Waarom weet ik niet wat ik zelf wil?
Sommige mensen lijken moeiteloos te weten wat ze willen. Ze kiezen, zeggen ja of nee en gaan ergens voor.
Bij jou gebeurt er misschien eerst iets anders.
Je denkt aan wat verstandig is. Aan wat de ander verwacht. Aan welke keuze de minste spanning geeft. Aan wie er teleurgesteld kan raken.
En wanneer iemand dan vraagt:
“Maar wat wil jíj?”
wordt het stil.
Dat betekent niet dat er niets in jou leeft. Vaak heb je jarenlang geoefend in iets anders: voelen wat er buiten jou gebeurt.
Je eigen verlangen is daardoor zachter geworden.
Als je goed bent geworden in afstemmen
Een kind stemt zich vanzelf af op de mensen van wie het afhankelijk is. Het merkt toon, stemming, spanning, warmte en afstand op.
Daar is op zichzelf niets vreemds aan. Juist binnen veilige verbinding kan een kind ontdekken:
dit vind ik fijn.
dit wil ik.
dit past niet bij mij.
hier word ik blij van.
Wanneer verschil binnen een gezin veel spanning oproept, kan die ontwikkeling ingewikkelder worden. Je leert bijvoorbeeld dat een eigen mening onrust geeft, dat een ander verdrietig wordt van jouw keuze of dat harmonie gemakkelijker blijft wanneer jij meebeweegt.
Dan kan een oude regel ontstaan:
eerst voelen wat er bij de ander gebeurt, daarna pas kijken wat ik zelf wil.
Binnen een kluwengezin kan deze vorm van afstemming heel sterk worden. Toch hoeft je geschiedenis niet precies in dat beeld te passen om dit patroon te herkennen.
Je kunt ook simpelweg heel goed zijn geworden in aanpassen.
Zo goed dat het nauwelijks nog als aanpassen voelt.
Je kunt prima functioneren en toch je eigen richting kwijt zijn
Dit patroon ziet er aan de buitenkant vaak helemaal niet problematisch uit.
Je bent flexibel. Zorgzaam. Loyaal. Je kunt goed samenwerken. Je voelt mensen snel aan. Je bent iemand met wie rekening te houden valt.
En toch merk je misschien dat keuzes veel energie kosten.
- Welke baan wil ik eigenlijk?
- Wil ik deze afspraak wel?
- Heb ik behoefte aan contact of aan rust?
- Wil ik werkelijk samenwonen?
- Vind ik dit leuk, of vind ik vooral dat ik het leuk zou móéten vinden?
Je probeert het antwoord vervolgens te bedenken.
Dat is begrijpelijk. Alleen ontstaat verlangen zelden uitsluitend door analyse.
Je eigen richting groeit ook uit ervaring: ergens energie van krijgen, nieuwsgierig worden, weerstand voelen, iets missen, plezier ervaren, ergens naartoe willen bewegen.
Wanneer je lang vooral gericht bent geweest op de buitenwereld, moet je die signalen opnieuw leren opmerken.
Je eigen verlangen kan onder goedkeuring verdwijnen
Een keuze voor jezelf voelt soms verrassend kwetsbaar.
Zolang je doet wat anderen verwachten, is er weinig frictie. Zodra je iets wilt dat afwijkt, ontstaat spanning.
Misschien merk je dat je onmiddellijk gaat relativeren:
- Zo belangrijk is het ook weer niet.
- Ik kan net zo goed meegaan.
- Het is gemakkelijker als ik gewoon ja zeg.
- Waarom zou ik moeilijk doen?
Daar verdwijnt verlangen vaak.
Niet in één groot moment. Eerder in tientallen kleine correcties.
- Je wilde iets en maakte het kleiner.
- Je voelde weerstand en praatte jezelf eroverheen.
- Je had behoefte aan ruimte en besloot dat de ander je harder nodig had.
Dat lijkt soms op besluiteloosheid. Onder die twijfel zit regelmatig een relationele vraag:
Mag ik werkelijk iets willen als iemand anders daar iets van vindt?
Bij mensen die vroeg veel verantwoordelijkheid droegen voor anderen kan dat extra sterk spelen. In het artikel Waarom voel ik me verantwoordelijk voor mijn ouders? lees je hoe parentificatie ervoor kan zorgen dat de aandacht voortdurend naar de behoeften van de ander gaat.
Je lichaam weet soms eerder wat bij je past
- Je hoofd kan eindeloos argumenten verzamelen.
- Je lichaam reageert ondertussen vaak veel sneller.
- Je vertelt over een plan en merkt dat je rechterop gaat zitten.
- Je denkt aan een afspraak en voelt je buik samentrekken.
- Je zegt ja en merkt onmiddellijk vermoeidheid.
- Je praat over iets waar je werkelijk naar verlangt en voelt opeens meer adem, energie of ruimte.
Dat betekent niet dat ieder lichamelijk signaal letterlijk gevolgd moet worden. Het geeft wel informatie.
Binnen lichaamsgericht hechtingswerk leren we juist nieuwsgierig worden naar die kleine reacties.
- Wat gebeurt er wanneer je aan mogelijkheid A denkt?
- Wat verandert er wanneer je mogelijkheid B hardop uitspreekt?
- Waar komt spanning?
- Waar komt ruimte?
