
Innerlijke beelden die we geloven
Innerlijke beelden (images): hoe oude overtuigingen je reacties vandaag sturen
Soms denk je dat je reageert op wat er nú gebeurt, terwijl je eigenlijk reageert op een oud beeld dat zich onbewust razendsnel over het heden heen legt.
Je partner is wat stiller dan normaal, en in jou komt er meteen een gedachte die je doet terugtrekken: zie je wel, ik sta er alleen voor.
Je leidinggevende stelt een kritische vraag en je hoort jezelf plotseling als een meisje antwoorden, alsof je weer twaalf bent.
Iemand zegt “ik bel je later” en je voelt een steek in je hart en de gedachte "je laat me vallen," neemt het over.
Dat soort momenten zijn verwarrend, omdat er in de realiteit niet zoveel aan de hand is. Maar je systeem is in rep en roer: gevaar, terugtrekken, controleren, pleasen, bevriezen. En wat je ook doet om er realistisch naar te kijken, het patroon blijft onrust zaaien in je lichaam. Dit komt omdat er een oud beeld (image) is. Dergelijke innerlijke beelden kunnen door het minste of geringste geactiveerd worden zonder dat je het zelf door hebt; een blik, specifieke woorden, ogen die je op een bepaalde manier aankijken, onverwachte reacties.
Wat bedoelen we met een “innerlijk beeld”?
Een innerlijk beeld is een overtuiging van het kind in jou. Een overtuiging dat in je lichaam is opgeslagen en nog steeds als heel waar voelt, als werkelijkheid voelt. Het is een “zo is het”-conclusie die je als kind hebt getrokken om pijn te vermijden en om grip te houden op een wereld die soms te bedreigend voelde.
Zo’n innerlijk beeld (kindovertuiging of kindconclusie) is vaak oh zo pijnlijk. Zo kun je als volwassene nog steeds zinnen in je dragen (soms zelfs met beelden erbij) die van het kinddeel in jou zijn. Opgedaan in je jeugd en nog altijd pijn kunnen doen wanneer je het wordt aangeraakt. Er schuilt vaak veel verdriet, angst en/of boosheid in. Voorbeelden zijn:
- Mensen willen me eigenlijk niet echt;
- Als ik mezelf laat zien, gaat het mis;
- Liefde moet ik verdienen;
- Mensen zijn onbetrouwbaar;
- Als ik boos word, raak ik alles kwijt;
- Als ik niet sterk ben, word ik achtergelaten.
Je herkent het meestal niet als een idee. Je herkent het als een zekerheid. En precies daardoor stuurt het onbewust je gedrag. Je beseft niet wat jouw eigen gedrag veroorzaakt bij de ander. Daar sta je helemaal niet bij stil. Je bent bezig met je overtuiging en de reactie van de ander, alsof er een stille hoop onder ligt dat het dit keer anders zal gaan.
Het vreemde is: het beeld voelt als bescherming, maar het bouwt een gevangenis
Als kind is een beeld vaak een slimme oplossing. Je bent afhankelijk, je hebt weinig macht, en je zenuwstelsel wil vooral voorkomen dat dezelfde pijn opnieuw komt. Dus je trekt een conclusie en je gaat je daarnaar gedragen.
Alleen: jouw lichaam groeit door, jij wordt volwassen, maar die conclusie blijft van het kind en verandert niet mee. Het blijft hetzelfde en jij blijft ervan overtuigd dat het klopt wat je denkt.
En dan gebeurt er iets listigs: het beeld maakt zichzelf waar.
- Je verwacht afwijzing, dus je wordt (zonder het bewust te doen) wat voorzichtiger of juist afstandelijker. De ander voelt dat en reageert daarop, door zelf ook minder warm te zijn of de ander raakt er geïrriteerd door. Nu heb je gelijk gekregen. En jij denkt: zie je wel.
