Waarom word ik zo boos als anderen geen verantwoordelijkheid nemen?

De aanklager in de dramadriehoek: van verwijt naar echte grens

Sommige mensen hebben een bijna pijnlijk scherp gevoel voor wat er klopt en wat er niet klopt. Zo kan iemand spanning voelen als woorden mooier klinken dan het gedrag dat erop volgt. Maar het kan evengoed zo zijn dat iemand wakker wordt op het moment dat iemand zich verschuilt achter een excuus, een halve waarheid of een verhaal dat nét niet helemaal zuiver voelt.

Vaak zien ze dus eigenlijk iets wat werkelijk gezien moet worden. Alleen kan er een scherpte meekomen die niet hoeft. Die scherpte kan zo geladen raken dat het contact tussen beide personen verdwijnt. Dan wordt een gesprek geen ontmoeting meer, maar een soort rechtszaak. De ander moet toegeven. De ander moet begrijpen wat hij heeft gedaan. De ander moet eindelijk verantwoordelijkheid nemen.

In de dramadriehoek noemen we dit de rol van de aanklager.

Dat woord klinkt hard. Alsof iemand vooral onaardig, dominant of beschuldigend is. In de praktijk zie ik vaak iets anders. Onder de aanklager zit meestal iemand die veel te lang iets alleen heeft moeten dragen. Iemand die al vroeg heeft geleerd om wakker te blijven, omdat onduidelijkheid onveilig voelde. Iemand die een grens voelt, maar die grens pas kan bereiken via verwijt, controle of bewijsvoering.

Dan wordt waarheid een wapen. Helderheid wordt aanval. Een grens wordt een aanklacht. En precies daar begint het innerlijke werk.

“Ik word gek van mensen die hun verantwoordelijkheid niet nemen”

Dat is wat Hennie tegen me zei toen hij voor een sessie bij me kwam. Hennie kwam binnen met een zin die hij waarschijnlijk al vaak had uitgesproken. Tegen zijn partner, collega’s, vrienden, en waarschijnlijk het vaakst tegen zichzelf, op momenten dat een gesprek allang voorbij was en in hem nog uren doorging.

“Marjolein, ik word gek van mensen die hun verantwoordelijkheid niet nemen.”

Hij zat tegenover me, maar zijn lijf was in een interne strijd verwikkeld. Zijn rug was recht, zijn kaak stond strak, zijn ogen waren wakker. Hij sprak snel en precies. Hij kon exact terughalen wie wat had gezegd, op welk moment iemand was gaan draaien, waar de ander een afspraak niet was nagekomen en welke zin bewees dat er iets niet klopte.

Hennie was geen man die zomaar wat riep. Dat maakte het ingewikkeld. Hij zag vaak veel. En hij zag vaak ook terecht waar iets scheef zat.

Toch voelde ik in het contact heel helder wanneer een oud systeem mee ging draaien. Zijn hoofd werd dominanter en zijn hart werd harder. Zijn borst kwam iets naar voren. Zijn handen gingen puntiger bewegen en zijn stem kreeg een harde klank. Hij sprak over verantwoordelijkheid, maar zijn lijf sprak over gevaar.

Dat is vaak de plek waar ik nieuwsgierig word.

Want iemand kan inhoudelijk gelijk hebben en toch het contact verliezen in de manier waarop hij zijn gelijk probeert te halen.

Bij Hennie gebeurde precies dat. Hij verlangde naar eerlijkheid, maar zijn toon maakte eerlijkheid voor de ander moeilijk. Hij wilde erkenning, terwijl zijn woorden de ander de beklaagdenbank in duwden. Hij vroeg om verantwoordelijkheid, terwijl zijn lichaam eigenlijk riep: stel mij niet opnieuw teleur.

Daar zat de oude pijn.

De aanklager als bescherming

In de dramadriehoek kennen we drie rollen: de redder, het slachtoffer en de aanklager. In een eerder artikel schreef ik over de redderrol, over iemand zielig vinden en hoe gemakkelijk je dan uit contact met jezelf raakt. Dat artikel kun je hier lezen: Iemand zielig vinden: een spiegel naar binnen.

De aanklager beweegt anders dan de redder. Hij gaat naar voren. Hij corrigeert, duwt, verwijt, legt bloot, ontleedt en eist. Toch is de onderlaag vaak verwant. Ook hier is iemand het contact met de eigen kwetsbaarheid kwijtgeraakt.