- Waar voel je levendigheid?
En waar merk je dat je alweer bezig bent met de reactie van iemand anders?
Dit is vaak het moment waarop iemand ontdekt:
Ik weet misschien meer over wat ik wil dan ik dacht. Ik raak het alleen snel kwijt zodra er iemand anders bij komt.
Wat gebeurt er met jouw eigen gevoel zodra iemand tegenover je staat?
Alleen thuis kun je soms heel duidelijk weten wat je wilt.
Dan begint het gesprek.
Iemand reageert teleurgesteld.
Stelt een vraag.
Trekt een gezicht.
Wil iets anders.
En ineens twijfel je.
Precies dat moment onderzoeken we tijdens de themadag Waarom raak ik mezelf kwijt in contact?
Je gaat ervaren hoe jouw aandacht naar de ander verschuift, wat er in je adem en lichaam gebeurt en op welk punt je eigen gevoel naar de achtergrond verdwijnt.
Bekijk de themadag Waarom raak ik mezelf kwijt in contact?
Van “wat hoort?” naar “wat klopt voor mij?”
Je eigen verlangen terugvinden hoeft niet te beginnen met grote levensbeslissingen.
Juist kleine voorkeuren zijn interessant.
- Waar heb ik vandaag zin in?
- Wil ik nog blijven of wil ik naar huis?
- Wil ik hierover praten?
- Wil ik helpen?
- Heb ik behoefte aan gezelschap of aan een avond alleen?
Je hoeft daar niet onmiddellijk naar te handelen.
De eerste beweging is eenvoudiger: registreren dat er überhaupt iets in jou wil.
Dat lijkt klein. Voor iemand die gewend is om zich snel te voegen naar anderen is het fundamenteel.
Je oefent ermee dat jouw binnenwereld informatie bevat.
Ook een nee vertelt iets over wie je bent
Verlangen wordt vaak gekoppeld aan wat je wél wilt.
Een eigen richting ontstaat ook door te herkennen wat niet langer klopt.
- Zo wil ik dit niet meer.
- Dit past niet bij mij.
- Hier heb ik geen ruimte voor.
- Ik wil hier niet in mee.
Daar komen grenzen in beeld.
Wanneer je je eigen grens slecht voelt, wordt het ook moeilijker om te ontdekken wat je werkelijk wilt. In Grenzen voelen zonder schuldgevoel lees je hoe het lichaam vaak al eerder een nee aangeeft dan je hoofd.
Een grens geeft contouren.
Hier eindigt iets.
Hier begint iets anders.
Daarom kan gezonde boosheid soms ook terugkomen wanneer mensen meer contact krijgen met zichzelf. Boosheid kan helpen onderscheiden: dit past bij mij en dát niet.
Je wordt daardoor niet minder verbonden.
Je wordt duidelijker aanwezig.
Innerlijke toestemming
Uiteindelijk gaat dit proces over meer dan keuzes maken.
Het gaat over toestemming.
- Mag ik iets willen voordat iemand anders het begrijpt?
- Mag ik een voorkeur hebben die onpraktisch is?
- Mag ik ergens enthousiast van worden?
- Mag ik twijfelen?
- Mag ik ontdekken dat iets wat jarenlang goed leek toch niet meer bij mij past?
Wanneer je lang externe bevestiging nodig had, kun je geneigd zijn om je verlangen eerst te verdedigen.
Je zoekt argumenten.
Je wilt kunnen uitleggen waarom het redelijk is.
Je ontspant pas wanneer iemand anders zegt:
Ja, ik snap het.
Innerlijke toestemming ontstaat wanneer je steeds meer kunt verdragen dat jouw keuze van jou is.
Je kunt rekening houden met andere mensen en tegelijk aanwezig blijven in je eigen leven.
Begin eens met deze vraag
Wanneer je de komende dagen merkt dat je automatisch vraagt:
Wat verwacht de ander van mij?
voeg dan één vraag toe:
En wat gebeurt er in míj?
Je hoeft daar nog niets mee te doen.
Voel alleen.
- Wat gebeurt er met je adem?
- Je buik?
- Je borst?
- Je energie?
- Je neiging om naar voren of achteren te bewegen?
Misschien komt er geen helder antwoord.
Misschien voel je alleen: dit liever niet.
Dat is al informatie. Een eigen richting hoeft niet met tromgeroffel terug te komen.
Ze begint soms als een nauwelijks merkbaar verschil tussen een ja dat klopt en een ja waarmee je jezelf opnieuw verlaat.
Hoe zou het zijn als je jezelf ook in contact bleef voelen?
Je eigen verlangen leren kennen wanneer je alleen bent is één stap.
De volgende stap ontstaat wanneer iemand anders aanwezig is.
- Kun je dan nog merken wat jij voelt?
- Kun je even wachten voordat je antwoordt?
- Kun je een verschil verdragen?
- Kun je zien dat iemand iets anders wil en toch contact houden met jouw eigen beweging?
Dat is precies waar de themadag Waarom raak ik mezelf kwijt in contact? over gaat.
Je hoeft vooraf geen grote antwoorden over jezelf te hebben. Juist tijdens de oefeningen wordt zichtbaar hoe jouw lichaam reageert wanneer contact belangrijk wordt.
Bekijk de themadag Waarom raak ik mezelf kwijt in contact?