Masker lagere zelf hogere zelf mask lower self higher self
Opleiding lichaamsgericht hechtingstherapeut
Opleiding lichaamsgericht hechtingstherapeut
7 min

Het lagere zelf (the lower self)

7 min

Het lagere zelf: het deel dat je liever niet op de foto zet

Er zijn van die momenten waarop je jezelf achteraf hoort denken: wat deed ik daar nou?
Je was kortaf tegen iemand die niets verkeerd had gedaan. Je reageerde express onaardig tegen je partner om hem te laten voelen dat jij ook macht hebt. Je had een giftige gedachte die niet paste bij wie je graag wilt zijn. En daarna kunnen er twee dingen gebeuren: of je blijft in de hardheid, ik noem dat ook wel 'je houdt een hard hart', of beseft dat je boos was en ernaar handelde. Beide wegen kunnen zowel bewust als onbewust verlopen.

Wat het vervolg ook is na die boze handeling, je hebt hier te maken met een uithaal vanuit het lagere zelf.

Niet omdat je een slecht mens bent, maar juist omdát je mens bent. Een herkenbare menselijke laag: jouw vermogen tot hardheid, wrok, kleineren, wraak, genieten van de misser van de ander, of het besluit om niet meer open te gaan. Het lagere zelf is de plek waar je je afgesneden voelt, waar jouw energie niet meer stroomt in contact, maar zich terugtrekt in verdediging.

Wat is het lagere zelf?

Het lagere zelf is de bron van onze negatieve intenties en houdingen. Het is niet alleen “een slecht gevoel”, maar een houding die zich vastzet: ik vertrouw het niet, ik moet winnen, ik sta alleen, ik krijg toch nooit wat ik nodig heb, dan pak ik het maar terug.

Het lagere zelf is een vorm van afgescheidenheid: je gaat je ervaren als los van het geheel, los van anderen, en vanuit die afgesneden plek ontstaat er iets egocentrisch en defensiefs. Je maakt van de ander gemakkelijk een vijand, zodat je jezelf kunt rechtvaardigen in je hardheid.

Het belangrijke is dit: het lagere zelf ontstaat niet omdat je “slecht” bent, maar omdat je ergens ooit besloot dat voelen te gevaarlijk was, dat kwetsbaarheid te duur werd, en dat je jezelf moest beschermen. Alleen gaat die bescherming op een gegeven moment over in iets wat ook schade kan aanrichten, zeker als je er geen verantwoordelijkheid voor wilt nemen.

Waarom het zo moeilijk is om het te erkennen

Veel mensen geloven, diep vanbinnen: als ik dit in mij heb, ben ik niet meer liefde waardig.
Alsof je óf goed bent óf fout. Terwijl volwassen psychisch leven juist bestaat uit: je kunt liefdevol zijn én jaloers. Je kunt ruimhartig zijn én wraak voelen. Je kunt integer willen leven én soms de neiging hebben om te manipuleren.

Je draagt beide kanten in je. En wat van belang is, is dat je jouw negatieve stuk niet langer buiten jezelf parkeert, of alleen bij de ander neerlegt, maar het terugneemt als van jou. Wanneer je er verantwoordelijkheid voor wilt gaan nemen, dan pas kun je het transformeren.

Er zit iets paradoxaal moois in: op het moment dat je zegt “ja, dit hoort ook bij mij”, zakt er vaak juist iets van spanning. De trots hoeft minder hard te werken. Het verstoppen stopt. Er komt lucht.

Het lagere zelf is niet hetzelfde als “boosheid”

Boosheid is een normale emotie. Het kan een alarm zijn: hier gaat iets over mijn grens, hier klopt iets niet. We noemen dit ook wel positieve agressie. Je komt op een gezonde manier voor jezelf op zonder de ander te moedwillig pijn te willen doen.

Boosheid wordt pas lagere-zelf-boosheid wanneer de intentie verschuift naar: willen kwetsen, straffen, klein krijgen, terugpakken, gelijk halen, vernederen, of iemand op afstand houden zodat jij niet geraakt hoeft te worden.