Bij Hennie had die beweging ooit een functie gehad.

Als kind had hij veel onduidelijkheid meegemaakt. Dingen werden beloofd en daarna vergeten. Er werd om de waarheid heen gepraat. Soms voelde hij dat er iets niet klopte, terwijl volwassenen deden alsof hij moeilijk was. Hij leerde al jong dat hij goed moest opletten. Als hij niet scherp bleef, raakte hij overgeleverd aan de grilligheid van anderen.

Die oude alertheid was in zijn volwassen leven blijven bestaan.

Wanneer iemand een afspraak vergat, reageerde Hennie niet alleen op die ene situatie. Zijn hele systeem ging aan. Daar gaan we weer. Ik moet zeker weer degene zijn die oplet. Mensen zijn dus toch niet te vertrouwen. Als ik dit laat lopen, zit ik straks opnieuw vast.

Zijn lichaam wist al wat het moest doen voordat hij er rustig over kon nadenken.

Aanspannen. Verscherpen. Vastzetten. Aanvallen.

Zo werkte zijn aanklager als bescherming. Zolang hij de ander kon aanwijzen, hoefde hij de zachtere laag eronder nauwelijks te voelen. De teleurstelling. De afhankelijkheid. Het verlangen dat iemand uit zichzelf betrouwbaar zou zijn. De pijn van vroeger, toen hij nog geen volwassen woorden had voor wat er niet klopte.

Aanklagen kan beschadigend zijn. Verwijt kan het contact onveilig maken. Mensen kunnen bang worden voor iemands scherpte. Toch helpt het weinig om de aanklager alleen af te keuren. Dan mis je de laag waar het werkelijk over gaat.

De vraag is veel interessanter: wat probeert deze aanklager te beschermen?

Wanneer waarheid hard wordt

Hennie vertelde eens over een collega die een afspraak niet was nagekomen. Hij had daar iets van gezegd. Eerst nog rustig, vond hij zelf. Daarna steeds scherper, omdat de collega volgens hem draaide.

“Hij zei dat het druk was geweest. Maar dat is geen antwoord. Hij had gewoon moeten zeggen dat hij het niet had gedaan.”

Terwijl Hennie sprak, kwam zijn lichaam weer in dezelfde stand. Zijn woorden werden sneller. Zijn ogen smaller. Hij zat niet meer alleen in de herinnering aan dat overleg; zijn hele systeem herleefde de dreiging van onbetrouwbaarheid.

Ik vroeg wat er in zijn lijf gebeurde terwijl hij dit vertelde.

Hij zuchtte kort. Geïrriteerd.

“Dat zeg ik toch net? Ik word boos.”

Maar boosheid is in lichaamsgericht werk nooit alleen een woord. Boosheid heeft een lichaam. Een richting. Een spierspanning. Een ademritme. Een impuls.

Toen we vertraagden, merkte hij de druk in zijn buik. De spanning in zijn kaken. De neiging om met zijn vinger te wijzen. Zijn borst wilde naar voren. Zijn stem wilde harder worden. Hij voelde letterlijk hoe zijn systeem de ander wilde vastzetten.

Daar zat veel kracht in. Dat vind ik belangrijk om te erkennen. De aanklager heeft vaak toegang tot energie die bij een grens hoort. Alleen is die energie vermengd geraakt met oude pijn. Dan zoekt de grens geen contact meer, maar overwinning.

Een gezonde grens zegt: dit klopt niet voor mij, ik wil dit anders, hier sta ik.

Een aanklacht draagt een andere lading: jij moet nu voelen wat jij mij hebt aangedaan, jij moet mijn spanning oplossen, jij moet bewijzen dat ik nooit meer bang hoef te zijn.

Dat zijn twee totaal verschillende bewegingen.

De verborgen eis onder de aanklacht

Aan de oppervlakte ging het bij Hennie vaak over verantwoordelijkheid. Mensen moesten doen wat ze zeiden. Daar had hij een punt.

Alleen vroeg hij meestal meer dan herstel in het heden. Hij wilde volledige erkenning. Volledige betrouwbaarheid. Volledig bewijs dat de ander hem nooit meer zou teleurstellen.

Daar begint de onmogelijkheid.

