
De observant houdt je veilig
De vaardigheid die je helpt om jezelf niet meer kwijt te raken
Soms gebeurt er iets waardoor je jezelf ineens niet meer herkent.
Je krijgt een berichtje dat je niet had zien aankomen, je kind zegt iets wat je raakt tot op het bot, je partner zegt geen tijd voor je te hebben, of je hoort jezelf “geeft niet, ik red me wel” zeggen terwijl je allang voelt dat het niet prima is. Je merkt het vaak pas achteraf, ergens in de auto, onder de douche, of wanneer je in bed ligt en je hoofd nog een keer de dag doorneemt.
Voor dit soort pijnlijke en onthutsende momenten kun je een vaardigheid ontwikkelen zodat je de schrik en pijn beter op kunt vangen in jezelf: het ontwikkelen van een neutrale observant. Een innerlijke plek die helder kan kijken én vriendelijk kan blijven. Het is een van de belangrijkste instrumenten dat je kunt gebruiken wanneer je besluit op een dieper niveau aan jezelf te werken.
De observant is geen trucje, het is een plek waar je kunt staan
Veel mensen verwarren zelfreflectie met nog eens nadenken. Het hoofd is daar briljant in. Het kan verklaren, duiden, analyseren, vergelijken. Alleen: als je zenuwstelsel in alarm schiet, krijgt datzelfde hoofd ook een bijbaan als advocaat, aanklager of commandant, en dan lukt de “reflectie” vaak minder helder, het raakt gekleurd.
De observant is iets anders. Het is het punt in jezelf waar je als het ware kunt gaan staan en zeggen: dit is wat er nu gebeurt in mij. Het is een neutrale plek van waaruit je objectief kunt kijken naar de situatie, de gebeurtenis en jouw primaire reactie hierop. Je kijkt ernaar zonder dat je jezelf meteen moet verbeteren, verdedigen of veroordelen. Vergelijk het met iemand die waarneemt zonder oordeel, en juist ook datgene binnenlaat wat je liever nog niet wilt voelen of zien.
Dat klinkt eenvoudig, tot je het probeert op een moment dat je geraakt bent en je autonome zenuwstelsel in het rood gaat. Dan is het een uitdaging. Maar.... oefening baart kunt.
De twee klassieke valkuilen: angst en zelfkritiek
Als er een onprettige, angstige of pijnlijke situatie plaatsvindt, dan zijn er twee reacties die razendsnel op elkaar volgen in een mens. Jouw autonome zenuwstelsel reageert direct op een gevoelde onveiligheid met angst en contractie, je wilt er direct van weg bewegen. Daarop volgend val je vrij snel in zelfkritiek. Omdat deze twee reacties in een mum van tijd aan gaan, is het een hele kunst om in de neutrale observant te geraken en erin te blijven kijken. Twee uitdagingen dus om te overwinnen. Maar hoe doe je dat?
Bij de valkuil angst voel je de drang om weg te bewegen van de pijn en ongemak. Je kunt dan dingen denken of zeggen als “laat maar”, “ik doe het zelf wel”, “niet zo aanstellen”, “ik moet dit fixen”.
Als observant ga je dan niet te vechten tegen die angst, maar observeer je hem, precies zoals hij zich aandient.
De tweede valkuil is zelfkritiek. Die klinkt zelden genuanceerd. Die klinkt als een innerlijke stem die precies weet wat jij verkeerd doet, en waarom dat “typisch jij” is. Een waarneming verandert in veroordeling: je bent niet meer aan het kijken, je bent jezelf aan het afstraffen. De observant velt geen oordeel, neemt alleen waar en kijkt met compassie.
Een voorbeeld
Noor is 37 en ze is haar presentatie voor morgen aan het afronden. Het is niet iets heel moeilijks, gewoon een overleg met collega’s waarin ze haar plan uitlegt. Toch vind ze het spannend en wil ze het goed doen. Ze is bijna klaar, print de laatste versie uit, en ziet dan dat één grafiek net verkeerd is ingevoerd. Een foutje, twee cijfers omgewisseld. Vijf minuten werk om te herstellen.
Alleen: ze bevriest.
Ze voelt haar wangen warm worden, haar handen bewegen ineens onhandig, en in haar hoofd klinkt het meteen scherp: “Serieus? Dit ben jij weer. Altijd slordig. Je kan ook niets..”
Het is niet eens een gedachte, het is een stem. Ze schuift de papieren van zich af, gaat op de bank zitten en staart naar de muur. Dan komt er schaamte bij: dat ze zo overdreven reageert op iets kleins.
Later, als ze iets rustiger is, valt het haar op hoe die stem praat. Niet alleen wát hij zegt, maar hoe. Die toon is bekend. Dat droge, smalle, geïrriteerde randje. Ze hoort haar vader, die vroeger bij huiswerk boven haar schouder hing en bij het kleinste foutje zuchtte: “Kom op, denk nou eens na. Dit is toch niet moeilijk.”