Dat onderscheid is belangrijk, omdat veel mensen hun hele boosheid wegdrukken uit angst voor hun “slechte” kant. Dan krijg je onderdrukking, verdoving, en uiteindelijk een uitbarsting of een giftige onderstroom wat zich uit in passieve agressie. Een vorm van agressie waar je geen verantwoordelijkheid voor neemt.

Drie motoren van het lagere zelf: trots, eigen wil, angst

We herkennen drie kernkrachten die het lagere zelf aanjagen. Je kunt ze zien als drie manieren waarop je systeem verkrampt om controle te houden.

Trots is niet gezonde waardigheid, maar de kramp van vergelijken. Boven de ander willen staan. Trots houdt je “boven” je menselijkheid, omdat je bang bent dat je anders zelf vernederd en gekwetst wordt.

Eigen wil is de houding: ik wil wat ik wil, nu. Niet als gezonde keuzevrijheid, maar als een eis die vindt dat de ander moet buigen. Je ziet het in ongeduld, innerlijke hardheid, de neiging om door te drukken, te manipuleren of om je zin te krijgen.

Angst heeft in deze context de vorm van niet vertrouwen. Niet de korte golf van schrik, maar die diepere, chronische overtuiging: als ik loslaat, gaat het mis. Vanuit die houding ga je controleren, pleasen, of jezelf klein maken, en je rechtvaardigt dat als “veiligheid”.

Je herkent het lagere zelf in zinnen als:

  • “Ik hoop dat hij zich schuldig voelt.”
  • “Ik ben echt beter dan zij, hoor.”
  • “Als ik dit niet regel, loopt alles uit de hand want hij kan niets."
  • "Ik haat je."
  • "Ik zal je nooit vergeven."

Als deze uitspraken kent ieder mens diep van binnen en worden levend wanneer je je gekwetst voelt maar dat niet wilt toegeven. Je wilt je eigen kwetsbaarheid beschermen en kiest bewust of onbewust om flink uit te halen om de ander ook pijn te doen. Het zijn menselijke reflexen die ineens zichtbaar worden.

Het lagere zelf werkt vaak via verdoving

Wanneer je jezelf afsnijdt van je eigen pijn, snijd je jezelf ook af van verbondenheid met anderen. Verdoving is daarom geen neutrale toestand. Het is een verschuiving van levend contact naar “ik voel niets, en zo houd ik mij veilig”.

En dan komt er soms een volgende stap: je gaat harder worden, cynischer, afstandelijker, of je gaat juist subtiel steken. Verdoving kan uitlopen op onverschilligheid of op actieve schade. Niet omdat mensen monsters zijn, maar omdat het innerlijk systeem steeds verder probeert te voorkomen dat het iets moet voelen wat te pijnlijk is.

Waarom erkennen ook kracht teruggeeft

Wanneer je jouw lagere zelf blijft ontkennen, blijft het ondergronds werken. Dan ga je projecteren: de ander is de agressor, de ander is de egoïst, de ander is de schuldige. En het voelt echt alsof je gelijk hebt, je kunt het ook allemaal beargumenteren. Maar intussen word je steeds machtelozer, omdat je niet ziet dat je deze situatie zelf creëert.

Het lagere zelf is heel creatief, in negatieve zin. Het kan situaties oproepen, patronen in relaties herhalen, en precies hetgene uitlokken waar je bang voor was. Niet als magie, maar als dynamiek: als jij onbewust afstandelijk wordt om niet afgewezen te worden, voelt de ander dat en trekt terug, en jij denkt: zie je wel.