- Je verwacht dat niemand echt om je geeft, dus je vraagt niks, slikt je behoefte in, je wordt stil. De ander weet niet wat er speelt, en gaat zijn eigen gang. Het lijkt alsof het hem niets doet. Nu kun jij denken: zie je wel.
Dat is de cirkel: verwachting, gedrag, reactie, bevestiging.
Niet omdat de wereld je “per se” wil bevestigen, maar omdat jouw beeld zo overtuigend is dat je vanzelf selecteert wat past, en wegpoetst wat niet past. Je gaat leven met een bril die alleen nog maar één kleur doorlaat.
Een voorbeeld
Stel je voor: Eline is 34 en ze werkt in een klein team. Haar collega stuurt een kort bericht: “Kun je dit vandaag nog oppakken?”
Op papier is het een normale vraag. Maar in Eline gebeurt iets anders. Haar ademhaling wordt oppervlakkig en er komt meteen een gedachte in haar op die als een waarheid voelt: ik had dat meteen moeten doen, nu vinden ze me een prutser. Ze tikt terug: “Ja, ik pik het nu op, het komt goed!” en ze gaat als een speer.
Een uur later is ze boos. Niet op haar collega, maar op zichzelf. Ze wordt kortaf, voelt zich opgejaagd, en ergens onder die boosheid zit iets pijnlijks wat ze niet wil voelen: opgave. Het is het bekende gevoel dat ze altijd een loser zal blijven.
’s Avonds, wanneer het stiller is, kan ze het ineens horen: de stem in haar hoofd. Niet de inhoud, maar de toon ervan. Die droge, strakke woorden met een minachtend randje. Ze herkent het van vroeger. Thuis was waardering schaars, fouten werden uitvergroot, en snelheid was veiligheid.
Eline heeft een beeld dat al jaren mee reist: als ik niet perfect ben, word ik afgekeurd en stel ik niets voor. En dat beeld maakt haar tot de perfecte werknemer, tot iemand die alles opvangt, en tot iemand die zich tegelijk onzichtbaar en alleen voelt. Zover zelfs dat het leven soms uit haar lijf wegstroomt.
Het moment waarop er iets kan verschuiven is niet wanneer ze nóg slimmer gaat plannen, maar wanneer ze het beeld gaat zien als beeld en niet als werkelijkheid.
Hoe ontstaat zo’n beeld eigenlijk?
Als kind denk je in absolute conclusies en generaliseer je. Je hebt nog niet het brein om te nuanceren en je hebt weinig vergelijkings-materiaal. Daarnaast heb je niet het vermogen te bedenken dat de reactie van je vader of moeder wellicht onterecht is of niet passend is. Een kind denkt vrij snel dat het aan hem ligt.
Dus
- wanneer je kritiek of straf krijgt op iets wat je in alle onschuld hebt gedaan, dan maak je er van: ik ben slordig, ik ben dom, ik ben te veel. Je denkt niet: 'Ho ho, wacht eens even, ik moet dit nog leren, hè pa.'
- Of je wordt voor jouw gevoel genegeerd wanneer je verdrietig bent, dan maak je er van: mijn gevoelens zijn lastig, ik moet het zelf oplossen. Je denkt niet 'mama zit op dit moment ook aan haar taks, logisch dat ze even geen tijd heeft voor mij.
- Of je merkt dat nabijheid soms ook onveilig is, en je maakt er van: afstand houden is slimmer.
Dat is geen domheid. Dat is kinderlogica. En het is precies genoeg logica om te overleven. Later wordt het confronterend om te merken dat die kinderlogica onbewust nog steeds je volwassen leven bestuurt. En dit gebeurt oprecht de gehele dag!
Innerlijke beelden herken je aan drie signalen
Je hoeft niet meteen je hele geschiedenis te analyseren. Je kunt in het dagelijks leven al veel zien aan drie duidelijke signalen.
