
De rigide karakterstructuur
De rigide karakterstructuur
Perfectie, beheersing en het gevecht tussen hart en ideaalbeeld
Stel je iemand voor die zijn leven behoorlijk op orde heeft. Agenda strak georganiseerd, huis verzorgd, werkresultaten op niveau. In een vergadering komt hij voorbereid binnen, weet waar het over gaat en heeft zijn emoties onder controle. Mensen omschrijven haar als betrouwbaar, professioneel, elegant, iemand van wie je weet dat het goed komt.
Van binnen speelt vaak iets anders. Er is spanning in het lijf, een voortdurende innerlijke correctie. Was dit wel de juiste reactie? Had ik anders moeten kiezen? Had ik meer mijn best moeten doen, minder gevoelig moeten zijn, sterker moeten overkomen? Fouten voelen groter dan ze in werkelijkheid zijn, ontspanning is lastig als dingen niet netjes afgerond zijn.
In de taal van de karakterstructuren noemen we dit de rigide karakterstructuur. In sommige moderne beschrijvingen gaat het over mensen bij wie vorm, controle, waarden en schoonheid een belangrijke plek innemen, terwijl spontane gevoelens onder druk staan. In dit artikel kijken we naar hoe deze structuur ontstaat, hoe zij zich toont in lichaam en leven, welke kwaliteiten erin verscholen liggen en wat er nodig is om minder vanuit controle en meer vanuit geïntegreerde stevigheid te leven.
Waar gaat de rigide structuur over?
De rigide structuur hoort bij een latere ontwikkelingsfase dan de andere structuren: de periode waarin een kind zichzelf als jongen of meisje gaat beleven, nieuwsgierig wordt naar zijn lichaam, speelt met verleiden en terugtrekken, concurrentie, winnen en verliezen, morele regels, “goed” en “fout”.
In een gezonde omgeving krijgt het kind ruimte om die krachten te verkennen. Er mag gespeeld worden met aandacht, trots, verliefdheid, prestaties, terwijl ouders aanwezig blijven als betrouwbare basis en duidelijke grenzen stellen. Er is zowel warmte als richting.
In een minder veilige context raken die krachten beladen. Bijvoorbeeld wanneer seksualiteit in het gezin beladen, taboe of grensoverschrijdend is. Wanneer gevoelens van trots, verlangen of rivaliteit worden beschaamd, genegeerd of juist gebruikt. Of wanneer prestaties en uiterlijk heel sterk verbonden raken met liefde: je bent gewenst zolang je het goed doet, je inhoudt, past in het plaatje.
De rigide oplossing is dan: gevoelens en rauwe impulsen onderbrengen in een systeem van controle. In plaats van direct voelen en uitdrukken gaat het kind zich richten op “hoe het hoort”. Het lijf wordt gehouden, de rug gestrekt, het hart op afstand gehouden van al te grote golven. De innerlijke boodschap wordt: ik ben veilig zolang ik het goed doe, zolang ik in control blijf, zolang niemand ziet hoe chaotisch en intens het van binnen kan worden.
Hoe vormt deze structuur zich in het lichaam?
Bij de rigide structuur zie je in het lichaam vaak veel lengte, vorm en spierspanning. Het lijf presenteert zich. Schouders recht, bekken gekanteld in een positie die er mooi uitziet, buik aangespannen, kaken licht aangespannen zonder dat het direct opvalt. De houding straalt beheersing en waardigheid uit, soms gecombineerd met een zekere elegantie.
De spanning concentreert zich geregeld rond bekken, buik, onderrug en borst. Het gebied van hart en seksualiteit wordt als het ware in vorm gehouden. Er is vaak goede spiertonus in benen en romp, maar de flexibiliteit kan beperkt zijn. Buigen, losschudden, ongeremd bewegen voelt snel ongemakkelijk of “onwaardig”.
De adem blijft regelmatig hoger in de borst, met beperkte doorstroming naar onderbuik en bekken. Lichaamsdelen die met sensualiteit en overgave te maken hebben, worden onbewust bewaakt. Het lijf mag gezien worden, maar dan graag op een gecontroleerde manier: mooi, sterk, verzorgd, niet rommelig of ongeremd.
De innerlijke wereld: ideaalbeeld, hart en controle
Van binnen leven bij de rigide structuur sterke idealen. Idealistische beelden over hoe je hoort te zijn als partner, ouder, professional, mens. Die idealen kunnen verbonden zijn met morele waarden, met religieuze of culturele normen, met familiewaarden, of simpelweg met een hoog persoonlijk perfectionisme.
