed, en haar partner zegt terloops: “Ik heb donderdag een borrel van werk. Ik ben dan wat later thuis.

Hanneke kijkt op en zegt meteen: “Leuk, wat gezellig.” Haar stem klinkt vriendelijk, haar gezicht blijft rustig. Alleen voelt ze het al: er wordt iets hard in haar hart.
Ze hoort zichzelf die avond net iets korter antwoorden. Ze ruimt harder op dan nodig is. En wanneer hij later vraagt: “Gaat alles goed met je?”, zegt ze: “Ja hoor,” met een glimlach die vooral bedoeld is om het gesprek af te houden.

Later, als hij op de bank ligt, maakt ze een opmerking die precies op de zere plek prikt. Iets over dat hij “altijd” dingen plant en dat zij “altijd” alles regelt. Hij schiet in de verdediging. Zij voelt zich bevestigd. Zie je wel.

Wat je hier ziet is niet één “slechte eigenschap”. Het is een kettingreactie: geraakt worden, dat niet meteen laten zien, en vervolgens controle terugpakken via afstand of een prik.

De observant: de plek waar je weer kunt kiezen

Je hebt een plek in jezelf nodig die kan kijken zonder je te veroordelen. De observant. Niet om afstand te nemen van je gevoel, maar om jezelf en jouw gevoel te kunnen dragen.

De observant zegt niet: “Dit mag niet.”
De observant zegt: “Aha. Dit gebeurt nu. Wat stuurt dit aan?”

Zodra die vraag er is, komt er ruimte. Niet omdat je meteen anders reageert, maar omdat je niet meer helemaal samenvalt met de impuls. Daar begint verandering, in gewone taal. Dit werk vraagt echter wel wat jou, namelijk bewustzijn, het willen zien van je eigen duistere kant en er liefdevol mee om willen gaan. 

Twee valkuilen die alles vastzetten

Er zijn twee valkuilen die jou, de ander en de situatie vastzetten of verergeren als je je niet bewust bent van je gedrag of als je niet vanuit de observant wilt bewegen. 

De eerste valkuil is ontkennen van wat er werkelijk speelt in jou.
Je noemt het “niks”. Je lacht het weg. Je maakt er een grap van, of je gaat uitleggen waarom de ander het verdiende. Dat lijkt volwassen, maar het houdt het patroon ondergronds, en ondergronds wordt het vaak sterker.

De tweede valkuil is zelfafwijzing.
Je ziet wat je deed, schrikt ervan, en concludeert: zie je wel, ik ben niet te vertrouwen. Of zie je wel, ik ben inderdaad een slecht mens zoals mijn moeder altijd zegt. Dan komt schaamte bovenop gedrag. Schaamte maakt je kleiner, en een klein geworden mens grijpt sneller naar controle en haalt uit of wordt ijskoud en onbenaderbaar.

Wat helpt is iets dat in het begin bijna tegennatuurlijk voelt: je neemt verantwoordelijkheid voor je onhandige, harde of oneerlijke beweging, terwijl je tegelijk blijft weten dat dit niet je hele identiteit is. Het is een onderdeel van jou. 

Onthoud goed: dit deel is geen slecht deel van jou. Het is een menselijk deel van jou. Het gaat erover dat je je er meer bewust van wordt en er dan verantwoordelijkheid voor wilt nemen. Het gedrag van het lagere zelf is gedrag dat erop gericht is een ander pijn te doen, zodat jij jouw pijn of angst niet hoeft te voelen.
Ja, dat is dus iemand moedwillig pijn doen.
Nee, als je er verantwoordelijkheid voor neemt, maakt het je niet tot een slecht mens. Het maakt je mens. 

Wat je “lagere zelf” probeert te doen

Noem het je lagere zelf, je beschermdeel, je overlever. De naam maakt minder uit dan de functie. Dit deel wil veiligheid, en het gelooft dat veiligheid alleen via bepaalde routes te krijgen is.

Je ziet het vaak terug in dezelfde soorten bewegingen. Je gaat sturen. Je gaat testen. Je gaat afstand maken. Je gaat prikken. Je gaat boven de ander staan. Je gaat je ineens heel correct gedragen, alsof het je niets doet. Het doel is zelden “kwetsen om het kwetsen”. Het doel is: niet overspoeld raken. Niet hoeven voelen hoe spannend het eigenlijk is.

Het lastige is dat die routes zelfs even opluchting kunnen geven. Je voelt je weer in controle. Je voelt je niet meer zo kwetsbaar. Dat is precies waarom ze aantrekkelijk blijven, ook als ze relaties of werk langzaam onder spanning zetten.

Een concreet voorbeeld: de “redelijke toon” die eigenlijk een muur is

Neem Hanneke. Als je het vertraagt, zie je meestal drie stappen.

Eerst komt de redelijke buitenkant: “Leuk, ga lekker.” Dat is het masker. Netjes, meewerkend, geen gedoe.

