Mentaliseren, waarom vul ik in wat de ander denkt
Opleiding lichaamsgericht hechtingstherapeut
Opleiding lichaamsgericht hechtingstherapeut
9 min

Mentaliseren: waarom je soms invult wat de ander denkt

9 min

Mentaliseren: waarom je soms niet voelt wat er nú is, maar wat er vroeger al pijn deed

Zodra hij wat stiller is, weet ik het eigenlijk al. Dan denk ik meteen dat hij geïrriteerd is, dat ik te veel ben geweest, of dat ik iets verkeerd heb gedaan.”, zegt Elise zachtjes terwijl ze voor zich uit staarde. Toen ik haar vroeg of ze dat werkelijk wist, bleef het even stil. Ze keek me aan en zei: “Nee, weten niet. Maar het voelt wel meteen zo.”

Dat is precies het punt waarop veel mensen zichzelf kwijtraken. Niet omdat ze niets voelen, maar juist omdat ze zó snel iets voelen, dat er geen ruimte meer ontstaat om te onderzoeken wat dat gevoel eigenlijk is, waar het vandaan komt en wat het werkelijk zegt. Dan wordt een innerlijke reactie onmiddellijk een conclusie. De stilte van de ander wordt afwijzing. Een kort appje wordt afstand. Een frons wordt bewijs. Nog voordat iemand weet wat er werkelijk speelt, is de binnenwereld al op hol geslagen.

In de psychologie is daar een belangrijke term voor: mentaliseren.

Wat mentaliseren is

Mentaliseren is het vermogen om stil te staan bij wat er in jezelf en in de ander omgaat. Het betekent dat je beseft dat gedrag niet losstaat van gevoelens, gedachten, verwachtingen, verlangens en oude ervaringen. Je kijkt dus niet alleen naar wat iemand doet, maar probeert ook te begrijpen wat er vanbinnen mee kan spelen, bij de ander én bij jezelf.

Dat klinkt misschien theoretisch, maar in het dagelijks leven is het heel concreet. Mentaliseren is wat er gebeurt wanneer je partner kortaf reageert en jij niet meteen besluit dat het over jou gaat. Wanneer je merkt dat iets je raakt, maar nog even wacht met invullen. Wanneer je jezelf kunt afvragen: wat voel ik nu eigenlijk, wat maak ik hiervan, en weet ik wel echt wat er in de ander leeft?

Precies daar ontstaat ruimte. En juist die ruimte ontbreekt vaak wanneer mensen in relaties of in contact snel getriggerd raken.

Wanneer voelen meteen weten wordt

Veel mensen denken dat hun probleem is dat ze te gevoelig zijn. In werkelijkheid is het probleem vaak subtieler. Ze voelen iets, maar nemen dat gevoel direct als volledige waarheid. Er komt geen tussenruimte meer tussen ervaring en betekenis. Het gevoel ís dan niet alleen een gevoel, het wordt meteen bewijs.

Je voelt onrust en denkt: er is iets mis.
Je voelt pijn en denkt: ik doe er niet toe.
Je voelt spanning en denkt: de ander wijst me af.
Je voelt schaamte en denkt: ik heb iets verkeerd gedaan.

Op zulke momenten is jouw mentaliseren onder druk komen te staan. De binnenwereld van de ander wordt dan razendsnel ingevuld vanuit jouw eigen activatie. En je eigen binnenwereld wordt ook niet echt meer onderzocht. Je voelt wel iets, maar je blijft er niet bij. Je springt er direct mee naar buiten richting de ander.

Dat is een belangrijk onderscheid. Mentaliseren vraagt niet alleen dat je minder snel invult wat de ander denkt of voelt. Het vraagt ook dat je beter leert waarnemen wat er in jezelf daadwerkelijk gebeurt.

Mentaliseren vraagt eerlijkheid naar binnen

Daar zit voor veel mensen een wezenlijke stap. Want mentaliseren gaat niet alleen over de vraag wat er in de ander omgaat. Het vraagt minstens zoveel eerlijkheid over wat er in jezelf leeft.

