
Waarom voel ik geen boosheid
Sommige mensen weten heel goed wanneer ze verdrietig zijn. Ze voelen spanning, schaamte, schuld, machteloosheid of vermoeidheid. Ze kunnen uitleggen dat iets hen raakte en ze begrijpen vaak ook nog waarom de ander deed wat hij deed.
Alleen boosheid voelen ze nauwelijks.
Ze zeggen: “Ik ben gewoon niet zo boos.”
Of: “Zo zit ik niet in elkaar.”
Of: “Ik ben niet iemand die kwaad wordt.”
Op het eerste gezicht klinkt dat vriendelijk, vredig of volwassen. Toch kan er onder die uitspraak iets anders schuilgaan. Soms heeft iemand zijn boosheid zo ver weggestopt, dat hij er zelf niet meer bij kan. Dan lijkt het alsof boosheid er niet is, terwijl die natuurlijke beweging diep vanbinnen nog steeds bestaat.
Want boosheid is geen fout in je systeem. Boosheid is een menselijke kracht. Ze helpt je voelen: hier gebeurt iets wat voor mij niet klopt. Hier wordt mijn grens geraakt. Hier heb ik mijzelf serieus te nemen.
Boosheid is niet hetzelfde als iemand pijn doen
Veel mensen verwarren boosheid met de destructieve vorm ervan. Ze denken aan schreeuwen, kleineren, dreigen, vernederen, slaan, straffen of iemand angst inboezemen. Als dát je beeld van boosheid is, snap je heel goed dat je er liever ver vandaan blijft.
Misschien heb je vroeger gezien dat boosheid gevaarlijk werd. Een ouder die uitbarstte. Een sfeer die ineens omsloeg. Stilte als straf. Kritiek die door merg en been ging. Of misschien mocht jouw eigen boosheid er gewoon niet zijn. Je werd gecorrigeerd, weggelachen, genegeerd of beschuldigd zodra je protesteerde.
Dan kan je systeem een besluit nemen zonder dat jij daar ooit bewust voor hebt gekozen: boosheid kost mij verbinding, dus boosheid moet weg.
Vanaf dat moment leer je jezelf inhouden. Je wordt redelijk. Begripvol. Aangepast. Zorgzaam. Je glimlacht, je sust, je zegt dat het wel meevalt. Je voelt eerder verdriet dan kwaadheid. Je voelt eerder machteloosheid dan kracht. Je denkt eerder dat de ander jou iets aandoet, dan dat jij iets in jezelf hebt op te richten.
Dat is pijnlijk, omdat je jezelf daarmee iets wezenlijks ontneemt: het vermogen om voor jezelf op te komen.
Positieve agressie: de kracht om naar voren te komen
In lichaamsgericht hechtingswerk wordt vaak onderscheid gemaakt tussen destructieve agressie en positieve agressie. Destructieve agressie beschadigt. Positieve agressie helpt je om jezelf in te brengen.
Het woord agressie roept soms weerstand op, omdat veel mensen het direct koppelen aan geweld of grofheid. Toch hoort gezonde agressie bij levenskracht. Het is de beweging waarmee een baby huilt wanneer hij iets nodig heeft. Het is de kracht waarmee een kind “nee” zegt wanneer iets te veel wordt. Het is de energie waarmee je als volwassene je grens voelt, je stem gebruikt, je plek inneemt en zegt: dit ben ik, dit wil ik, dit wil ik niet.
Positieve agressie hoeft niet hard te zijn. Ze kan heel rustig klinken.
- “Ik wil dit niet.”
- “Stop.”
- “Dit raakt mij.”
- “Ik ben het hier niet mee eens.”
- “Ik heb tijd nodig.”
- “Ik wil dat je anders met mij omgaat.”
Dat zijn vormen van boosheid die niet vernielen, maar richting geven. Ze brengen je terug in jezelf. Ze helpen je om niet te verdwijnen in de wens van de ander, in begrip voor de ander of in angst voor de reactie van de ander.
Wanneer je die kracht niet meer voelt, raak je vaak eerder machteloos. Je ervaart dan wel dat iets niet klopt, maar je voelt geen toegang tot de beweging die zegt: ik ga voor mijzelf staan.
“Zo ben ik niet” kan een oude bescherming zijn
Mensen die geen boosheid mogen voelen, zeggen vaak dat ze “gewoon niet zo zijn”. Ze zien zichzelf als zachtaardig, vredelievend, begripvol of niet-conflictgericht. Dat kan allemaal waar zijn. Alleen sluit het gezonde boosheid niet uit.
- Je kunt warm zijn én duidelijk.
- Je kunt liefdevol zijn én begrenzen.
- Je kunt gevoelig zijn én stevig.
- Je kunt rekening houden met de ander én jezelf serieus nemen.
Wanneer iemand zegt: “Ik ben niet iemand die boos wordt,” is het de moeite waard om iets langzamer te kijken. Is dat werkelijk vrijheid? Of is het een oude aanpassing die zo vertrouwd is geworden dat hij voelt als karakter?
Soms heeft iemand boosheid zo lang onderdrukt, dat verdriet de plek ervan heeft ingenomen. Of machteloosheid. Of vermoeidheid. Of een soort gelatenheid: laat maar, het heeft toch geen zin.
Boosheid verdwijnt dan uit het zicht, maar de grens die geraakt werd blijft bestaan. Alleen ontbreekt de kracht om die grens te voelen en uit te spreken.
Hoe je boosheid verbloemt
Boosheid die geen ruimte krijgt, gaat vaak verkleed door het leven.
- Je praat het goed.
- Je glimlacht terwijl je geraakt bent.
- Je zegt dat het niet erg is.