Het moment dat je verantwoordelijkheid neemt, komt er ook weer keuzevrijheid. Dan heb je ineens knoppen in handen: dit is mijn trots, dit is mijn eis, dit is mijn angst. Ik kan het zien, en dan kan ik anders kiezen. Daar zit de ware transformatie. Het gaat er niet om jouw lagere zelf weg te poetsen, het gaat erom dat je je er bewust van bent en dan kunt kiezen. Bijvoorbeeld door er niet aan toe te geven en je kwetsbaarheid te tonen of meteen na een uitval je verantwoordelijkheid te nemen en erop terug te komen, je excuses aan te bieden en eerlijk te vertellen hoe iets voor je voelt (en wat je nodig hebt). Wanneer nodig vraag je zelfs om vergeving. Een hele kwetsbare positie, maar wel een krachtige en helende beweging.

De neutrale observant als sleutel

Om met het lagere zelf te werken heb je een neutrale observant nodig: het deel in jou dat kan kijken zonder te vergoelijken én zonder jezelf af te maken.

Niet: “Ik ben slecht.”
Ook niet: “Ja maar, de ander begon.”
Wel: “Aha. Hier is mijn neiging om te straffen. Hier is mijn verlangen om te winnen. Hier is mijn daderschap.”

Dat is precies het soort eerlijkheid dat niet vernielt, maar opbouwt.

Een concreet voorbeeld uit het dagelijkse leven

Stel: je partner zegt iets achteloos, jij voelt een steek, en in plaats van het te zeggen trek je je eerst iets terug. Je wordt koel. Je reageert met één zin "Eikel, zoek het uit, ik wil helemaal niets met jou. Rot gewoon op." Je wilt de ander pijn doen, net zoveel als hij jou pijn heeft gedaan. Dat is lagere-zelf-energie: de intentie om te raken, omdat jij geraakt bent.

De oefening zit dan niet in lelijk doen, maar in één stap eerder: je reactie observeren en herkennen:

  • van je geraaktheid (wat hij zei deed me pijn);
  • ik wil dat niet voelen en daarom sluit mijn hart;
  • omdat mij hart sluit, word ik hard en wil ik hem ook pijn doen;
  • ik kan in mezelf zeggen:
    “Ik merk dat wat hij zei me pijn deed en nu voel ik dat ik hem ook pijn wil doen, ik wil hem nu laten voelen dat ik boos ben. Maar ik kan ook tegen hem zeggen wat me raakte.”
  • Nu heb je een keuze gecreëerd. 

Kleine oefening voor vijf dagen

Kies één relatie of één terugkerend moment op de dag (werk, partner, kind, collega) en kijk elke dag één keer met je observant.

Dag 1: Waar word ik klein, krampachtig, of hard? Wat is mijn automatische reflex?
Dag 2: Welke van de drie motoren zit eronder: trots, eigen wil, of angst?
Dag 3: Wat is mijn negatieve intentie, heel eerlijk? Wil ik straffen, gelijk halen, controle, wegblijven?
Dag 4: Wat beschermt dit? Welke pijn of kwetsbaarheid wil ik niet voelen?
Dag 5: Welke volwassen keuze kan ik maken die waar is én verantwoordelijk? Eén zin, één handeling, één grens.

Je hoeft het lagere zelf niet te bevechten. Je hoeft het ook niet te volgen. Je hebt het te zien, te erkennen, en de energie terug te brengen naar iets dat wél het leven dient.

Meer lezen of live ervaren?

Inleiding masker, lagere zelf en hogere zelf

Het masker dat we dragen

Het lagere zelf herkennen

Wat het lagere zelf je vertelt

Trots, eigen wil en angst

Het hogere zelf

Innerlijke beelden (images)


Wil je dit lichaamsgerichte hechtingswerk live ervaren?
Dat kan in individuele sessies begeleid door een professional. Of in het tweejarige trainingsprogramma Bellein Essence of beroepsopleiding tot lichaamsgericht hechtingstherapeut.


Kernwoorden: lagere zelf betekenis, schaduwkant, negatieve intentie, projectie, passief-agressief gedrag, verdoving, trots en schaamte, controle en angst, emotionele reacties, verantwoordelijkheid nemen, neutrale observant

Categorieën