Geen mens kan een oude wond volledig repareren door in het heden precies genoeg te erkennen. Er kan wel herstel zijn. Er kan verantwoordelijkheid zijn. Er kan een eerlijk gesprek zijn. Maar wanneer de pijn van vroeger meedoet, krijgt het heden een opdracht die het niet kan dragen.

Dan wordt een gemiste afspraak meer dan een gemiste afspraak. Een laat bericht wordt bewijs dat je er niet toe doet. Een ontwijkende zin wordt bewijs dat je weer alleen staat met wat jij voelt.

De aanklager probeert grip te krijgen op iets wat vanbinnen veel jonger en kwetsbaarder is.

Dat zag ik bij Hennie vooral wanneer hij ging herhalen. Hij vertelde nog een keer wat de ander had gezegd. En nog een keer. Steeds preciezer. Alsof de details hem konden redden van het gevoel dat eronder lag. Hij kon een gesprek terugbrengen tot een dossier. Wie zei wat? Wanneer? Welke zin bewees dat de ander draaide?

Zijn hoofd was glashelder.

Zijn lichaam was in nood.

Waar de dramadriehoek zichzelf vasthoudt

De pijnlijke paradox is dat de aanklager vaak oproept waar hij het meest bang voor is.

Wanneer Hennie iemand vastzette, ging de ander zich verdedigen. Of dicht. Of pleasen. Soms kwam er een half antwoord, omdat de druk te groot werd om nog eerlijk te blijven. En precies dat bevestigde voor Hennie weer dat mensen niet betrouwbaar waren.

Zo werd de cirkel rond.

Hij wilde eerlijkheid, maar zijn felheid maakte eerlijkheid moeilijk. Hij wilde verantwoordelijkheid, maar zijn aanval riep vermijding op. Hij wilde contact, maar zijn woorden duwden de ander in de hoek.

Op een dag zei hij: “Ik maak mensen soms zo bang dat ze juist niet eerlijker worden.”

Dat was geen makkelijke zin. Hij zei het ook niet als zelfveroordeling. Hij zei het omdat hij iets begon te zien wat waar was. Zijn verlangen naar betrouwbaarheid was echt. Zijn pijn was echt. Zijn grens was vaak ook echt. Alleen was zijn manier van brengen soms zo geladen dat het contact geen adem meer kreeg.

Daar kan beweging ontstaan.

Zolang je alleen ziet wat de ander doet, blijf je gevangen in de buitenkant van de dramadriehoek. Je ziet de fout, het falen, het tekort van de ander. Pas wanneer je ook voelt wat er in jou gebeurt, ontstaat er ruimte voor een andere keuze.

Daarom werken we bij Bellein veel met de neutrale observant. Dat is geen afstandelijk trucje. Het is een innerlijke plek van waaruit je kunt zien wat er gebeurt terwijl het gebeurt. Mijn lichaam staat aan. Mijn stem wordt scherper. Ik wil de ander vastzetten. Onder mijn boosheid zit iets dat geraakt is.

Die waarneming verandert niet meteen alles. Ze haalt wel het automatische stuur uit het patroon.

Herken je deze beweging bij jezelf?

Misschien lees je dit en voel je dat het dichtbij komt. Je kunt slecht tegen vaagheid. Je voelt spanning wanneer iemand geen verantwoordelijkheid neemt. Je weet soms precies waar de ander iets laat liggen, en toch merk je dat je de ander kwijtraakt in de manier waarop je het zegt.

Dan is dit geen reden om jezelf weg te zetten als moeilijk, dominant of te fel.

Het is wel een uitnodiging om eerlijker te kijken.

Wat gebeurt er in jouw lichaam vlak voordat je verwijtend wordt? Waar span je aan? Waar komt je stem vandaan? Wat wil je eigenlijk zeggen voordat je in aanklagen schiet? Welke grens ligt eronder? Welke pijn komt mee uit eerdere ervaringen?

Dit soort patronen kun je in het klein ervaren tijdens de kennismakingsworkshop lichaamsgericht hechtingswerk. Daar werken we met wat je lijf doet in contact. Je merkt hoe snel je naar voren gaat, hoe snel je jezelf inhoudt, hoe snel je gaat redden, aanvallen, aanpassen of verdwijnen.

Juist omdat de dramadriehoek niet alleen in je hoofd zit, helpt het om haar via het lichaam te leren herkennen.

Bekijk de kennismakingsworkshop en reserveer je plek.