- Je begrijpt de ander voordat je jezelf hebt gevoeld.
- Je negeert het signaal in je buik, borst, keel of kaken.
- Je maakt jezelf wijs dat je erboven staat.
Van buiten lijkt dat rustig. Van binnen kan er iets anders gebeuren. Je voelt je leeg na contact. Je wordt moe van mensen. Je voelt je gebruikt, niet gezien of vanzelfsprekend gevonden. Je trekt je terug, wordt kortaf of merkt dat je achteraf hele gesprekken in je hoofd voert waarin je eindelijk zegt wat je op het moment zelf niet kon zeggen.
Daar zit vaak boosheid die nergens heen kan.
Soms komt daar ook een gevoel van slachtofferschap bij. Je ervaart vooral dat de ander iets met jou doet. De ander neemt te veel ruimte. De ander luistert niet. De ander vraagt te veel. Dat kan allemaal kloppen. Tegelijk ligt er vaak nog een tweede laag onder: jij durft jezelf niet in te brengen op het moment dat het nodig is.
Dat is geen verwijt. Het is juist een ingang. Want zodra je ziet dat je iets in jezelf inhoudt, komt er ook weer keuze terug.
Als positieve agressie verdwijnt, neemt passieve agressie toe
Boosheid die geen volwassen vorm krijgt, zoekt vaak een achterdeur. Dan wordt ze passief.
Passieve agressie klinkt misschien groot, maar het kan heel alledaags zijn. Cynisme. Sarcasme. Koude afstand. Oordelen in je hoofd. De ander laten voelen dat je gekwetst bent zonder het werkelijk te zeggen. Afspraken half nakomen. Niet reageren. Jezelf terugtrekken en ondertussen hopen dat de ander snapt wat hij verkeerd deed.
Ook verwaarlozing kan een vorm van passieve agressie worden. Je brengt jezelf niet in, zorgt niet goed voor wat jij nodig hebt, neemt geen verantwoordelijkheid voor je grens en geeft de ander daarna innerlijk de schuld van jouw uitputting of irritatie.
Het woord passief zegt eigenlijk al veel. De beweging naar voren blijft uit. Je zegt niet helder wat er speelt. Je neemt geen eigenaarschap over je reactie. De boosheid sijpelt via omwegen naar buiten.
Dat maakt relaties vaak onduidelijker. De ander voelt wel iets, maar weet niet precies wat. Jij voelt ook iets, maar durft het niet rechtstreeks te onderzoeken. Zo blijft de spanning in de ruimte hangen.
Gezonde boosheid brengt daar juist helderheid in. Ze hoeft niet grof te zijn. Ze vraagt wel eerlijkheid.
Boosheid voelen is jezelf terugvinden
Wanneer je boosheid weer leert voelen, word je niet ineens een hard mens. Je wordt vollediger. Je krijgt toegang tot een kracht die je nodig hebt om jezelf te beschermen, te begrenzen en serieus te nemen.
Boosheid helpt je om onderscheid te maken tussen medeleven en jezelf wegcijferen. Tussen begrip en jezelf overslaan. Tussen liefde en aanpassen. Tussen verantwoordelijkheid nemen en alles bij jezelf houden om de relatie veilig te laten voelen.
Het begint vaak klein. Je merkt dat je kaak aanspant. Dat je hand zich sluit. Dat je borst druk voelt. Dat je ineens heel redelijk wordt terwijl iets in jou protesteert. Dat je verdriet voelt, maar daaronder een duidelijke “nee” ligt.
Dat is geen probleem. Dat is informatie.
Je hoeft die boosheid niet meteen naar buiten te brengen. Je mag haar eerst leren verdragen. Voelen waar ze zit. Luisteren wat ze wil beschermen. Onderzoeken welke grens, behoefte of waarheid daaronder ligt.
Pas daarna kun je haar vertalen naar volwassen woorden.
“Ik merk dat ik boos ben.”
“Ik wil hier niet overheen stappen.”
“Ik voel dat ik mezelf hierin kwijtraak.”
“Ik wil dit anders bespreken.”
“Ik ben bereid om naar jou te luisteren, en ik wil ook mijzelf serieus nemen.”
Dat is boosheid in dienst van contact. Niet om de ander te breken, maar om zelf aanwezig te blijven.
Workshop: Waarom voel ik geen boosheid?
In de workshop Waarom voel ik geen boosheid? onderzoek je hoe dit thema in jou werkt. Je kijkt niet alleen naar het verhaal achter je boosheid, maar vooral naar wat er in je lichaam gebeurt wanneer boosheid opkomt en meteen weer wordt afgeremd.
Je leert herkennen hoe jij boosheid misschien omzet in begrip, verdriet, machteloosheid, schuldgevoel, glimlachen, aanpassen of zwijgen. Je onderzoekt hoe positieve agressie in jou geblokkeerd raakt en hoe je stap voor stap weer contact kunt maken met de kracht om voor jezelf op te komen.
Deze workshop is voor mensen die moeilijk boos worden, conflicten vermijden, pas achteraf voelen wat hen geraakt heeft of vaak denken: zo ben ik nu eenmaal niet.
Bij Bellein Academie benaderen we boosheid zorgvuldig en lichaamsgericht. Je hoeft niets te forceren en je hoeft je boosheid niet uit te leven. Je leert haar verstaan als natuurlijke grensenergie, zodat je jezelf kunt inbrengen zonder jezelf of de ander kwijt te raken.
Wil je dit thema niet alleen begrijpen, maar ook in jezelf onderzoeken? Dan ben je welkom bij de workshop Waarom voel ik geen boosheid?
Je kunt je aanmelden via de website van de Bellein Academie.






