
Bang om verlaten te worden: waarom je blijft zoeken naar zekerheid
Ik voel me een dolende ziel die nergens kan landen
- Waarom voel ik me ineens zo alleen terwijl alles goed gaat?
- Waarom kan een klein ding me zo raken in mijn relatie?
- Waarom ga ik in mijn hoofd rekenen in relaties?
- Wat doe je als je partner naar bed gaat en jij in paniek raakt?
Herken je deze vragen? Dan is dit artikel van waarde om te lezen.
Alles om de dreigende pijn voor te zijn
Chris kijkt me aan en zegt heel zacht: “Ik voel me mijn hele leven al een dolende ziel.” De tranen staan in haar ogen en ze houdt ze deels in, alsof het niet mag. Alsof haar diepe eenzaamheid niet in zijn volledigheid door mag dringen, te groot voor een mens om het in zijn volle omvang waar te laten worden.
Haar woorden raken mij, ik kan haar diepe eenzaamheid voelen. Ik zie een eeuwig zwervend iemand die de rust en warmte maar niet kan vinden. Dat waar ze het meest naar verlangd; een plek waar ze zich veilig voelt waardoor ze eindelijk kan ontspannen.
Haar leven aan de buitenkant is volgens de maatschappelijk normen op orde; werk, vrienden, een partner, een huis. Maar aan de binnenkant heerst iets anders. Zo op een doordeweekse avond kan er iets kleins, ogenschijnlijk onbeduidends gebeuren waardoor ze weer datzelfde oude gevoel krijgt: alsof ze nergens echt mag landen.
Het zit bijvoorbeeld in hoe haar partner zonder nadenken zegt: “Ik ben zo moe, ik ga alvast naar bed.” Een normale zin, voor hem zonder bijbedoelingen. Alleen gebeurt er bij haar iets wat veel groter is dan dat moment. Ze blijft nog even in de woonkamer, kijkt naar het licht in de keuken, en merkt dat haar hoofd meteen begint te denken. Hoeveel tijd samen de afgelopen weken? Hoeveel echte aandacht? Hoeveel nabijheid? Ze voelt de neiging om iets te doen dat de onrust verdrijft: televisie gaan kijken, een scherpe opmerking maken naar haar partner, of juist extra lief doen, of in stilte verdwijnen. Dat laatste is iets wat ze heel goed kent. Alles om de dreigende pijn voor te zijn.
Doe ik ertoe?
Wat eronder zit is geen drama en geen aanstellerij. Het is een oeroude vraag die je als volwassene nog steeds in je kunt hebben alsof hij gisteren ontstaan is: besta ik voor jou, doe ik ertoe voor jou, mag ik bij jou horen?
Die vragen klinken eenvoudig, maar ze komen uit een laag waar taal vaak tekortschiet. Het is geen filosofische twijfel, het is een lichamelijke onzekerheid die ineens opspeelt, alsof er in één seconde de grond onder haar voeten wegvalt. Ze beschrijft het alsof ze in een keer in een bodemloze put valt. Er voelt een leegte achter haar borstbeen die schrijnend is, gevolgd door een onrust die meteen op zoek gaat naar een oplossing, omdat haar systeem geleerd heeft dat je niet kunt wachten. Wachten is gevaarlijk. Wachten betekent: als ik nu niet handel, dan kan de ander mij pijn doen. In dit geval door me achter te laten. Koste wat het kost moet ik dat voor blijven, dus ik moet nú in actie komen.
De kracht van onvoorwaardelijke liefde
In haar jeugd was er geen vanzelfsprekende plek om te landen. Niet in de zin dat er altijd iets vreselijks gebeurde, maar in de zin dat er niet dat stille, betrouwbare gevoel was van: ik word vastgehouden, ook als ik lastig ben, ook als ik verdrietig ben, ook als ik even niets teruggeef. Voor sommige kinderen is die basis er. Als ze vallen, huilen, schrikken, worden ze opgevangen, gekoesterd en geknuffeld, Zo leert hun binnenwereld: ik ben niet alleen, ik mag zijn wie ik ben, ik mag terugkomen als ik wegloop of iets fout doe, ik hoor erbij, het is veilig. Er is onvoorwaardelijke liefde.
Bij Chris werkte het anders. Ze leerde al vroeg dat haar ouders niet echt beschikbaar waren op de momenten dat het ertoe deed. Soms waren ze er fysiek, maar niet met hun aandacht en hun liefde. Soms waren ze vriendelijk, maar ook snel geïrriteerd. Soms was er zorg, maar met een ondertoon van: stel je niet aan. En soms was er helemaal niets. Zo'n soort jeugd maakt een kind (hyper) alert, altijd opletten, altijd zoekend naar momenten van warmte en rust, iets waar ze zo naar verlangen.