Veel mensen voelen op spannende momenten wel degelijk iets, maar onderzoeken dat niet werkelijk. Ze merken spanning op, een steek van pijn, irritatie, angst of onrust, en reageren daar meteen op. Ze appen, trekken zich terug, gaan uitleggen, worden boos, gaan pleasen of sluiten zich af. Daarmee slaan ze een cruciale stap over: stilstaan bij wat er vanbinnen daadwerkelijk is.

En juist die eerlijkheid naar jezelf is van groot belang.

  • Wat voel ik nu echt?
  • Is dit verdriet, angst, vernedering, afwijzing, gemis, boosheid?
  • Wat wordt hier in mij geraakt?
  • Gaat dit werkelijk over het heden, of staat er ook iets ouds op?

Dat zijn geen kleine vragen. Ze vragen dat je naar binnen opent, ook naar de lagen die je niet meteen ziet. Juist daar begint het onderbewuste mee te praten. Niet als iets vaags of zweverigs, maar als een innerlijke werkelijkheid die al lang meeloopt. Oude conclusies over jezelf. Oude angsten rond liefde, afwijzing, controle of verlies. Oude plekken waar je jezelf bent gaan beschermen.

Zolang die laag niet wordt meegenomen, blijf je alles wat je voelt behandelen alsof het rechtstreeks de waarheid van nu is. Terwijl dat lang niet altijd zo is.

Het verschil tussen jouw waarheid en een oude wond

Dat onderscheid is misschien wel een van de belangrijkste bewegingen in therapeutisch werk. Niet alles wat je voelt, is automatisch jouw diepste waarheid in het hier en nu. Sommige gevoelens horen werkelijk bij wat er nú gebeurt en verdienen het om serieus genomen te worden. Andere gevoelens zijn ook echt, maar worden sterk gekleurd door een oude wond die wakker wordt. Dat verschil leren voelen is essentieel.

Je kunt bijvoorbeeld geraakt zijn door afstand van de ander, omdat je werkelijk meer contact nodig hebt. Dat kan jouw waarheid zijn. Je kunt ook geraakt zijn omdat diezelfde afstand een oude verwonding opent waarin je je niet gekozen, verlaten of onbelangrijk voelde. Dan is het gevoel op zichzelf niet nep. Het is alleen niet zuiver van nu. Het draagt oud materiaal met zich mee.

Daarom is mentaliseren niet alleen een relationele vaardigheid, maar ook een vorm van innerlijke nauwkeurigheid. Je leert dan stap voor stap herkennen: wat ik nu voel is waar, maar waar komt het precies vandaan? Is dit een helder signaal van mezelf? Of is dit een oude pijn die zich over het heden heen schuift en mij laat reageren alsof het vroeger opnieuw gebeurt?

Zodra je dat leert onderscheiden, verandert er veel. Dan ben je niet meer alleen afhankelijk van de eerste golf van gevoel. Dan komt er iets bij: bewustzijn.

Waarom mentaliseren onder druk wegvalt

Op rustige momenten kunnen veel mensen prima nadenken over zichzelf en over de ander. Ze begrijpen best dat stilte niet altijd afwijzing betekent. Ze weten dat de ander moe kan zijn, gespannen kan zijn of met iets anders bezig kan zijn. Ze kunnen ook vaak redelijk goed terugkijken op hun eigen reactie.

Alleen zodra de spanning stijgt, verdwijnt dat vermogen vaak gedeeltelijk.

Dan ontstaat er vernauwing. De binnenwereld gaat dicht. Gevoel wordt feit. Interpretatie wordt overtuiging. Mensen zeggen dan dingen als: “Ik weet gewoon dat hij boos is,” of: “Zij vindt me te veel,” of: “Er is duidelijk iets mis.” Op zo’n moment is er geen open onderzoek meer, maar een snelle invulling vanuit activatie.