De pijn achter “laat maar, ik weet genoeg”

Een belangrijk moment in Hennies proces kwam toen hij vertelde over een vriend die een afspraak had afgezegd. Het was geen groot drama. Gewoon een kort bericht: drukke week, het lukte niet, sorry.

Hennie had teruggeschreven: “Laat maar, ik weet genoeg.”

Daarna had hij niets meer laten horen.

Toen hij het vertelde, zat er kou in zijn stem. Hij vond zijn vriend onbetrouwbaar. Mensen moesten gewoon zeggen waar het op stond. Je kon niet steeds begrip vragen als je zelf geen rekening hield met anderen. Hij had er genoeg van.

We bleven bij het moment waarop hij het bericht las.

Eerst kwam de boosheid. Zijn handen spanden aan. Zijn blik werd hard. Hij zei: “Ik dacht meteen: daar gaan we weer.”

Ik vroeg hem bij die zin te blijven.

Daar gaan we weer.

Waar kende hij dat van?

Toen veranderde er iets. Zijn blik zakte. Zijn lichaam ging minder naar voren. Hij vertelde over vroeger. Over wachten. Over beloftes die niet doorgingen. Over volwassenen die iets toezegden en daarna deden alsof het niet belangrijk was. Over het besluit dat hij nooit meer zo afhankelijk wilde zijn van de grilligheid van een ander.

Bij het woord afhankelijk kwam er iets zachts in zijn gezicht.

Hij was even niet de man die aanklaagde.

Hij was de jongen die had gewacht.

Dat moment was klein en precies. Er kwam geen grote doorbraak met veel drama. Er kwam één zin.

“Ik vond het gewoon rot.”

Voor Hennie was dat bijna naakt.

Die zin had geen aanval in zich. Geen bewijsvoering. Geen dossier. Het was zijn eigen gevoel. Simpel, kwetsbaar en waar.

Van aanklacht naar echte grens

Vanaf dat moment ging Hennie oefenen met taal die dichter bij hemzelf bleef.

Dat betekende niet dat hij zijn boosheid moest inslikken. Hij moest zijn boosheid juist leren voelen voordat ze een wapen werd. Hij moest ontdekken hoeveel kracht er in zijn lichaam zat, zonder die kracht meteen naar de ander te gooien.

Waar eerst “jij neemt je verantwoordelijkheid niet” kwam, kon hij later soms zeggen: “Ik merk dat ik boos word, omdat deze afspraak belangrijk voor mij was.”

Waar eerst “jij draait eromheen” kwam, werd het later: “Als ik je hoor zoeken naar uitleg, schiet ik in wantrouwen. Ik wil graag helder krijgen wat er werkelijk is gebeurd.”

En waar eerst “laat maar, ik weet genoeg” kwam, ontstond na veel oefening iets zachters en eerlijkers: “Ik ben teleurgesteld. Ik merk dat ik me wil terugtrekken, en ik wil eigenlijk eerst zeggen dat dit me raakt.”

Voor Hennie voelde dat in het begin bijna slap. Alsof hij zijn scherpte kwijtraakte. Alsof de ander ermee wegkwam. Maar in de praktijk werd hij duidelijker. Zijn woorden werden minder snijdend en daardoor beter te ontvangen. Zijn grens werd zichtbaarder, omdat de aanval er minder omheen zat.

Een aanklacht probeert de ander te laten buigen. Een grens laat zien waar jij staat.

De laag van negatief plezier

In het werken met de dramadriehoek kom je vaak ook bij een ongemakkelijke laag: het genoegen dat in een patroon kan zitten. Binnen Bellein verbinden we dat met het lagere zelf. Je kunt daar verder over lezen in het artikel Je lagere zelf herkennen.

Bij Hennie zat er, onder zijn pijn en oprechtheid, ook iets wat genoot van het vastzetten van de ander.

Dat is geen comfortabele ontdekking. Toch is ze bevrijdend wanneer iemand haar eerlijk durft te zien.

Wanneer iemand draaide of iets had laten liggen, kon Hennie een felle energie voelen. Nu kom je niet meer weg. Nu ga jij voelen wat je hebt gedaan. Nu ga jij stoppen met ontwijken. Elk woord van de ander werd bewijsmateriaal. Elke nuance werd verdacht. Elke poging tot uitleg voelde als ontkenning.

Dat gaf hem tijdelijk macht.

