Karakterstructuur, hechtingspatroon en coping: wat is het verschil?

Karakterstructuur, hechtingspatroon en coping: wat is het verschil?

Je krijgt kritiek van iemand die belangrijk voor je is en merkt dat je onmiddellijk gaat uitleggen. Je praat sneller, probeert misverstanden recht te zetten en bent vooral bezig de spanning tussen jullie zo snel mogelijk weg te krijgen.

Is dat coping? Heeft het met je hechtingspatroon te maken? Of zegt het iets over je karakterstructuur?

Alle drie zijn mogelijk. De begrippen beschrijven alleen iets anders.

Dat onderscheid is belangrijk, omdat woorden als hechting, coping en karakterstructuur gemakkelijk op één hoop belanden. Ze kunnen elkaar beïnvloeden en in hetzelfde gedrag zichtbaar worden, terwijl ze ieder naar een ander niveau van functioneren kijken.

Coping: wat doe je om met spanning om te gaan?

Coping gaat over de manier waarop iemand probeert om te gaan met een situatie die spanning, dreiging, verlies of overbelasting oproept.

In de psychologie wordt coping onder meer omschreven als de gedachten en gedragingen waarmee iemand probeert om eisen die als belastend worden ervaren te hanteren. Het is daardoor sterk verbonden met een concrete situatie: er gebeurt iets en je probeert daar op de een of andere manier mee om te gaan.

De één gaat bij spanning praten en analyseren. Een ander trekt zich terug, zoekt afleiding, vraagt steun, probeert het probleem praktisch op te lossen of doet alsof er niets aan de hand is.

Een copingstrategie hoeft dus geen diepgeworteld persoonlijkheidspatroon te zijn. Je kunt op je werk bijvoorbeeld heel probleemoplossend reageren en in een conflict met je partner ineens vermijden.

Ook verandert coping vaak mee met wat je hebt geleerd. Iemand kan jarenlang ieder conflict uit de weg gaan en later ontdekken dat het mogelijk is om spanning te verdragen, een grens uit te spreken en het gesprek toch voort te zetten.

Coping beschrijft vooral: wat doe ik wanneer iets moeilijk voor mij wordt?

Een hechtingspatroon gaat over wat je verwacht in verbinding

Bij hechting verschuift de aandacht naar relaties die emotioneel belangrijk voor ons zijn.

De hechtingstheorie van John Bowlby beschrijft een aangeboren systeem dat ervoor zorgt dat jonge kinderen bij dreiging nabijheid en bescherming zoeken bij belangrijke verzorgers. Door herhaalde ervaringen ontstaan verwachtingen over beschikbaarheid, steun en veiligheid. Bowlby noemde deze verwachtingen internal working models: innerlijke werkmodellen van jezelf en anderen.

Daarmee komt een andere vraag in beeld.

  • Wil ik naar iemand toe als ik bang, verdrietig of onzeker ben?
  • Blijft de ander beschikbaar als ik iets nodig heb?
  • Mag ik afhankelijk zijn zonder mezelf kwijt te raken?
  • Wil ik ruimte nemen zonder de verbinding te verliezen?

Een hechtingspatroon wordt vooral zichtbaar wanneer een belangrijke relatie onder druk komt te staan.

Iemand die meestal rustig functioneert, kan daardoor verrassend sterk reageren wanneer een partner afstand neemt. De telefoon blijft een paar uur stil en ineens ontstaat de behoefte om te controleren of alles nog goed zit. Een ander voelt juist spanning zodra iemand emotioneel dichterbij komt en krijgt behoefte aan afstand.

Hechtingsonderzoek laat bovendien zien dat mensen zowel algemenere verwachtingen over relaties kunnen hebben als patronen die sterker binnen een specifieke relatie naar voren komen. Een hechtingsstijl is daarmee geen onveranderlijk etiket dat precies voorspelt hoe iemand zich altijd zal gedragen.

Wil je verder lezen over hoe zulke patronen in relaties zichtbaar worden? Lees dan ook Wat zijn hechtingsproblemen en hoe herken je ze? en Waarom raak ik mezelf kwijt in contact?.

Een karakterstructuur kijkt breder

Met karakterstructuur bedoelen we binnen de lichaamsgerichte psychotherapeutische traditie iets anders.

Wilhelm Reich ontwikkelde binnen de psychoanalyse zijn karakteranalyse en verbond psychische afweer aan terugkerende manieren waarop iemand zichzelf lichamelijk en emotioneel organiseert. Alexander Lowen werkte deze ideeën later verder uit binnen de bio-energetische analyse. Daarbij wordt gekeken naar samenhang tussen onder meer houding, adem, spierspanning, beweging, emotionele expressie, overtuigingen en manieren van contact maken.

Een karakterstructuur gaat daardoor over een bredere ontwikkelingsorganisatie.

Hoe heb je geleerd jezelf staande te houden? Hoeveel ruimte neem je vanzelfsprekend in? Wat doe je met afhankelijkheid, boosheid, verlangen, kwetsbaarheid of eigen wil? Wat gebeurt er lichamelijk wanneer die thema's worden geraakt?

Zo kan iemand niet alleen tijdens een conflict moeite hebben om een grens uit te spreken. Het patroon kan op veel meer plaatsen zichtbaar zijn: in een houding waarin iemand zichzelf klein houdt, in chronisch inslikken van irritatie, in moeite om te weten wat hij zelf wil, in spanning rond het middenrif en in een sterke neiging rekening te houden met anderen.

Binnen deze traditie zou je dan naar een bredere karakterologische organisatie kunnen kijken.