Daaronder schiet een oude overtuiging wakker op het moment dat de relatie belangrijk wordt. Bijvoorbeeld: ik ben degene die achterblijft, of: ik ben minder belangrijk, of: als jij plezier hebt zonder mij, dan sta ik er alleen voor. Dat is geen rationele gedachte. Dat is een oud alarm.

En dan komt het gedrag: stil worden, de ander pijn doen. Niet omdat ze per se een conflict wil, maar omdat haar systeem denkt: als ik de afstand bepaal, kan ik tenminste niet verrast worden.

De observant-vraag die hier helpt is simpel: welke overtuiging (innerlijk beeld) in mij speelt nu op en hoe bepaalt dit nu mijn gedrag?

Waarheid én liefde: de combinatie die het systeem laat zakken

Veel mensen proberen te veranderen met waarheid zonder liefde. Dan klinkt het in jezelf als: “Ik moet hiermee stoppen.” Hard. Streng. Dat maakt het beschermdeel alleen maar alerter.

De andere kant bestaat ook: liefde zonder waarheid. Dan wordt het: “Ach, het is logisch.” Begrijpelijk, maar vaag. Het patroon blijft intact.

Je hebt ze allebei nodig. Die combinatie is volwassen. Je kijkt helder, je maakt jezelf niet kapot, en je poetst niets weg.

Waarheid is: “Ik wilde je raken.” “Ik hield je op afstand.” “Ik deed alsof het me niks deed.”
Samen met liefde is: “Ik deed dat omdat ik me onzeker voelde, en dat oude deel in mij dacht dat ik mezelf moest beschermen.”

Herstel in het klein: wat je vandaag al kunt oefenen

Verandering wordt soms groots gemaakt. In mijn praktijk is het vaak verrassend klein en concreet.

Soms is het één zin op tijd: “Ik zei net ‘ga lekker’, maar ik merk dat ik er toch iets van vind. Kunnen we even afstemmen?

Soms is het een echte sorry: “Ik maakte net die sneer. Dat was niet oké. Ik was geraakt en ik ging in de verdediging.”

Soms is het een keuze om niet door te duwen: je voelt de impuls om nog een opmerking te maken, en je zegt in plaats daarvan: “Ik merk dat ik nu scherp word. Ik wil even tot rust komen en dan praten we verder, is dat goed?

Dat zijn geen trucjes. Dat zijn momenten waarop je je energie weer koppelt aan contact, in plaats van aan strijd.

Geduld is geen bijzaak, het is het werk

Wie dit serieus aangaat, ontdekt iets ontregelends: je beschermdeel verdwijnt niet omdat jij één inzicht hebt. Dat is jarenlang geoefend en komt tevoorschijn als het spannend wordt.

Geduld betekent niet dat je alles maar laat gebeuren. Geduld betekent dat je geen perfectie verwacht, wel eerlijkheid. Je blijft terugkomen naar de observant, ook na een terugval. Dat is precies hoe je betrouwbaar wordt: niet door nooit uit te glijden, maar door te kunnen herstellen.

Een vijfdaagse oefening om dit op gang te brengen

Dag 1: kies één terugkerend patroon dat je goed kent en beschrijf ’s avonds wat er gebeurde alsof je een film navertelt: wat zei je, wat deed je, wanneer kantelde het.

Dag 2: zoek één moment waarop je “netjes” werd terwijl je iets anders voelde en schrijf erbij wat je eigenlijk had willen zeggen, kort en menselijk.

Dag 3: maak één zin af: “Als ik dit niet doe, dan…” en schrijf het eerste antwoord op dat opkomt, zonder discussie met jezelf.

Dag 4: maak één kleine reparatie bij iemand bij wie dit patroon speelt: “Ik wil iets rechtzetten. Ik deed alsof het me niks deed, maar ik was wel geraakt.”

Dag 5: zoek de goede kern onder de lastige route. Als je afstand neemt, zit daar vaak een kern die niet weer wil verdwalen. Als je prikt, zit daar vaak een kern die eindelijk serieus genomen wil worden. Schrijf één zin die die kern erkent zonder het gedrag goed te praten.

Tot slot

De weg naar binnen vraagt moed, omdat je dingen in jezelf tegenkomt die je liever verborgen houdt, liever vergaat.
Toch gebeurt er iets verrassends zodra je dit aandurft: je wordt minder bang voor jezelf. Je hoeft niet te doen alsof je alleen maar “de goede versie” bent om liefde waard te zijn. Je wordt een heel mens, je durft verantwoordelijkheid te nemen, en juist daardoor word je betrouwbaarder in contact.


Kernwoorden: lagere zelf, lower self, schaduwkant, beschermdeel, negatieve intentie, negative intent, passief-agressief gedrag, sabotage, controle in relaties, schaamte en zelfafwijzing, emotionele veiligheid, herstel na conflict, observant