Doen we uiteindelijk alles uit eigenbelang
Karakter & bescherming
Karakter & bescherming
6 min

Doen we uiteindelijk alles uit eigenbelang?

6 min

Doe ik iets voor een ander of uiteindelijk toch voor mezelf?

Een cliënt vertelde me eens dat zij veel voor haar vrienden deed. Ze onthield verjaardagen, reed zonder aarzelen een uur om iemand op te halen, luisterde wanneer iemand het moeilijk had en bood vaak al hulp aan voordat die gevraagd werd. Ze vond zichzelf daar niet bijzonder in. “Zo ben ik gewoon,” zei ze.

Toch zat er iets waar ze last van had. Wanneer zij zelf een moeilijke periode had, viel haar op wie er belde en vooral wie dat niet deed. Ze wist precies aan wie ze het afgelopen jaar aandacht had gegeven en voelde zich diep geraakt wanneer iemand bij haar minder opmerkzaam bleek te zijn.

Ze schaamde zich daar een beetje voor. Want als je iets uit liefde doet, vond ze, zou je daar eigenlijk niets voor terug moeten verwachten.

Dat is een interessante gedachte.

Er bestaat een filosofische theorie die psychologisch egoïsme wordt genoemd. In de meest vergaande vorm stelt die dat al ons handelen uiteindelijk door eigenbelang wordt gemotiveerd. Zelfs wanneer iemand gul, zorgzaam of opofferend handelt, zou daar uiteindelijk iets voor die persoon zelf te halen zijn: waardering, een goed gevoel, het vermijden van schuld, sociale veiligheid of de bevestiging dat hij een goed mens is.

Op het eerste gezicht klinkt dat behoorlijk cynisch. Tegelijk raakt het aan een vraag die ik in mijn werk veel interessanter vind dan de vraag of mensen van nature egoïstisch of altruïstisch zijn:

Hoe vrij is wat ik geef wanneer ik ergens vanbinnen hoop dat mijn geven iets bij jou veroorzaakt?

Daar wordt het menselijk.

We doen bijna nooit iets vanuit één motief

De tegenstelling tussen eigenbelang en onbaatzuchtigheid doet soms vermoeden dat we eerst zouden moeten uitzoeken welk van de twee werkelijk achter ons gedrag zit. In de praktijk werkt motivatie zelden zo overzichtelijk.

Je kunt iemand helpen omdat je werkelijk om die persoon geeft en daar zelf voldoening van voelen. Je kunt voor een zieke vriend koken omdat je wilt dat het beter met hem gaat en tegelijkertijd blij worden van zijn waardering. Je kunt geld geven aan een goed doel omdat het lot van andere mensen je raakt en je prettig voelen bij het idee dat je iets hebt bijgedragen.

Dat prettige gevoel maakt de oorspronkelijke zorg voor de ander niet automatisch onoprecht.

Daar zit ook een belangrijk bezwaar tegen de theorie dat uiteindelijk alles eigenbelang is. Wanneer ik graag wil dat het goed met jou gaat, is dat verlangen óók een motivatie van mij. Dat betekent nog niet dat jouw welzijn mij alleen interesseert vanwege wat het mij oplevert.

Interessanter wordt het wanneer onze motieven door elkaar beginnen te lopen zonder dat we dat zelf goed zien.

Iemand kan bijvoorbeeld heel graag klaarstaan voor anderen en tegelijkertijd grote moeite hebben met het gevoel overbodig te zijn. Dan kan helpen langzaam meer betekenen dan helpen alleen. Nodig zijn geeft ook zekerheid over de relatie.

Een ander is altijd degene die begrip toont. Zij kan werkelijk invoelend zijn en tegelijkertijd nauwelijks verdragen dat iemand haar hard of egoïstisch vindt. Begrip geven beschermt dan ook een bepaald beeld dat zij van zichzelf nodig heeft.

En iemand kan heel gul zijn met tijd, aandacht en liefde, terwijl ergens onder die gulheid een verwachting leeft die nooit is uitgesproken: als ik zo goed voor jou ben, zul jij toch ook goed voor mij zijn?

Het geven is daarmee niet ineens vals geworden. Er is alleen meer aan de hand.

Wanneer geven een stil contract wordt

Dat vind ik een van de boeiendste plekken om samen met iemand naar te kijken.

Want verborgen verwachtingen voelen voor degene die ze heeft meestal helemaal niet als verwachtingen. Ze voelen redelijk.

  • Na alles wat ik voor haar heb gedaan, had ze toch wel even kunnen bellen.
  • Ik zou dit zonder nadenken voor hem doen.
  • Kennelijk betekent onze vriendschap voor haar minder dan voor mij.

Daaronder zit soms pijn die veel ouder en groter is dan het concrete voorval.

De persoon heeft werkelijk gegeven. Alleen blijkt achteraf dat het geven ook verbonden was met een verwachting over de relatie. Zolang de ander aan die verwachting voldoet, valt dat nauwelijks op. Pas wanneer hij iets anders doet, wordt zichtbaar dat er stilzwijgend een soort afspraak bestond waar hij zelf nooit mee heeft ingestemd.

Daar wordt zelfonderzoek interessant, omdat het ons uit twee gemakkelijke conclusies haalt. Je hoeft jezelf niet weg te zetten als egoïstisch omdat je iets terugverlangt. En je hoeft jezelf ook niet automatisch onbaatzuchtig te noemen omdat je veel geeft.

Je kunt onderzoeken wat er werkelijk meespeelt.

