Wat is lichaamsgerichte psychotherapie?

Lichaamsgerichte psychotherapie is een vorm van psychotherapie waarin de lichamelijke ervaring een wezenlijk onderdeel vormt van het therapeutische proces. De therapeut luistert naar wat iemand vertelt en volgt tegelijkertijd wat er in het lichaam gebeurt.

Hoe ademt iemand wanneer een bepaald onderwerp ter sprake komt? Verandert zijn houding? Ontstaat er een beweging die meteen weer wordt ingehouden? Wat gebeurt er wanneer iemand zijn kracht daadwerkelijk gebruikt? En wat verandert er in het contact met de therapeut?

Het lichaam is binnen lichaamsgerichte psychotherapie daarmee meer dan iets waarover wordt gesproken. Het wordt onderdeel van het onderzoek en kan ook rechtstreeks betrokken worden bij therapeutische interventies.

Internationale beroepsorganisaties zoals de European Association for Body Psychotherapy en de United States Association for Body Psychotherapy beschrijven body psychotherapy als een afzonderlijke stroming binnen de psychotherapie. Centraal staat de gedachte dat lichaam en psyche voortdurend op elkaar inwerken en gezamenlijk deel uitmaken van hoe een mens zich organiseert en ervaart.

Daarbinnen bestaan inmiddels veel verschillende therapeutische tradities.

Lichaam en psyche worden als één geheel benaderd

Wanneer iemand schrikt, gebeurt dat zelden alleen in gedachten.

Het lichaam reageert mee.

Je kunt verstijven, je adem inhouden, naar achteren bewegen of juist onmiddellijk in actie komen. Soms heb je pas seconden later door wat je eigenlijk voelde.

Ook langduriger psychische patronen kunnen een lichamelijke kant hebben.

Iemand die voortdurend probeert sterk te blijven kan bijvoorbeeld nauwelijks merken hoe moe hij eigenlijk is. Een ander weet verstandelijk dat hij zijn grens mag aangeven en voelt pas tijdens een concrete beweging hoeveel spanning ontstaat wanneer hij werkelijk iemand van zich afduwt.

Lichaamsgerichte psychotherapie richt zich juist op die samenhang.

Het gesprek blijft belangrijk, terwijl de therapeut ook onderzoekt wat lichamelijk zichtbaar en ervaarbaar wordt.

Lees verder: Lichaam en psyche · Emoties, grenzen en gezonde agressie

Waar komt lichaamsgerichte psychotherapie vandaan?

Een belangrijke historische lijn begint binnen de psychoanalyse.

Sigmund Freud bracht het onbewuste, psychische afweer en overdracht nadrukkelijk onder de aandacht. Zijn leerling Wilhelm Reich ging zich steeds meer bezighouden met de vraag hoe langdurige psychische bescherming ook lichamelijk zichtbaar kon worden.

Reich beschreef wat hij karakterpantsering en spierpantsering noemde. Hij zag terugkerende spanning, houding en adempatronen als onderdeel van de manier waarop iemand zichzelf psychisch beschermde.

Daarmee ontstond een belangrijke verschuiving.

De therapeut luisterde niet uitsluitend meer naar wat iemand vertelde. Ook de manier waarop iemand ademde, bewoog en zijn lichaam organiseerde kon therapeutische informatie bevatten.

Alexander Lowen ontwikkelde deze lichaamsgerichte lijn verder in de Bioenergetische Analyse. Hij liet cliënten veelal staand werken en gebruikte beweging, adem, houding, kracht en expressie. Gronding kreeg binnen zijn werk een centrale plaats.

De invloed van Reich en Lowen is nog steeds herkenbaar binnen veel vormen van body psychotherapy. Ook de internationale beroepsorganisaties voor body psychotherapy plaatsen Reich als een belangrijke historische figuur in de ontwikkeling van het veld.

Lees verder: Karakterstructuren, bescherming en het lichaam · Lichaamsgerichte therapievormen en verwante methoden

Lichaamsgerichte psychotherapie heeft zich sindsdien sterk ontwikkeld

Het hedendaagse vakgebied bestaat allang niet meer uit één Reichiaanse of bio-energetische werkwijze.

Nieuwe kennis over hechting, ontwikkeling, trauma, psychodynamiek, emotionele verwerking, interoceptie en de therapeutische relatie heeft het lichaamsgerichte veld verder ontwikkeld.

Ook zijn verschillende eigen stromingen ontstaan.

Sommige richten zich sterk op beweging en expressie. Andere werken subtieler met lichamelijke gewaarwording. Binnen sommige vormen wordt aanraking gebruikt en binnen andere nauwelijks of helemaal niet. Er zijn benaderingen waarin trauma en regulatie centraal staan en benaderingen die sterker vanuit relationele of psychodynamische processen werken.