Dat betekent niet dat uit een bepaalde lichaamshouding rechtstreeks een karakterstructuur kan worden afgeleid. Binnen Lichaamsgericht Hechtingswerk maken we daarom onderscheid tussen wat werkelijk wordt waargenomen, welke betekenis iemand zelf aan zijn ervaring geeft en welke hypothese een therapeut daar eventueel naast kan leggen.

Meer over dit kader lees je in Wat is een karakterstructuur?.

Drie verschillende vragen over hetzelfde gedrag

Stel dat iemand zich tijdens een conflict met zijn partner terugtrekt, nauwelijks meer praat en naar een andere kamer gaat.

Vanuit coping kun je onderzoeken: wat probeert deze persoon op dit moment met de spanning te doen? Misschien is afstand nemen de snelste manier geworden om niet overspoeld te raken.

Vanuit hechting vraag je: wat gebeurt er met veiligheid en verbinding zodra het conflict ontstaat? Misschien verwacht iemand dat contact tijdens spanning weinig goeds oplevert en heeft hij geleerd zichzelf alleen tot rust te brengen.

Vanuit karakterstructuur wordt de vraag breder: hoe organiseert deze persoon zichzelf wanneer contact, kwetsbaarheid en afhankelijkheid ingewikkeld worden? Misschien hoort terugtrekken bij een veel groter patroon waarin iemand ook lichamelijk afstand houdt, sterk op zichzelf vertrouwt, gevoelens snel analyseert en weinig steun vraagt.

Het zichtbare gedrag is hetzelfde: iemand loopt weg.

De betekenis kan heel verschillend zijn.

De begrippen kunnen wel met elkaar samenhangen

Karakterstructuur, hechtingspatroon en coping bestaan natuurlijk niet in drie afzonderlijke vakjes.

Een vroeg aangeleerde verwachting over relaties kan invloed hebben op de copingstrategieën die iemand later gebruikt. Wie weinig vertrouwen heeft dat een ander beschikbaar blijft wanneer het moeilijk wordt, kan bijvoorbeeld sneller alles zelf oplossen. Als dat jarenlang gebeurt, kan zelfstandigheid steeds sterker onderdeel worden van hoe iemand zichzelf ervaart en hoe hij zich lichamelijk en relationeel organiseert.

Andersom kun je uit één copingreactie nooit concluderen welk hechtingspatroon of welke karakterstructuur iemand heeft.

Iemand die zich tijdens een gesprek terugtrekt kan bang zijn voor afwijzing, overprikkeld zijn, tijd nodig hebben om na te denken, zichzelf beschermen tegen escalatie of eenvoudigweg een verstandige pauze nemen.

Daarom is context zo belangrijk.

Ook de wetenschappelijke status verschilt

Er is nog een onderscheid dat belangrijk is wanneer we deze begrippen gebruiken.

Hechting is een omvangrijk onderzoeksgebied binnen de ontwikkelingspsychologie en relationele psychologie. Ook coping is al tientallen jaren onderwerp van empirisch psychologisch onderzoek.

De klassieke karakterstructuren van Reich en Lowen hebben een andere achtergrond. Zij behoren tot de theoretische en klinische traditie van de lichaamsgerichte psychotherapie. Het model kan helpen om samenhang te onderzoeken tussen ontwikkeling, bescherming, lichaam en contact, maar de klassieke typologie heeft niet dezelfde empirische onderbouwing als de hechtingstheorie of hedendaags copingonderzoek.

Binnen Bellein Academie vinden we dat onderscheid belangrijk. Lichaamsgericht Hechtingswerk brengt verschillende kennisbronnen bij elkaar zonder te doen alsof ze allemaal vanuit hetzelfde soort onderzoek afkomstig zijn.

Wat heb je eraan om het verschil te kennen?

Het verschil wordt vooral waardevol wanneer je jezelf probeert te begrijpen. 

  1. Je kunt beginnen bij een concrete situatie.
    Wat gebeurde er? Wat deed je vervolgens om met de spanning om te gaan?

  2. Daarmee kijk je naar coping.
    je kunt onderzoeken wat er in het contact met de ander zo gevoelig werd. Was je bang de ander kwijt te raken? Werd nabijheid juist te veel? Durfde je steun te vragen? Kon je jezelf blijven voelen terwijl de ander teleurgesteld, boos of afstandelijk was?

  3. Dan kom je dichter bij hechting.
    Wanneer je merkt dat hetzelfde thema op veel verschillende plaatsen terugkomt, kun je breder kijken. Wat gebeurt er met je adem, houding en spierspanning? Welke emoties krijgen gemakkelijk ruimte en welke houd je tegen? Welke positie neem je steeds opnieuw in ten opzichte van andere mensen?

Daar raakt het aan karakter en bescherming.

Binnen Lichaamsgericht Hechtingswerk zijn juist die verschillende informatielagen relevant. Gedrag vertelt iets. Relaties vertellen iets. Het lichaam vertelt iets. De geschiedenis van iemand vertelt iets. Geen enkele laag geeft op zichzelf het volledige antwoord.

Wie ze zorgvuldig naast elkaar leert leggen, krijgt een veel preciezer beeld van waarom een patroon ooit logisch werd en wat er tegenwoordig nodig is om meer keuzevrijheid te krijgen.

Wil je zelf ervaren hoe lichaam, hechting en beschermingspatronen met elkaar samenhangen? Via Bellein Academie kun je kennismaken met het lichaamsgerichte werk of je verdiepen in de beroepsopleiding tot Lichaamsgericht Hechtingstherapeut.

Reactie plaatsen