Dat gebeurt vooral bij mensen die vroeg hebben geleerd dat contact onvoorspelbaar was, of dat ze hard moesten werken om de relatie veilig te houden. Hun systeem is dan sneller gericht op signalen van verstoring. Niet omdat ze zwakker zijn, maar omdat hun zenuwstelsel eerder alarm geeft. Zodra dat alarm afgaat, wordt mentaliseren kwetsbaar.

De relatie tussen mentaliseren en hechting

Mentaliseren ontwikkelt zich meestal in een omgeving waarin gevoelens opgemerkt, gedragen en enigszins begrepen konden worden. Een kind dat voldoende wordt gespiegeld, leert gaandeweg dat wat het voelt er mag zijn, zonder dat het erdoor overspoeld hoeft te raken. Daardoor ontstaat een innerlijke ruimte waarin gevoelens onderzocht kunnen worden.

Als die bedding onvoldoende aanwezig was, blijft mentaliseren vaak fragieler. Dan is het moeilijker om in spannende situaties onderscheid te maken tussen wat je voelt, wat je invult en wat er werkelijk speelt. De een gaat dan sterk interpreteren en reageren. De ander sluit juist af en merkt pas veel later wat iets eigenlijk deed. In beide gevallen ontbreekt er op dat moment een open verbinding met de binnenwereld.

Juist daarom is het openen van het onderbewuste zo belangrijk. Niet om eindeloos in het verleden te graven, maar om te begrijpen welke oude laag zich steeds mengt in het heden. Welke pijn wordt hier wakker? Welke kindconclusie springt meteen aan? Welke oude bescherming neemt het over? Zolang dat niet zichtbaar wordt, blijft iemand reageren op het heden alsof het verleden nog steeds gaande is.

Mentaliseren gaat niet alleen over de ander, maar ook over jezelf

Mensen denken bij mentaliseren vaak eerst aan het begrijpen van de ander. Dat is terecht, maar het is maar de helft. De andere helft is dat je jezelf leert volgen zonder jezelf meteen te verliezen in wat je voelt.

Dat vraagt oefening. Je moet kunnen opmerken wat er in jou gebeurt, zonder er direct mee samen te vallen. Je moet kunnen voelen dat iets veel lading oproept, en tegelijk nieuwsgierig blijven. Niet om jezelf weg te redeneren, maar om preciezer te worden.

Dan stel je jezelf bijvoorbeeld vragen als: wat voel ik nu eigenlijk echt? Wat raakt me hierin zo? Welke betekenis geef ik hier onmiddellijk aan? Is deze reactie volledig van nu, of wordt er een oude laag wakker? Wat is mijn werkelijke waarheid, en wat is een oude wond die zich over deze situatie heen legt?

Dat is geen koude analyse. Het is een volwassen vorm van zelfcontact.

Wat mentaliseren niet is

Mentaliseren is niet dat je alles kapot analyseert. Het is ook niet dat je jezelf of de ander eindeloos moet begrijpen en daardoor geen grens meer zou mogen voelen. Integendeel. Juist wanneer je beter leert mentaliseren, worden je grenzen vaak helderder.

Waarom? Omdat je minder vanuit verwarring reageert.

Je voelt dan beter: dit raakt iets ouds in mij, maar er is ook nu iets wat niet klopt. Of: mijn reactie is groot, dus ik wil eerst onderzoeken wat er in mij gebeurt voordat ik iets uitspreek. Of: dit doet echt iets met me en dat mag ik serieus nemen, zonder de ander meteen iets toe te schrijven wat ik nog niet weet.

Mentaliseren maakt je dus niet zachter in de zin van grenzelozer. Het maakt je nauwkeuriger, eerlijker en minder reactief.

Hoe je mentaliseren kunt versterken

De ontwikkeling begint meestal met vertragen. Niet als techniek alleen, maar als innerlijke houding. Zodra je voelt dat er iets oplaait, helpt het om niet meteen te handelen of te concluderen. Eerst stilstaan. Eerst waarnemen.