1. Je gebruikt superlatieven (woorden als altijd, nooit, allemaal)
“Altijd moet ik het dragen.” “Nooit word ik echt gezien.” “Mensen zijn nu eenmaal zo.” Zodra je in die taal schiet, is de kans groot dat je niet meer in de realiteit staat, maar door een oud beeld wordt geregeerd.
2. Je voelt een rare, bittere soort ‘gelijk’.
Na een teleurstelling denk je: ik wist het. Het is pijnlijk, maar het voelt ook als bevestiging. Dat “ik wist het” is vaak het beeld dat opgelucht ademhaalt, omdat zijn wereld weer klopt.
3. De emotie is groter dan het moment.
We noemen dat ook wel 'de reactie is buitenproportioneel.'
Je reactie is niet groter omdat je je aanstelt, maar groter omdat er meer meespeelt. Je voelt niet alleen nu, je voelt ook toen.
De neutrale observant: de plek die het beeld kan zien zonder erin te vallen
Hier komt je observant terug, die je in een ander artikel hebt kunnen lezen. En hij komt goed van pas in deze context.
Het werk begint niet met het wegduwen van het innerlijke beeld, maar met het ontwikkelen van een binnenplek die kan zeggen: dit is een oud patroon dat nu geactiveerd is. Zonder spot, zonder drama, zonder zelfkritiek.
En dan de kernvraag die het verschil maakt:
Welk deel in mij gelooft dit nu?
Vaak is dat een kinddeel dat ooit iets heeft besloten om pijn te vermijden. En vaak heeft dat kinddeel hulp nodig van je volwassen deel, dat vandaag wél kan dragen wat toen te groot en pijnlijk was.
Een kleine oefening: ontdek je beeld in het moment
Kies de komende vijf dagen één moment per dag dat je net niet lekker zat. Klein is genoeg. Een appje, een blik, een korte opmerking, een stilte.
Beantwoord binnen die context de volgende drie vragen:
- Wat gebeurde er feitelijk?
Eén zin, zonder interpretatie. - Wat was mijn onmiddellijke conclusie?
Dit is het beeld in actie. Laat hem maar rauw klinken. Vaak begint hij met: mensen zijn…, liefde is…, als ik… dan… zie je wel.... - Wat deed ik daarna?
Pleasen, terugtrekken, boos worden, uitleggen, harder werken, stil vallen.
Aan het eind van vijf dagen lees je het terug en zoek je de herhaling. De herhaling is bijna altijd verrassend simpel. Eén basisovertuiging die steeds opnieuw hetzelfde bewijs wil leveren.
Het kantelpunt: van “bewijs” naar “beeld”
Een beeld verliest niet meteen zijn kracht omdat je het begrijpt. Het verliest zijn kracht wanneer je het op tijd herkent, en wanneer je merkt dat je een keuze hebt in wat je ermee doet.
Je kunt nog steeds spanning voelen, je kunt nog steeds bang zijn, je kunt nog steeds de neiging hebben om te verdwijnen of te controleren, maar je hebt iets terug: een stukje ruimte tussen prikkel en reactie.
En in die ruimte kun je iets heel volwassen doen:
- Je kunt je behoefte in gewone taal uitspreken, zonder jezelf te verdedigen.
- Je kunt een grens zetten zonder hard te worden.
- Je kunt je teleurstelling voelen zonder er meteen een conclusie over jezelf van te maken.
Dat is het begin van een ander soort cirkel, eentje die niet gesloten is maar open: je verwacht iets nieuws, je handelt anders, je krijgt een andere reactie, en je ervaring wordt ruimer.
Innerlijke beelden veranderen niet door geweld, maar door licht. Door eerlijk kijken. Door jezelf niet meer kwijt te raken in wat ooit waar leek.
Kernwoorden:innerlijke overtuigingen, kindovertuigingen, oude patronen doorbreken, trigger reactie patroon, emotionele reactie te groot, projectie in relaties, pleasen en perfectionisme, observant oefenen, angst voor afwijzing, altijd nooit denken