En dat is ook precies wat Chris deed. Als klein meisje was haar focus naar haar omgeving. Ze keek niet vanuit ontspanning, maar vanuit noodzaak. Wie is in welke bui? Wat kan ik zeggen zodat het goed blijft? Wat kan ik beter niet laten zien? Alles, met de hoop op een kans; een kans op een aai over haar bol, een liefdevolle aanraking en arm om haar heen.
Je kunt je voorstellen hoe vermoeiend dat is, en toch voelt het voor een kind heel logisch. Een kind heeft geen andere keuze. het zal altijd hoop blijven houden.... 'Misschien vandaag, misschien is het er dit keer wel.'
De zoekbeweging
Die zoekbeweging kan op volwassen leeftijd blijven bestaan, al ziet hij er dan anders uit. Dan heet het geen “mama die mij troost” meer, maar “een partner die me geruststelt”, “iemand die mij kiest”, “een collega die mij bevestigt”, “een omgeving waarin ik zeker weet dat ik erbij hoor”. Het verlangen is nog steeds hetzelfde: armen die je veilig houden en een stem die zacht zegt dat het goed is, dat je mag blijven, dat je niet weer weg hoeft.
Hier begint vaak ook de verwarring. Want als je dit niet hebt gehad, kan het lijken alsof je het nu eindelijk moet krijgen om verder te kunnen. Alsof je volwassen leven pas echt kan beginnen als iemand jou alsnog geeft wat je toen miste. Dat is begrijpelijk. Er zit iets in dat deel dat zegt: ik heb dit nog te goed. Ik wil dat het eindelijk klopt. Ik wil dat iemand dit voor mij doet, zoals het had moeten gebeuren.
Op een dag komt dat deel soms naar de oppervlakte drijven, vaak door iets kleins dat het triggert. Soms komt het als verdriet, soms als jaloezie, soms als boosheid die je liever niet voelt.
Chris zegt het ook hardop in mijn stoel, met een kinderlijke felheid die haar zelf even laat schrikken: “Waarom zou ik het nu uit mezelf moeten halen? Dat is toch oneerlijk. Ik wil het ook gewoon krijgen. Net als al die anderen.”
Rouw
Daar zit geen verwendheid in. Dat is rouw. Rouw om iets wat je nooit hebt gehad, maar wel had moeten krijgen als kindje. Rouw om de tijd die je kwijt bent geweest aan zoeken, aan hopen, aan wachten op iets dat niet kwam. Het is ook rouw om de illusie dat het later vanzelf zou gebeuren, dat er op een dag iemand zou verschijnen die je precies die veilige landing zou geven waardoor je voorgoed rustig wordt.
Die rouw hoort bij het pad. Alleen: rouw alleen verandert je patroon niet. Het maakt je wel eerlijker. Het haalt de schaamte eraf. Het laat zien dat het verlangen echt is, en dat het logisch is. En precies vanuit die eerlijkheid kun je een andere beweging leren: niet langer zoeken buiten jezelf alsof iemand anders jou moet redden, maar leren landen in jezelf zonder het gemis weg te poetsen.
Dat klinkt soms als een spirituele slogan, en daar haken mensen dan meteen op af, omdat het voelt alsof je wordt afgescheept: “regel het maar zelf.” Zo bedoel ik het niet. Leren landen in jezelf is geen ontkenning van wat je nodig had. Het is een volwassen antwoord op een oud tekort, juist omdat je jezelf niet langer wilt laten sturen door de angst en paniek van “ik ben straks weer alleen.”
Jezelf niet meer verlaten
De grootste hindernis is vaak het masker. Niet een masker van nepheid, maar een masker van competentie. De laag die je heeft geholpen om door te gaan. De laag die sociaal is, slim, zorgzaam, sterk. De laag die snel ziet wat er nodig is en het regelt. Die laag is lang je redding geweest. Alleen heeft hij ook een prijs: hij houdt je weg bij het deel dat bang is, dat huilt, dat wil leunen, dat wil horen: jij ben belangrijk. Want kwetsbaarheid voelde vroeger als gevaarlijk. Kwetsbaarheid maakte je afhankelijk. Kwetsbaarheid betekende teleurstelling.
Dus zodra die oude vraag opspeelt, gaat het masker aan het werk. Je wordt extra lief om de verbinding te kopen. Je wordt scherp om de ander klein te maken voordat jij je klein voelt. Je verdwijnt om niet gezien te worden in je behoefte. Je wordt rationeel om jezelf te overtuigen dat je nergens om hoeft te vragen. De vormen verschillen, maar het doel is hetzelfde: niet voelen hoe groot het eigenlijk is.