  • Wat voel ik?
  • Wat is het eerste verhaal dat mijn systeem ervan maakt?
  • Weet ik werkelijk wat er in de ander leeft?
  • Wat in mij voelt waar en actueel?
  • Waar in. mijn lichaam voel ik dat?
  • Wat voelt oud, bekend en groter dan dit moment?
  • Waar voel ik het blokkeren in mijn lichaam, waar stopt de stroming?

Dat laatste is belangrijk. Niet om oude pijn weg te zetten, maar om haar op de juiste plek te zetten. Een oude wond kan zeer echt voelen. Alleen heeft zij andere zorg nodig dan een actuele werkelijkheid. Wanneer je die twee door elkaar haalt, raak je sneller verstrikt. Je zou dan zelfs van de ander kunnen eisen het op te lossen. Wanneer je ze leert onderscheiden, ontstaat er meer vrijheid en zet jou in je kracht.

Ook taal helpt. Zinnen als: “Ik merk dat ik nu invul dat…” of “Dit raakt me, maar ik wil eerst begrijpen wat er precies in mij gebeurt” brengen onmiddellijk meer ruimte. Ze openen een mentale deur die onder stress vaak dichtslaat.

Waarom dit zoveel moed vraagt

Omdat mentaliseren je dwingt om niet meteen op je eerste impuls te varen. Je moet een moment kunnen verdragen waarin je nog niet precies weet wat iets betekent. Je moet bereid zijn om jezelf eerlijk onder ogen te komen, ook op de minder comfortabele plekken. Niet alleen je pijn, maar ook je controle, je eis, je wantrouwen, je hunkering, je schaamte, je oude bescherming.

Dat vraagt moed.

Want zolang je direct reageert op de ander, hoef je nog niet helemaal te kijken naar wat er in jou leeft. Zodra je werkelijk naar binnen opent, kom je ook tegen wat lang onder de oppervlakte heeft gelegen. Juist dat onderbewuste materiaal wil gezien worden. Niet om je vast te zetten in oude verhalen, maar om ze hun macht over het heden te laten verliezen.

De diepere beweging

Uiteindelijk gaat mentaliseren over een volwassener manier van in contact zijn. Met jezelf, met de ander en met wat er tussen jullie gebeurt. Je leert dan dat gevoelens belangrijk zijn, maar niet automatisch de hele waarheid vertellen. Je leert dat sommige gevoelens je werkelijk iets laten zien over wat er nú in jou leeft, terwijl andere gevoelens vooral laten zien waar je ooit gewond bent geraakt.

Precies dat onderscheid maakt innerlijke eerlijkheid mogelijk.

In psychologische taal heet dat mentaliseren.

In gewone taal betekent het: kunnen voelen wat er in jezelf en in de ander omgaat, zonder alles meteen in te vullen of te behandelen alsof het al vaststaat. Het betekent ook dat je leert onderscheiden tussen wat jouw eigen waarheid is en wat voortkomt uit een oude wond die het heden inkleurt. En daar heb je jouw lichaam voor nodig.

Daar begint echte verdieping. Niet in minder voelen, maar in eerlijker voelen. Niet in harder worden, maar in helderder worden. Niet in direct reageren, maar in werkelijk contact maken met wat er vanbinnen leeft.

En precies daar worden relaties vaak veiliger. Omdat je minder snel handelt vanuit oude pijn en meer vanuit wat nu waar is.

Meer lezen?

Inleiding in het masker, lagere zelf en hogere zelf.

De observant

Wat zijn karakterstructuren?

Professionele begeleiding

Wil je het lichaamsgerichte hechtingswerk aan den lijve ervaren? Dat kan!

Individuele sessies

Training Bellein Essence

Beroepsopleiding lichaamsgericht hechtingstherapeut

Categorieën