Masochistische karakterstructuur Bellein Academie
Bestaansrecht mogen zijn wie je bent
Marjolein van Belle
Bestaansrecht mogen zijn wie je bent
01/08/2026
7 min

Masochistische karakterstructuur

01/08/2026
7 min

De masochistische karakterstructuur in een notendop

Waarom zorgen voor een ander soms verandert in jezelf kwijtraken (en hoe je terugkomt)

Sommige mensen hebben een soort automatische stand: zorgen.

Je voelt snel aan wat de ander nodig heeft.
Je denkt vooruit. Je vangt op. Je houdt het rustig.
Je bent loyaal, betrokken, lief.

En vaak ziet niemand hoeveel er ondertussen op jouw schouders rust.

Wanneer zorgen geen keuze meer is

In het begin geef je aandacht en hulp omdat je dat wílt.

Maar op een gegeven moment kan het kantelen.
Dan voelt zorgen niet meer vrij, maar alsof het moet.
Dan ga je dingen denken als:

  • “Eerst moet het met de ander goed gaan, dán mag ik ontspannen.”
  • “Als ik geniet terwijl de ander lijdt, ben ik egoïstisch.”
  • “Ik moet dit oplossen, anders is het mijn schuld.”

Jezelf zijn, jouw eigen behoeften en verlangens volgen en genieten krijgen dan een bijsmaak.
Alsof het niet zomaar mag.

Je gaat jezelf inhouden

Als je lang in die stand staat, gebeurt er iets heel pijnlijks. Je besluit, vaak zonder het door te hebben: ik maak het in elk geval niet moeilijker voor de ander.

Dus bij die ander:

  • Lach je wat minder hard
  • Zeg je niet meer zo duidelijk wat je vindt
  • Slik je je irritatie in
  • Doe je de klussen die blijven liggen
  • Houd je rekening met ieders gevoel, behalve dat van jou

Je leven wordt dan langzaam een soort “braaf pakket”: netjes, helpend, aangepast.
En vanbinnen? Vanbinnen zit vaak iets anders.

Buiten “ja”, vanbinnen “nee”

Aan de buitenkant zeg je “ja”.
Maar in jezelf voel je steeds vaker: ik kan niet meer.

Dat innerlijke “nee” durf je meestal niet goed te laten zien.
Want daaronder zit vaak een oude angst:

“Als ik lastig word, houden ze niet meer van me.”  
“Als ik voor mezelf kies, dan verlies ik de ander.”
"Als ik voor mijn eigen behoefte kies, dan ben ik schuldig"

Dus je blijft meewerken.
Je blijft geven.
Je blijft dragen.

De verborgen pijn: je slikt alles in

Als je vooral bezig bent met het lot van de ander, komt jouw eigen gevoel in de knel.

Je bent geneigd alles te slikken, ook als het eigenlijk niet goed voelt.

Soms voel je zelfs schuld als iemand voor jou zorgt of jou de aandacht geeft. Alsof je daar geen recht op hebt.

En soms maak je het mooier dan het was.
Met een verhaal dat de pijn verzacht.

Niet omdat je liegt.
Maar omdat het veiliger voelt als niemand ziet hoe het écht met je is.

Er zit vaak ook schaamte: over wat er in je binnenste speelt, aan zorgen en problemen.

En dan komt iets belangrijks: Hoe meer je jezelf verbergt, hoe meer druk er ontstaat. Daardoor krijgt een essentieel stuk van jezelf geen kans. Namelijk: dat je partner jou echt mag zien.
En dat jij mag leunen.

Waar dit vaak vandaan komt: “ik moet de pijn bij de ander verlichten”

Bij veel mensen begint dit niet in de volwassen relatie, maar veel eerder. Tijdens je kindtijd.

Als je vader en/of moeder je niet konden geruststellen dat zij hun eigen verdriet konden dragen, kwam er al snel te veel bij jou te liggen.

Dan ontwikkel je als kind een stille opdracht: “Ik moet hun leven lichter maken.”