Daarom zegt de term lichaamsgerichte psychotherapie op zichzelf nog weinig over wat er tijdens een sessie daadwerkelijk gebeurt.

De overeenkomst zit vooral hierin: het lichaam wordt serieus genomen als onderdeel van psychisch functioneren én als mogelijke ingang voor therapeutische verandering.

Lees verder: Trauma en het lichaam · Hechting en het lichaam

Wat gebeurt er tijdens lichaamsgerichte psychotherapie?

Een sessie kan deels lijken op andere psychotherapie.

De cliënt vertelt wat er speelt en samen met de therapeut wordt onderzocht wat daarin belangrijk is.

Toch kan het proces een andere richting nemen zodra de therapeut merkt dat er lichamelijk iets gebeurt.

Een cliënt vertelt bijvoorbeeld dat hij inmiddels goed zijn grenzen kan aangeven. Terwijl hij dat zegt, vraagt de therapeut hem zijn handen naar voren te brengen alsof hij iemand daadwerkelijk op afstand wil houden.

Plotseling worden zijn armen slap.

Hij lacht en zegt dat hij zich een beetje belachelijk voelt.

De therapeut kan dan teruggaan naar het gesprek. Hij kan ook besluiten juist daar verder te onderzoeken.

Wat gebeurt er wanneer de cliënt meer kracht gebruikt?

Waar stopt de beweging?

Wat ervaart hij wanneer de therapeut tegenover hem blijft staan?

Misschien blijkt dat hij uitstekend kan uitleggen wat een grens is en dat er iets heel anders gebeurt zodra hij lichamelijk ruimte moet innemen tegenover een ander mens.

Op dat moment geeft het lichaam informatie die tijdens het gesprek minder gemakkelijk zichtbaar werd.

Het lichaam wordt geen woordenboek

Lichaamsgericht werken kan gemakkelijk verkeerd worden begrepen.

Een gespannen kaak betekent niet automatisch dat iemand boos is. Een ingezakte houding bewijst geen bepaalde levensgeschiedenis. En uit de vorm van een lichaam kan een therapeut geen betrouwbare psychologische diagnose aflezen.

Binnen professioneel lichaamsgericht werk is een waarneming daarom het begin van onderzoek.

Dat is ook hoe Bellein een lichaamslezing gebruikt.

De therapeut kan iets zien en vanuit zijn kennis een mogelijke betekenis herkennen. Vervolgens moet tijdens het werk blijken of die gedachte bij deze persoon inderdaad relevant is.

Het lichaam levert informatie.

De interpretatie blijft voorlopig.

Waarom beweging zoveel zichtbaar kan maken

Een stilstaand lichaam vertelt maar een deel van het verhaal.

Zodra iemand beweegt, kan veel duidelijker worden hoe hij zijn lichaam gebruikt.

Een cliënt kan bijvoorbeeld stevig staan zolang er niets van hem wordt gevraagd. Wanneer hij kracht moet zetten, verdwijnt plotseling zijn gronding. Een ander beweegt gemakkelijk totdat een beweging rechtstreeks naar een andere persoon gericht wordt. Dan wordt hij voorzichtig.

Dat verschil is therapeutisch interessant.

Binnen actieve lichaamsgerichte therapieën wordt beweging daarom gebruikt om patronen ervaarbaar te maken die tijdens een gesprek gemakkelijker verborgen blijven.

De beweging zelf kan vervolgens ook nieuwe mogelijkheden openen.

Iemand die jarenlang nauwelijks kracht gebruikte kan ontdekken hoe het voelt wanneer hij zijn benen, bekken, armen en stem werkelijk inzet. Dat is een andere ervaring dan begrijpen dat hij 'meer ruimte mag innemen'.

Het lichaam doet dan mee in de verandering.

Lees verder: Wat is gronden? · Wat is lichaamsgerichte therapie?

Wat bedoelen lichaamsgerichte hechtingstherapeuten met blokkades?

Het begrip blokkade heeft een lange geschiedenis binnen lichaamsgerichte therapie.

Binnen Bellein gebruiken we het om een plaats of lichamelijke organisatie te beschrijven waarin beweging, expressie of impuls sterk wordt geremd.

Stel dat iemand verdriet voelt opkomen. Hij wil niet huilen en spant ongemerkt zijn keel, kaak en borst aan. Zijn adem wordt oppervlakkiger. Als zo'n manier van inhouden vaak wordt gebruikt, kan zij steeds vertrouwder worden.

De lichaamsgerichte hechtingstherapeut kan dan onderzoeken wat er gebeurt wanneer in dat gebied weer meer beweging of adem ontstaat. Hij weet vooraf niet welke emotie of herinnering daarbij naar voren zal komen. Soms gebeurt er zelfs helemaal niets bijzonders. En ook dat is informatie.