Gevoelens worden snel naast die idealen gelegd. Jaloezie, rivaliteit, seksuele fantasieën, diepe afhankelijkheid, rauwe boosheid: ze botsen met het zelfbeeld van iemand die “redelijk”, “netjes” en “waardig” wil zijn. De oplossing is vaak innerlijke splitsing. Een deel van de gevoelens wordt toegelaten en netjes verpakt, een ander deel wordt ontkend, weggedrukt of geprojecteerd op anderen.
Dat levert een voortdurende innerlijke dialoog op. Heb ik niet te veel gevraagd? Had ik professioneler moeten reageren? Had ik minder gevoelig moeten zijn? Onder die correctie ligt vaak een intens hart: verlangen naar warmte, passie, wederkerigheid, zich helemaal verbinden met iemand. Dat verlangen is er, maar wordt bewaakt door het pantser van vorm en controle, omdat vroegere ervaringen hebben geleerd dat je je kunt branden aan overgave.
In het dagelijks leven: “het goed doen” als tweede natuur
In het dagelijks leven is de rigide structuur vaak sociaal gewaardeerd. Deze mensen functioneren, komen hun afspraken na, zorgen dat dingen op orde zijn, nemen verantwoordelijkheid. Je herkent hen aan zinnen als: “Ik wil het gewoon goed doen”, “Zo hoort het toch?” of “Slordigheid trek ik slecht.”
In werkcontext zie je dat zij zich gemakkelijk identificeren met rol en taak. Ze hebben vaak hoge standaarden, zowel voor zichzelf als voor anderen. Complimenten worden wel gewaardeerd maar ongemakkelijk ontvangen; kritiek kan diep binnendringen, ook als die mild bedoeld is. Fouten raken niet alleen aan gedrag, maar ook aan waardigheid.
In relaties is er vaak een subtiel spel tussen nabijheid en beheersing. Intimiteit wordt gezocht, maar binnen een kader. Er kan bijvoorbeeld een sterke behoefte zijn aan harmonie, terwijl conflicten worden afgevlakt of uitgesteld tot het echt niet meer anders kan. Seksualiteit kan aan de buitenkant prima lijken, terwijl er van binnen veel spanning en schaamte rond verlangen leeft.
Veel mensen met rigide trekken ervaren dat ze “met hun hoofd” snappen dat ze wel eens los mogen laten, maar dat hun lijf en zenuwstelsel op slot schieten wanneer het werkelijk onvoorspelbaar of intens wordt. Dansen zonder na te denken, huilen waar iemand bij is, openlijk zeggen dat je iemand aantrekkelijk vindt, of toegeven dat je het niet weet: het zijn bewegingen die direct botsen met het oude streven naar controle en waardigheid.
Wat ligt eronder? Het verlangen om heel te mogen zijn
Onder de rigide structuur ligt een verlangen dat verrassend eenvoudig is en tegelijk diep gaat: mogen bestaan met hart, lichaam, seksualiteit én geweten in één geheel. Niet kiezen tussen “keurig” en “levendig”, tussen “waardig” en “gevoelig”, tussen “harde werker” en “iemand met rauwe verlangens”, maar ervaren dat dit allemaal bij een mens hoort.
De pijn van deze structuur zit vaak in ervaringen waarin een kind leerde dat bepaalde gevoelens gevaarlijk of beschamend zijn. Bijvoorbeeld omdat ouders zelf moeite hadden met hun lichaam, met conflict of met seksualiteit, of omdat er verwarring was tussen ouder-rol en partner-rol. De boodschap werd dan: wat jij voelt, mag er niet zijn, is verkeerd, is te veel, schaadt anderen.
Het kind heeft zichzelf beschermd door die gevoelens weg te zetten achter muren van beheersing, prestaties en esthetiek. De prijs daarvan is dat ook de levendigheid die bij die gevoelens hoort, vast kwam te zitten. Op volwassen leeftijd is er dan een subtiele leegte: het leven klopt op papier, maar er ontbreekt iets van vuur, spontaniteit, onopgesmukte nabijheid.
De kwaliteiten van de rigide structuur
Wanneer de rigide structuur meer geïntegreerd raakt, worden de kwaliteiten die erin zitten duidelijker. Mensen met rigide trekken brengen vaak helderheid, structuur en betrouwbaarheid. Ze hebben gevoel voor vorm, zien hoe dingen kloppend kunnen worden gemaakt, hebben oog voor schoonheid en proportie.
In samenwerking zijn het vaak mensen die een project tillen naar een hoger niveau, simpelweg doordat zij niet snel genoegen nemen met half werk. Ze kunnen een moreel kompas bieden in situaties waar anderen opportunistisch worden. Hun waardigheid en gevoel voor rechtvaardigheid kunnen verbindend werken, mits die niet wordt gebruikt om boven anderen te staan, maar om het geheel te dienen.