En die opdracht neem je later mee.

Dan raakt jouw liefde verbonden met inslikken:
als ik mij inhoud, is de ander oké.
Als ik sterk ben, blijft alles overeind.

Dit heet lotverbondenheid: je voelt je zo verbonden met het lijden van de ander, dat je het automatisch overneemt.

En jouw ademruimte? Die telt dan niet echt mee.

Onder druk: twee uitkomsten

Als je lang alles inhoudt, ontstaat er een hoge spanning in je systeem.
Je leeft dan vanuit “moeten” en “sterk zijn”, terwijl je dat wat jij zelf eigenlijk wil ergens naar de achtergrond verdwijnt.

Dan zie ik vaak twee reacties:

  1. Stille rancune
     Je wordt vanbinnen boos of bitter. Soms met gedachten die je afkeurt van jezelf. En ook dat genereert weer spanning.
  2. Een plotselinge ontploffing
     Er komt een moment dat de spanning in je lichaam niet meer te houden is.
    Je barst ineens uit. Je zegt opeens fel “nee”. Niet omdat je zo bent, maar omdat je systeem te vol is.

Dit is niet raar.
Dit is wat er gebeurt als iemand te lang boven zijn eigen draagkracht leeft.

De rekening van het geluk

Veel mensen die altijd geven, hebben vanbinnen een stille hoop. Niet eens heel bewust, maar wel echt: “Als ik maar genoeg doe, dan komt het ooit goed.”

Dan komt er rust. Dan komt er erkenning. Dan word ik gezien. Dan krijg ik ook liefde terug.

Die hoop houdt je op de been.
Ook als je moe bent. Ook als je eigenlijk al over je grens heen gaat.

Maar als 'de beloning' uitblijft, gebeurt er iets pijnlijks:

  • je voelt je leeg
  • je voelt je alleen
  • je voelt: ik geef zoveel, maar ik krijg niet echt terug wat ik nodig heb

Dat noemen we de rekening.
Je hebt hard gewerkt, veel gedragen, veel geslikt, herinneringen gemaakt, problemen opgelost… en toch voel je: waar ben ik in dit alles gebleven?
Dat is de prijs die betaald voor jouw dragen van de pijn van de ander, het lijden dat je op je hebt genomen.

En op een gegeven moment breekt er iets.
Niet omdat je ondankbaar bent.
Maar omdat je lijf en je hart niet eindeloos kunnen blijven geven zonder dat jij ook gevoed wordt.

Vanaf dat moment werkt “nog harder je best doen” niet meer.
Je systeem zegt: stop. Jouw lichaam is op.
En dat is vaak precies het moment waarop verandering eindelijk mogelijk wordt.....

De echte opdracht: onderscheid maken

De weg eruit begint met één vaardigheid: onderscheid leren maken tussen het lot van de ander en jouw lot.

Dat betekent:

  • het lijden van de ander hoort bij die ander en hoef jij niet over te nemen
  • ik mag betrokken zijn bij de ander, zonder mezelf te verliezen of op te geven
  • ik mag mijn eigen plek innemen, ook als de ander het moeilijk heeft

En hier zit een belangrijk en pijnlijk punt: als je stopt met het dragen van het lijden van de ander, kom je vaak schuld tegen.

Niet de schuld van “ik deed iets fout”.
Maar de schuld van: ik leef mijn eigen leven (en dat mag ik niet zolang jij verdriet en pijn hebt).
Het ongemak dat jij ruimte inneemt, geluk voelt, geniet… terwijl er óók pijn bestaat bij de mensen van wie je houdt.

Die schuld hoort bij mens-zijn.
Je hoeft hem niet weg te duwen.
Je mag hem aankijken en zeggen: we hebben allemaal pijn. Het leven is én zwaar én mooi. Dat ervaart ieder mens zo. En ik mag stoppen ook jouw lijden op mijn schouders te nemen.