Het punt is niet dat je dat masker moet “afbreken”. Het punt is dat je leert herkennen wanneer hij het stuur overneemt, zodat je er een volwassen keuze tussen kunt zetten. Dat is heling: niet een leven waarin je nooit meer geraakt wordt, maar een leven waarin je jezelf niet meer verlaat zodra je geraakt wordt.
Veel mensen denken dat vrij leven betekent dat je nergens meer last van hebt, dat je eindelijk “klaar” bent. Alsof heling een soort eindstation is waar alleen nog rust en licht is. Dat beeld maakt de werkelijkheid extra moeilijk, omdat je dan denkt dat je faalt zodra je weer verdrietig bent, jaloers, bang of boos.
Vrij leven is eerder: je kunt geraakt worden, en toch bij jezelf blijven. Je kunt teleurgesteld zijn, en toch helder blijven. Je kunt verlangen voelen, en het durven uitspreken zonder het als eis neer te leggen. Je kunt boosheid merken en hem gebruiken als informatie, niet als wapen. Je kunt rouw voelen zonder dat je meteen iets hoeft te fixen.
De grootste hindernis overwinnen vraagt moed
Dat vraagt moed, omdat het vraagt dat je jezelf onder ogen komt. Niet de mooie versie, maar de hele versie. De versie die soms volwassen is en soms ineens klein, de versie die groot kan liefhebben en tegelijk bang kan zijn om verlaten te worden. Het vraagt eerlijkheid, omdat je jezelf niet meer kunt sussen met “het gaat wel.” Het vraagt compassie, omdat je anders weer dezelfde val maakt die je al zo goed kent: jezelf bekritiseren omdat je niet “ver genoeg” bent.
In de praktijk begint dit pad met iets heel eenvoudigs, en tegelijk is het voor veel mensen het lastigste wat er is: vertragen op het moment dat je ego wil versnellen. Niet pas achteraf begrijpen wat er gebeurde, maar halverwege het moment voelen: dit is die oude vraag. Dit is dat deel in mij dat zoekt en wil fixen.
Wanneer Chris' partner zegt dat hij gaat slapen, zou ze kunnen merken: ik wil hem nu achtervolgen, of ik wil hem straffen met afstand, of ik wil doen alsof het me niets doet. Ze zou kunnen oefenen om met één zin haar kwetsbaarheid te tonen.
Bijvoorbeeld: “Ik merk dat ik onrustig word als je nu gaat. Wil je me even vasthouden voordat je naar boven gaat?” Of: “Ik mis je vandaag. Kunnen we morgen echt tijd maken?”
Het zijn eenvoudige zinnen, maar voor iemand met dit oude tekort zijn ze allesbehalve eenvoudig. Ze vragen dat je jezelf laat zien zonder garantie.
Niet meer verdwijnen, maar blijven
Soms volgt dan precies waar je bang voor bent: de ander begrijpt het niet meteen. De ander zegt iets onhandigs. De ander kan het niet geven. En dan komt de volgende laag van heling: je leert bij jezelf blijven ook als de ander niet precies goed reageert. Je leert jezelf opvangen in de teleurstelling, in plaats van terug te schieten naar controle, pleasen of verdwijnen.
Dat is ook het moment waarop de oneerlijke rekening weer even voelbaar kan worden. Want ja, je had dit als kind moeten krijgen. En ja, het is pijnlijk dat je het nu zelf moet leren. Alleen is de winst dat je het niet meer hoeft te blijven zoeken op een manier die je op den duur leeg maakt. Je leert dat nabijheid fijn kan zijn, maar niet meer de enige bron van je bestaansrecht.
Wanneer je dat begint te beseffen, verandert er iets subtiels. Je merkt dat je minder hoeft te testen. Minder hoeft te gokken. Minder hoeft te scannen. Je kunt meer in de relatie zijn zoals je bent, omdat je niet meer met je hele gewicht leunt op de ander om je veilig te voelen. Je verlangt nog steeds. Je zult nog steeds geraakt worden. Het leven zal je situaties geven die pijn doen. Alleen: je hoeft niet meer te zwerven.
Dan komt een andere vraag tevoorschijn, één die niet vanuit paniek komt maar vanuit volwassenheid: wat heb ik nu nodig, en kan ik dat helder maken zonder mezelf kwijt te raken? En als het niet kan, kan ik dan bij mezelf blijven zonder mezelf te verlaten?
Ze zegt aan het eind van de sessie zacht: “Dus het gaat niet om nooit meer pijn hebben.” Ik schud mijn hoofd. “Nee,” zeg ik, “het gaat erom dat jij niet meer verdwijnt zodra het pijn doet. Jij bent er nu voor jou.” Ik kijk haar aan en zie plots de tranen die over haar gezicht rollen. Alsof ze voor het eerst voelt dat die dolende ziel niet hoeft te blijven rond zwerven, omdat er iemand in haar wakker wordt die zegt: ik blijf bij jou.