En zolang hij macht voelde, hoefde hij zijn afhankelijkheid niet te voelen. Zolang hij de ander liet zweten, hoefde hij niet bij zijn eigen angst te blijven. Zolang hij gelijk had, hoefde hij niet te voelen hoeveel hij eigenlijk verlangde naar iemand bij wie hij zijn waakzaamheid kon laten zakken.

Dat is waarom deze laag eerlijk gezien moet worden. Daar zit de beweging die contact saboteert. Daar zit de verborgen winst van het patroon. Daar zit ook de keuze.

Hennie hoefde zichzelf hier niet om te haten. Hij moest wel verantwoordelijkheid nemen.

Dat is een groot verschil.

Boosheid als levenskracht

Wat ik mooi vond aan Hennie, was dat zijn felheid niet alleen destructief was. Er zat veel levenskracht in. Hij had een sterk gevoel voor waarheid. Hij voelde wanneer iets niet klopte. Hij kon woorden geven aan onrecht. Dat hoefde niet weg.

De beweging zat in het zuiveren van die kracht.

Boosheid kan een grens aangeven. Ze kan je rechtop zetten. Ze kan maken dat je zegt: dit doet ertoe, hier ga ik niet overheen, dit wil ik eerlijk bespreken. Boosheid wordt schadelijk wanneer ze de ander moet vernederen of dwingen om jouw pijn op te lossen.

In de sessies oefenden we vaak heel eenvoudig. Hennie voelde zijn voeten. Hij merkte zijn adem. Hij voelde zijn handen, die wilden wijzen. Hij liet de zin korter worden.

“Ik ben boos.”

Daar bleef hij dan even bij.

Daarna kwam: “Deze afspraak was belangrijk voor mij.”

En pas daarna: “Ik wil dat je dit serieus neemt.”

Voor iemand die gewend is om onmiddellijk in bewijsvoering te gaan, is zo’n oefening helemaal niet klein. Het vraagt dat je de lading in je lichaam verdraagt zonder haar meteen af te vuren. Het vraagt dat je de grens voelt zonder jezelf groter te maken dan de ander. Het vraagt dat je bij de kwetsbare laag blijft die onder de boosheid zichtbaar wordt.

Daar begint volwassen kracht.

In een groep wordt het patroon zichtbaar

Na een periode van individuele therapie ging Hennie verder leren binnen Bellein. Een groep vond hij interessant en irritant tegelijk. Interessant omdat hij wilde groeien. Irritant omdat een groep nu eenmaal vol mensen zit. Mensen die praten, aarzelen, ruimte innemen, geen ruimte nemen, omwegen maken, geraakt worden, iets vergeten, iets projecteren.

Voor Hennies systeem was dat vruchtbare grond.

Tijdens een oefening vertelde iemand uit de groep aarzelend over een conflict. Hennie voelde meteen spanning opkomen. Hij vond dat deze persoon om de hete brij heen draaide. In zijn hoofd kwamen de zinnen al op. Zeg gewoon wat je gedaan hebt. Neem verantwoordelijkheid. Stop met dat vage gedoe.

Vroeger had hij waarschijnlijk ingegrepen. Misschien met een scherpe vraag die als helderheid klonk, terwijl er irritatie onder zat. Nu bleef hij zitten. Hij voelde zijn kaak. Zijn borst. Zijn neiging om de ander wakker te schudden.

Na een tijdje zei hij: “Ik merk dat ik je wil corrigeren. En ik weet dat daar iets van mij in zit.”

Dat was voor hem een enorme beweging.

Hij hoefde zijn scherpte niet weg te drukken. Hij bracht haar in contact. De ander hoefde zich niet meteen te verdedigen. De groep werd geen rechtszaal. Hennie kon zijn aanklager waarnemen zonder hem het stuur te geven.

Later ontdekte hij dat de aarzeling van de ander iets ouds in hem raakte. Vaagheid voelde voor hem als gevaar. Zodra hij dat voelde, kon hij eerlijker spreken. Minder vernietigend. Meer vanuit zichzelf.

Dat is precies waarom lichaamsgericht hechtingswerk zo waardevol kan zijn bij de dramadriehoek. Je ziet je patroon niet alleen achteraf in je hoofd. Je leert het herkennen terwijl het gebeurt, in je lijf, in contact met anderen.

De aanklager loslaten zonder jezelf kwijt te raken

Veel mensen die zich herkennen in de aanklagerrol zijn bang dat ze zachter moeten worden op een manier die onecht voelt. Alsof ze voortaan alles moeten begrijpen, inslikken of bedekken met begrip.