Ik mag er ook zijn, zelfs als ik jouw pijn niet draag. Ik hoef mezelf niet weg te cijferen. Ook ik mag nog steeds bestaan en mijn leven leiden zoals ik dat wil, waar ik gelukkig van word. Ondanks al het lijden wat er in de wereld nou eenmaal is.

Rouw én dankbaarheid: twee kanten van hetzelfde leven

Je kunt pas echt genieten als je ook durft te voelen wat verdrietig is.

 Dat vraagt dat je:

  • de tijd neemt om te rouwen om wat pijn doet
  • erkent wat je mist of mistte
  • stopt met alles oplossen

En dan komt er ruimte voor dankbaarheid.
Niet als “positief denken”, maar als volwassen zien: Ik vier het leven, zonder het lijden te ontkennen.

Vrijheid begint met één vraag

De terugweg naar jezelf begint vaak met één simpele vraag: Wat wil ik?

Niet: wat is handig voor de ander.
Niet: wat houdt de vrede.
Maar: wat wil ik.

Dat betekent ook: je “ja” en je “nee” weer leren voelen.
En je wensen uitspreken.

Heel concreet:

  • Dit wil ik wel dragen.
  • Dit wil ik niet meer dragen.
  • Dit heb ik nodig om beschikbaar te blijven.

Je lichaam helpt je terug

Omdat dit patroon niet alleen in je hoofd zit, werkt de sleutel ook via je lijf.

Ontspanning en ontlading zijn geen luxe.
Ze zijn onderhoud.

Bewegen, sporten, wandelen, dansen, sauna, iets dat aan jou levenslust teruggeeft.
Niet als beloning na het zorgen.
Maar omdat jij jouw systeem moet ontladen zodat je jouw leven kunt leven zoals jij wilt en daarvan mag genieten.

En tot slot: expressie

Onder dit patroon dat je leeft, zit vaak ook woede.
Onderdrukte kracht.

Niet “verkeerde” woede, maar energie die te lang is ingeslikt.

Als je dat nooit onder ogen ziet, gaat die energie ergens heen: tegen jezelf, in spanning, in piekeren, in hardheid, in plotselinge uitbarstingen.

Dus een deel van je weg is:

  • erkennen: “ja, dit zit er”
  • leren uiten op een veilige manier
  • zodat je weer levend wordt in plaats van vooral verdoofd zijn

Herkenbaar?

Als je dit herkent, dan is dat geen zwakte.
Het is een oud systeem dat ooit logisch was.

Je hoeft je liefde niet minder te maken.
Je hoeft je zorgzaamheid niet kwijt.

Maar je mag hem terughalen uit het “moeten”.
Terugbrengen naar keuze.

Zodat je niet meer leeft alsof geluk pas mag nadat alles is opgelost.
Maar leert leven met twee handen:

  • één hand die verdriet kan dragen
  • en één hand die lichtheid durft vast te houden

Het vraagt werken aan jezelf. Op een liefdevolle en zachte manier.

Leren luisteren naar je lichaam en daar jouw eigen antwoorden horen. Daar ruimte voor leren maken zelfs als dat spannend voelt.

Professionele hulp

Vaak heb je iemand nodig die met je meekijkt, omdat er zoveel onbewust blijft, zoveel verborgen ligt omdat het simpelweg te spannend voelt met de vastgeroeste patronen te stoppen. Soms zelfs te levensbedreigend.

Een lichaamsgericht hechtingstherapeut kan je erin bijstaan. Daar waar je al je hele leven hebt gezorgd, mag er nu voor jou gezorgd worden zonder dat er overgenomen wordt. Je mag worden ontmoet in wie jij werkelijk bent met al jouw verlangens en behoeften. Met je "ja" en met je "nee".

Wil je de tijd nemen en een langer traject volgen waarbij je de diepte in duikt? Kijk eens bij de tweejarige training Bellein Essence.

Ambieer je lichaamsgericht hechtingstherapeut te worden?
Kijk eens bij de beroepsopleiding tot lichaamsgericht hechtingstherapeut.


Reacties
Categorieën