Herken je jezelf hierin en heb je hulp nodig?
Neem dan contact op met een van ons of zoek een lichaamsgerichte hechtingstherapeut die jou begeleidt door deze fase.
Wil je meer lezen? Bekijk deze artikelen eens.
Over hechtingspatronen in relaties.
Innerlijke onrust en anxiety
Inleiding in masker, lagere zelf en hogere zelf
Angst, verplichting en schuldgevoel
FAQ
1) Wat is verlatingsangst in een relatie?
Verlatingsangst in een relatie is de angst dat de ander afhaakt, afstand neemt of jou niet meer kiest, ook als daar in het moment geen bewijs voor is. Het voelt niet als “een gedachte”, maar als een dreiging die je hele systeem op scherp zet. Daardoor ga je vaak sneller reageren dan je eigenlijk wilt, met pleasen, controleren, terugtrekken of een scherpe toon.
2) Hoe herken ik verlatingsangst (signalen)?
Vaak herken je het aan onrust bij kleine dingen: een kort appje, minder aandacht, een partner die moe is, iemand die later reageert. Je hoofd gaat rekenen en invullen, je gedrag wil iets forceren: contact zoeken, testen, afstand nemen of doen alsof het je niets doet. Achteraf zie je het meestal helderder dan tijdens het moment zelf.
3) Waarom word ik zo onrustig als mijn partner afstand neemt of naar bed gaat?
Omdat afstand voor jouw systeem niet alleen “afstand” is, maar een oude betekenis kan krijgen: ik ben niet belangrijk, ik hoor er niet bij, ik raak je kwijt. Het moment raakt dan een oudere laag dan het gesprek van die avond. Je reageert niet alleen op nu, je reageert ook op iets wat ooit niet veilig was, en je wilt de pijn vóór zijn.
4) Waarom heb ik steeds bevestiging nodig?
Bevestiging zoeken is vaak een poging om rust te maken in jezelf via de ander. Als je vroeger niet betrouwbaar kon voelen dat je welkom was, leert je systeem: zekerheid moet je ophalen, controleren of verdienen. Dat kan heel subtiel gaan, met extra lief zijn of veel afstemmen, en soms harder, met testen of verwijten. De behoefte is begrijpelijk; de prijs is dat jij jezelf kwijtraakt.
5) Wat kan ik doen als de paniek opkomt?
Begin klein: herken het moment en noem in jezelf de vraag die eronder ligt, bijvoorbeeld “Doe ik ertoe?” of “Mag ik blijven?” Kies daarna één volwassen stap die je niet laat verdwijnen. Dat kan een eenvoudige zin zijn: “Ik merk dat ik onrustig word als je nu gaat. Wil je me even vasthouden?” Als dat nog te spannend is, kies eerst voor vertragen en later spreken, in plaats van in het moment te testen of te verdwijnen.
6) Heeft dit te maken met onveilige hechting?
Vaak wel. Onveilige hechting betekent dat nabijheid en veiligheid niet vanzelfsprekend waren, waardoor je als kind leerde zoeken, inschatten en aanpassen. Als volwassene kan dat patroon opnieuw aanspringen zodra een relatie belangrijk voelt. Het goede nieuws is dat je systeem nieuwe ervaringen kan leren, maar dat vraagt herhaling en het oefenen van blijven, juist op de momenten dat je wilt vluchten of controleren.
7) Wanneer is het helpend om begeleiding te zoeken?
Wanneer je merkt dat het je relatie of je dagelijks functioneren blijft sturen, of wanneer je telkens terugschiet in pleasen, wantrouwen, verdwijnen of escaleren, terwijl je het anders wilt. Begeleiding helpt vooral als je niet alleen wilt begrijpen wat er gebeurt, maar ook wilt leren hoe je in het moment bij jezelf blijft en nieuw gedrag opbouwt zonder zelfafwijzing.
Kernwoorden: verlatingsangst in relatie, bang om verlaten te worden, verlatingsangst symptomen, paniek als partner afstand neemt, onzeker in relatie door verlatingsangst, altijd bevestiging nodig, waarom zoek ik bevestiging bij mijn partner, ik ga pleasen in relaties, ik trek me terug als ik me gekwetst voel, ik word boos/afstandelijk als ik me niet gezien voel,onveilige hechting in relatie,hechtingsproblemen volwassenen, nooit veilig gevoeld als kind, diepe eenzaamheid in relatie, nergens thuis voelen.