Een ander belangrijk talent is de capaciteit om onderscheid te maken. Zij voelen vaak goed aan wat passend is in een bepaalde context. Wanneer dat onderscheid niet langer voortkomt uit schaamte of angst, maar uit innerlijke afstemming, ontstaat een vorm van volwassenheid die steunend is voor de omgeving.
Heling: van strak houden naar belichaamde waardigheid
Werken met de rigide structuur vraagt om een balans tussen respect voor waarden en uitnodiging tot verzachting van controle. Een directe oproep om “het masker af te zetten” of “je gewoon te laten gaan” raakt vaak direct aan schaamte. Het risico is dan dat iemand zich terugtrekt in rationaliseren of in het beoordelen van het proces.
In lichaamsgericht werk begint heling vaak bij veiligheid in het lichaam. Dat betekent niet abrupt alle controle loslaten, maar contact maken met draagkracht in benen en bekken, met een adem die verder naar beneden mag, met bewegingen die iets minder “netjes” zijn dan gewend en toch te hanteren blijven. Het lijf krijgt nieuwe ervaringen: het mag bewegen zonder meteen te ontsporen.
Daarnaast is het belangrijk om ruimte te maken voor ambivalente gevoelens. Iemand met rigide trekken kan tegelijkertijd trots zijn op zijn precisie en eronder lijden; verlangen naar passie en bang zijn voor verlies van controle; conflicten willen aangaan en harmonie willen bewaren. In therapie kunnen deze tegenstrijdigheden benoemd worden zonder moraliserende laag, waardoor het zenuwstelsel leert dat spanning tussen polen niet direct opgelost hoeft te worden.
Een concreet deel van het proces is oefenen met “niet perfect”. Iets delen terwijl het nog niet af is, een ervaring uitspreken die niet volledig doordacht is, een beweging maken die er onhandig uitziet, een sessie eindigen zonder dat alles keurig is afgerond. Zulke momenten zijn voor de rigide structuur ingrijpender dan ze voor de buitenwereld lijken. Ze breken de koppeling tussen waardigheid en perfect functioneren.
Lichaamsgerichte hechtingstherapie en de rigide structuur
Binnen lichaamsgerichte hechtingstherapie wordt de rigide structuur gezien als een hechtingsvraagstuk rondom waardigheid, verlangen en veiligheid in nabijheid. Het kind dat ooit leerde dat bepaalde gevoelens te veel waren, heeft zichzelf georganiseerd rond controle en vorm om die gevoelens niet opnieuw tegen te komen.
In therapie wordt daarom voortdurend gewerkt op twee niveaus. In het lichaam wordt onderzoek gedaan naar waar spanning vasthoudt wat niet gevoeld mocht worden: bekken, buik, borst, kaken. Door subtiele beweging, adem en contact kan langzaam meer gevoel doordringen zonder dat het systeem overspoeld raakt.
In de relatie tussen cliënt en therapeut wordt ruimte gemaakt voor thema’s als idealisering, rivaliteit, aantrekking, teleurstelling en schaamte. Dat vraagt dat de therapeut niet alleen als “professionele functie” aanwezig is, maar ook als mens die geraakt kan worden, grenzen heeft, iets wel of niet prettig vindt. Zo kan iemand met rigide trekken ervaren dat contact intiem en waarachtig kan zijn zonder dat het meteen zijn vorm verliest of overschrijdend wordt.
Langzamerhand groeit een innerlijke ervaring waarin hoofd, hart en lichaam elkaar minder bestrijden. Controle hoeft niet weg, maar schuift terug naar zijn plaats als vaardigheid in plaats van verdedigingsmuur. Waardigheid wordt dan niet langer afgeleid uit prestaties en perfectie, maar uit congruentie: overeenstemming tussen binnen en buiten.
Tot slot
Met de rigide karakterstructuur zijn de vijf klassieke structuren van Reich en Lowen rond: schizoïde, oraal, psychopathisch, masochistisch en rigide. In het werk met mensen blijkt zelden iemand één “zuivere” structuur te hebben. Meestal zie je een unieke combinatie, met een paar patronen op de voorgrond en andere op de achtergrond.
Het doel van deze reeks is niet om mensen in hokjes te plaatsen, maar om taal te geven aan de manieren waarop we onszelf ooit hebben beschermd. Door te begrijpen hoe een structuur in je lijf en leven werkt, ontstaat ruimte voor minder oordeel en meer keuze. Dat is de kern van lichaamsgericht hechtingswerk: stap voor stap ontdekken dat er meer mogelijk is dan de oude reflex, zodat je met meer aanwezigheid, vrijheid en verantwoordelijkheid in je eigen leven kunt staan.