Misschien verlang je naar wederkerigheid of juist naar erkenning. Misschien wil je graag weten dat je ertoe doet voor ander. Het ook zo zijn dat je je veiliger voelt wanneer anderen je nodig hebben. Zo kan zorgen voor de ander jou een duidelijke plek in relaties geven.

Geen van die motieven maakt je tot een slecht mens. Ze zeggen wel iets over de manier waarop jij je relaties organiseert.

In de training Bellein Essence onderzoeken we dit soort patronen niet alleen vanuit wat je ervan begrijpt, maar vooral vanuit wat er gebeurt zodra je werkelijk in contact bent met een ander. Juist daar wordt vaak zichtbaar wat geven, ontvangen, verwachten en ruimte laten voor jou persoonlijk betekenen.

Kun je geven en de ander daarna vrijlaten?

Voor mij zit daar een wezenlijk onderscheid.

Je kunt iets voor iemand doen en hopen dat het gewaardeerd wordt. Je kunt verlangen naar wederkerigheid. Je kunt teleurgesteld raken wanneer iemand weinig teruggeeft. Dat hoort allemaal bij menselijke relaties.

De vraag wordt scherper wanneer jouw geven de ander innerlijk minder vrij maakt.

  • Wanneer jouw behulpzaamheid betekent dat de ander eigenlijk dankbaar zou moeten zijn.
  • Wanneer jouw begrip betekent dat de ander jou ook altijd moet begrijpen.
  • Wanneer jouw trouw betekent dat de ander niet weg mag gaan.
  • Wanneer jouw opoffering later bewijs wordt in een conflict.

Dan verandert er iets in wat er tussen twee mensen gebeurt. Wat eruitzag als een gift, blijkt ook een aanspraak te bevatten.

Dat mechanisme kan heel subtiel zijn. Soms heeft iemand jarenlang het gevoel dat anderen misbruik maken van zijn goedheid. Wanneer we nauwkeuriger kijken, blijkt dat hij vaak meer geeft dan gevraagd wordt en ondertussen hoopt dat anderen uit zichzelf zullen begrijpen wat hij nodig heeft. Hij spreekt dat nauwelijks uit, omdat een spontane reactie voor hem waardevoller voelt. Als hij erom moet vragen, telt het minder.

Daarmee heeft hij de ander eigenlijk een moeilijke opdracht gegeven: raad wat ik nodig heb en geef het mij uit jezelf, zodat ik kan voelen dat ik belangrijk voor je ben.

Dat is iets anders dan eenvoudig gul zijn.

En precies daar kan een artikel over psychologisch egoïsme ineens heel dichtbij komen.

De interessantste vraag is misschien helemaal niet of mensen uiteindelijk alles uit eigenbelang doen. Die vraag is zo absoluut dat we er gemakkelijk in vastlopen.

Veel vruchtbaarder vind ik de vraag of we onze eigen belangen willen kennen terwijl we iets voor een ander doen.

  • Wil ik toegeven dat ik jouw waardering prettig vind en toch vrij geven?
  • Wil ik erkennen dat ik graag iets terug zou willen en daar eerlijk over zijn?
  • Wil ik van betekenis voor jou zijn zonder ervoor te zorgen dat jij mij nodig moet hebben?

Daar begint voor mij iets wat op volwassen wederkerigheid lijkt.

Ook onbaatzuchtigheid kan een identiteit worden

Sommige mensen hebben meer moeite met ontvangen dan met geven. Dat wordt maatschappelijk gemakkelijk als iets moois gezien. Iemand is gul, behulpzaam en staat altijd klaar.

Toch zie ik geregeld dat ontvangen veel spannender is: Wie geeft, bepaalt wat er gegeven wordt. Wie ontvangt, is even afhankelijk van wat een ander uit vrije wil wil geven.

Daarmee kom je op een heel andere plek.

Misschien belt iemand niet wanneer jij vindt dat hij zou moeten bellen. Misschien geeft iemand op een andere manier liefde dan jij. Misschien komt er minder terug dan je had gehoopt. Misschien moet je uiteindelijk zelf zeggen wat je nodig hebt.

Voor iemand die gewend is zijn plaats in relaties te verdienen door veel te geven, kan dat verrassend kwetsbaar zijn.

Dan gaat dit onderwerp uiteindelijk nauwelijks meer over egoïsme.

Het gaat over vrijheid.

Kan ik jou iets geven terwijl jij daarna vrij blijft om ermee te doen wat jij wilt? En kan ik ondertussen ook mijn eigen verlangens serieus genoeg nemen om ze niet heimelijk in mijn gift te verstoppen?

Misschien is werkelijk vrij geven daarom niet hetzelfde als helemaal geen eigenbelang hebben. We zijn mensen met verlangens, behoeften en belangen, ook wanneer we oprecht van anderen houden.

De grotere vrijheid ontstaat wanneer we die belangen steeds beter leren kennen.

Dan hoeft mijn zorg voor jou niet te verdwijnen zodra ik ontdek dat er ook iets van mijzelf in meespeelt. Ik kan alleen eerlijker worden over wat van mij is en wat van jou.

En misschien wordt geven juist daardoor werkelijk genereus: ik geef omdat ik wil geven, terwijl ik jou niet verantwoordelijk maak voor alles wat ik hoop terug te krijgen.

Wil je verder onderzoeken hoe jouw manier van geven, zorgen, aanpassen en ontvangen zich in contact met anderen heeft gevormd? Binnen Bellein Essence wordt juist dit soort zelfonderzoek ervaarbaar: wat gebeurt er wanneer je de ander niet langer nodig hebt om een onuitgesproken verwachting voor jou in te vullen?

Reacties
Categorieën