Lees verder: Ademwerk: wanneer het niet handig is om intens te gaan

Levensenergie binnen lichaamsgerichte psychotherapie

Binnen verschillende historische lichaamsgerichte tradities wordt gesproken over energie of levensenergie. Dat woord kan mystieker klinken dan veel van de ervaringen waarnaar het verwijst.

Wanneer iemand diep verdrietig is, kan hij zich zwaar en uitgeput voelen. Hij heeft nergens zin in en bewegen kost moeite. Op een ander moment kan dezelfde persoon enthousiast zijn, gemakkelijk bewegen en veel kracht ervaren. Dat verschil in levendigheid is heel herkenbaar.

Binnen de Bellein Academie gebruiken we het begrip levensenergie voor de ervaren kracht, levendigheid en bewegingsmogelijkheid die in een mens beschikbaar is. Soms gebruikt iemand veel lichamelijke energie om een emotie of impuls tegen te houden. Spieren spannen zich aan, de adem wordt beperkt en beweging wordt kleiner. Binnen lichaamsgericht werk kan vervolgens onderzocht worden wat er gebeurt wanneer dat vasthouden iets minder noodzakelijk wordt.

De term levensenergie beschrijft binnen Bellein deze ervaringsdimensie. We behandelen levensenergie niet als een afzonderlijke natuurkundige energie die objectief gemeten kan worden en ook niet als een mystiek gegeven.

Energetisch waarnemen

Lichaamsgericht werken omvat nog een vorm van waarnemen die mensen in het dagelijkse leven vaak al kennen.

Je loopt een kamer binnen en voelt onmiddellijk dat er spanning hangt. Niemand heeft iets gezegd.

Of iemand vertelt dat alles prima gaat en je hebt vrijwel direct het gevoel dat er verdriet aanwezig is.

In gewone taal noemen we dat meestal de sfeer aanvoelen.

Een deel daarvan kunnen we goed begrijpen vanuit menselijke sociale waarneming. We nemen razendsnel informatie op uit stem, gezicht, houding, beweging, afstand en interactie. Vaak gebeurt die verwerking al voordat we bewust kunnen uitleggen wat ons precies is opgevallen.

Binnen Bellein spreken we daarnaast over energetisch waarnemen.

Een lichaamsgericht hechtingstherapeut leert dit vermogen doelbewust verder verfijnen. Hij kijkt nauwkeurig naar de cliënt en blijft tegelijkertijd voelen wat er in zijn eigen lichaam en in het contact verandert. Zo'n ervaring is informatie en vraagt vervolgens om onderzoek.

Professionele intuïtie: de beweging van de cliënt leren volgen

Een belangrijk onderdeel binnen de lichaamsgerichte hechtingstherapie is vakmanschap dat zich onder andere vertaalt in professionele intuïtie.

Bij een ervaren lichaamsgericht hechtingstherapeut is theoretische kennis in de loop van opleiding, persoonlijke ontwikkeling, oefening en praktijk steeds verder geïnternaliseerd. Tijdens een sessie hoeft hij die kennis daardoor niet voortdurend bewust langs te lopen. Hij kan volledig aanwezig blijven bij de cliënt en tegelijkertijd putten uit wat hij weet.

Daar komt iets bij wat binnen lichaamsgerichte hechtingstherapie essentieel is: de therapeut leert zich zeer verfijnd af te stemmen op de cliënt.

Hij volgt met zijn ogen iedere verandering in het lichaam en ervaart tegelijkertijd wat er in het contact gebeurt. Hij kan voelen waar beweging en levendigheid ontstaan en waar de stroom lijkt te stokken. Soms wordt een lichamelijke blokkade zichtbaar doordat een beweging steeds op hetzelfde punt wordt afgebroken. Op een ander moment voelt de therapeut dat er veel kracht aanwezig is die nauwelijks naar buiten komt.

Die waarneming ontstaat uit een samenspel van kijken, voelen, kennis, ervaring en afstemming.

Van daaruit kan de therapeut een heel specifieke lichaamsgerichte interventie voorstellen. Die interventie is geen vooraf vastliggende techniek. Zij sluit aan bij wat zich op dat moment in het lichaam van deze cliënt aandient.

Wanneer de cliënt ermee instemt, gaan therapeut en cliënt samen onderzoeken wat er gebeurt.

Dat kan betekenen dat een beweging verder wordt gemaakt, dat kracht wordt opgebouwd, dat een bepaald lichaamsgebied meer betrokken raakt of dat de therapeut via aanraking of weerstand ondersteuning geeft. Vervolgens wordt niet geprobeerd een vooraf bedachte uitkomst te bereiken. De aandacht blijft bij wat het lichaam laat ontstaan.