Zo werkte het voor Hennie niet.

Hij werd juist duidelijker.

Hij ging beter voelen waar zijn grens lag. Hij kon vaker onderscheid maken tussen wat van hem was en wat van de ander was. Hij leerde iemand aanspreken zonder direct de hele relatie op scherp te zetten. Hij kon zeggen dat iets hem raakte voordat hij een dossier opende.

In zijn werk veranderden gesprekken. Hij kon nog steeds benoemen dat een afspraak niet was nagekomen. Hij hoefde iemand alleen minder snel als slap, laf of onbetrouwbaar neer te zetten. In vriendschappen zei hij vaker dat hij teleurgesteld was, in plaats van zich terug te trekken achter koude afstand. In zijn relatie oefende hij met een zin die veel kwetsbaarder was dan alle verwijten die hij vroeger had gebruikt.

“Ik merk dat ik nu wil aanvallen, en eigenlijk ben ik bang dat ik je niet kan vertrouwen.”

Daar zat geen hamer in.

Daar zat Hennie.

Meer dan zijn aanklacht

Aan het einde van een sessie zei hij: “Ik dacht altijd dat mijn felheid mijn kracht was. Nu begin ik te voelen dat ik vaak fel werd omdat ik mijn kracht kwijt was.”

Dat was een zin die bleef hangen.

Zijn felheid was niet verzonnen. Er zat echte energie in. Echte grens. Echte waarneming. Hij zag vaak scherp wat anderen liever niet zagen. Alleen had hij zijn waarheid verpakt in aanval, omdat kwetsbaarheid voor hem te gevaarlijk voelde.

Langzaam kwam er iets anders voor in de plaats.

Hij kon rechtop blijven zonder te duwen. Hij kon boos zijn zonder te vernietigen. Hij kon iemand aanspreken zonder die persoon vast te zetten. Hij kon geraakt zijn zonder meteen een dossier te openen.

De aanklager in hem hoefde niet bestreden te worden. Die had ooit geprobeerd hem te beschermen tegen onrecht, onduidelijkheid en afhankelijkheid. Alleen mocht die rol niet langer zijn contact bepalen.

Hennie leerde dat zijn boosheid recht had op richting. Zijn pijn recht had op erkenning. Zijn verlangen naar betrouwbaarheid recht had op woorden. Zijn volwassen zelf recht had op keuze.

Dat is de beweging uit de aanklagerrol.

Je verliest je scherpte niet. Je geeft je grens niet op. Je doet ook niet alsof alles wel meevalt. Je leert je waarheid dragen zonder de ander kleiner te maken.

Daar begon zijn vrijheid.

Als je jezelf hierin herkent

Misschien herken je iets van Hennie. Dat vaagheid je lichaam op scherp zet. Dat je een hekel hebt aan mensen die geen verantwoordelijkheid nemen. Dat je soms gelijk hebt en tegelijk merkt dat je mensen kwijtraakt in de manier waarop je je gelijk probeert te halen.

Dan is dit artikel geen oordeel. Het is een uitnodiging om op een diepere laag te kijken.

Wat gebeurt er in jouw lichaam vlak voordat je scherp wordt? Waar span je aan? Wat wil je zeggen voordat je in verwijt schiet? Welke oude pijn komt mee wanneer iemand je teleurstelt? En welke grens wil eigenlijk helder, volwassen en rechtstreeks gevoeld worden?

Bij Bellein Academie werken we met lichaamsgericht hechtingswerk. Je leert begrijpen waar je patroon vandaan komt en vooral voelen wat er gebeurt op het moment dat het patroon actief wordt. Daar ontstaat ruimte voor een nieuwe keuze.

Wil je ervaren hoe wij werken met deze patronen? Kom dan naar de kennismakingsworkshop lichaamsgericht hechtingswerk.

Tijdens deze dag maak je kennis met onze manier van werken. Je onderzoekt hoe spanning, grenzen, nabijheid, terugtrekken, redden of aanvallen zichtbaar worden in het lichaam. Je hoeft nog niet te weten of je een langer traject wilt volgen. Je komt eerst ervaren of deze manier van werken bij je past.

Als dit artikel iets in je raakt, is dat misschien precies de plek waar iets in beweging wil komen.

Bekijk de kennismakingsworkshop en reserveer je plek.