Op dat moment kan Noor een stap terug doen. Niet om zichzelf te analyseren tot ze weer “goed” is, maar om te zien: er zijn hier twee lagen tegelijk aan het werk. De strenge ouderstem die controle wil houden door haar klein te maken, en het kinddeel dat meteen voelt: ik ben niet oké, ik ga afgekeurd worden. Zodra ze dát ziet, verandert er iets. De fout in die grafiek is nog steeds een fout, maar hij is niet langer bewijs dat zij fout is.
Ze ademt, opent haar laptop weer, corrigeert de cijfers, en zegt hardop, bijna droog: “Dit is gewoon een foutje.” Het is volwassen taal die de regie terugpakt. En ineens kan ze weer verder.
Dit is precies waarom die observant zo belangrijk is: je hebt een plek nodig die óók de criticus kan waarnemen, anders word je ongemerkt die criticus.
“Wie in mij reageert hier eigenlijk?”
De belangrijkste handeling van een observant is jezelf de vraag stellen: welk deel in mij is nu aan het woord?
In gewone-mensen-taal: je bent nooit maar één iemand vanbinnen. Er is een deel dat volwassen kan blijven, en er is een deel dat zich ineens weer klein (kind) voelt. Een kinddeel wil graag de sfeer redden, of een ander kinddeel wil de deur achter zich dichtgooien. Je hebt ook kinddelen die slim zijn geworden in afstand houden, of in pleasen, of in hard zijn.
Het doel is dat jij jezelf leert herkennen als degene die kan kijken naar wat er gebeurt en welke kinddelen aan het woord komen, zodat je keuzevrijheid terugkomt.
Waarheid én liefde
Het toepassen van de observant vraagt om een balans tussen kijken vanuit feiten (waarheid) én vanuit liefde.
Als je alleen feitelijk kijkt, kun je jezelf behoorlijk goed “doorzien”. Prachtig. De keerzijde is dat je behoorlijk koel wordt. Dan zie je patronen, je ziet je mechanisme, je ziet je vermijding, je ziet je controle. Je ziet het allemaal. Alleen: je voelt er niets bij behalve ongeduld. Als je vooral heel begripvol wordt en alles verklaarbaar is, alles oké is, dan verandert er weinig.
De observant heeft een balans nodig. Objectiviteit én compassie, waarheid én liefde. Dat betekent: eerlijk durven zien wat je doet, en tegelijk ophouden met jezelf afbreken omdat je het doet.
Wat dit in het dagelijks leven kan veranderen
Stel je voor: je zit aan tafel en iemand die je lief is, reageert afwezig. Je ervaart te weinig contact. In jou gebeurt iets ouds: je schiet naar aanpassen, harder je best doen, grapjes maken, of juist stil worden. Later schaam je je, of je wordt boos op jezelf, en veroordeelt jezelf als kinderachtig.
De observant kan het volgende doen: je merkt dat een oude beweging in jezelf is aangegaan. Heel feitelijk. Tegelijkertijd zie je dat dit is een kwetsbare plek is, je hoeft jezelf hier niet voor te straffen.
Een oefening voor vijf dagen
Als je hiermee wilt experimenteren, kies dan vijf dagen waarop je aan het eind van de dag vijf minuten pakt. Je kiest één moment dat net niet lekker liep, al was het maar klein. Je noteert wat er gebeurde en wat jouw reactie was, inclusief de gedachte die erbij kwam en het gevoel dat je op dat moment het meest wilde vermijden. Daarna schrijf je één zin vanuit de observant, alsof je een goede helper bent voor jezelf: helder, feitelijk, liefdevol.
Na vijf dagen kijk je terug en stel je één vraag: wat is het terugkerende thema? Misschien gaat het over afwijzing, misschien over controle, misschien over het gevoel dat jij het moet dragen, misschien over schaamte zodra je zichtbaar wordt. Het hoeft nog niet “opgelost”. Het is al winst wanneer je het begint te herkennen terwijl het gebeurt.
Meer lezen uit deze reeks over masker, lagere zelf en hogere zelf?
Inleiding masker, lagere zelf en hogere zelf
Wil je met een professional onderzoeken hoe dit werkt in jou? Dat kan door individuele sessies te volgen en/of door het tweejarige trainingsprogramma Bellein Essence te volgen.
Kernwoorden: observant (observer), jezelf kwijtraken, zelfkritiek stoppen, innerlijke criticus, patronen herkennen, kinddeel en volwassen deel, emotionele triggers, zelfreflectie zonder oordeel, compassie en grenzen, overlevingsmechanismen