Soms wordt een emotie toegankelijk die al lange tijd werd ingehouden. Soms verschijnt een herinnering, een vergeten gedachte of een oud besluit dat ineens voelbaar wordt. Op een ander moment gebeurt juist veel minder dan de therapeut misschien had verwacht. Ook dat heeft betekenis.

Binnen Bellein gaan we ervan uit dat de werkelijke draagkracht van een cliënt niet uitsluitend kan worden afgeleid uit wat iemand bewust denkt dat hij aankan.

Een cliënt kan oprecht zeggen: “Ja, dat wil ik onderzoeken”, terwijl zijn lichaam tegelijkertijd laat zien dat er terughoudendheid is. Zijn adem stokt, hij trekt zich iets terug of een beweging die eerst kracht had valt plotseling stil. Dat hoeft geen bewuste weigering te zijn. Iemand kan zelf al gedachten herkennen als: dit is te groot voor mij, dit wil ik eigenlijk niet weten, ik ben hier nog niet aan toe of als ik dit werkelijk toelaat, verandert er te veel. Tegelijk kunnen op een minder bewust niveau nog oudere overtuigingen werkzaam zijn, vaak ontstaan in de kindertijd. Daar kan bijvoorbeeld nog de ervaring leven dat voelen gevaarlijk is, dat eigen kracht anderen schaadt, dat boosheid de verbinding bedreigt of dat een bepaalde waarheid over zichzelf eenvoudigweg niet gedragen kan worden. Juist die diepere bescherming kan lichamelijk zichtbaar worden voordat de cliënt zelf begrijpt wat er gebeurt. Het hoofd kan bereid zijn terwijl het organisme nog bescherming nodig heeft.

Voor de lichaamsgericht hechtingstherapeut is juist dat verschil uiterst belangrijk. Hij probeert de bescherming niet te doorbreken. Hij volgt wat het lichaam op dat moment wel en niet beschikbaar maakt. Soms kan een cliënt verder verdiepen. Soms vraagt het proces eerst om meer stevigheid, meer contact, meer ervaring van eigen kracht of meer veiligheid in de therapeutische relatie.

Binnen Bellein spreken we er ervaringsgericht over dat het lichaam zelf mee bepaalt wat er op een bepaald moment kan worden vrijgegeven. Daarmee bedoelen we dat herinneringen, emoties, impulsen en inzichten niet op commando toegankelijk worden omdat iemand rationeel heeft besloten dat hij eraan toe is. Het gehele organisme reageert mee.

De bescherming van een cliënt heeft daarin een functie. Wanneer iemand zichzelf onbewust nog sterk tegenhoudt of een bepaalde waarheid over zichzelf nog nauwelijks kan verdragen, kan een diepere laag buiten bereik blijven. De therapeut respecteert dat en blijft werken met wat er wél beschikbaar is.

Juist daardoor kan het proces zich verdiepen zonder dat de therapeut de cliënt voorbijloopt.

Professionele intuïtie betekent binnen lichaamsgerichte hechtingstherapie daarom dat de therapeut zich zo verfijnd mogelijk afstemt op het lichaam van de cliënt en tegelijk zijn kennis, ervaring en onderscheidingsvermogen beschikbaar houdt. Hij kan een richting voelen en een interventie voorstellen, terwijl het lichaam en de ervaring van de cliënt steeds bepalen hoe het proces verdergaat.

Daar bevindt zich een belangrijk deel van het vak van lichaamsgericht hechtingstherapeut: voelen waar iets zich wil openen, herkennen waar bescherming nog nodig is en voldoende geduld hebben om alleen verder te gaan wanneer de cliënt het werkelijk kan dragen.

Lees verder: Zenuwstelsel, stress en regulatie · Waarom inzicht alleen niet genoeg is om te veranderen

De therapeutische relatie hoort bij het lichaamsgerichte werk

Binnen lichaamsgerichte psychotherapie is de therapeut zelf aanwezig met een lichaam. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar therapeutisch heeft het grote gevolgen. De cliënt reageert op de therapeut. De afstand tussen beiden kan iets oproepen. Een blik kan iemand onzeker maken. Een beweging naar voren kan verlangen én terugtrekken activeren. De therapeut reageert op zijn beurt ook op de cliënt. Hij kan merken dat hij harder gaat werken. Misschien voelt hij onverwacht veel afstand, juist veel betrokkenheid of een neiging om iemand te beschermen.

Binnen psychodynamische therapie kennen we hiervoor onder andere de begrippen overdracht en tegenoverdracht. Binnen lichaamsgericht werk kan die relationele informatie ook lichamelijk worden ervaren.

Daarom moet een therapeut zijn eigen reacties goed kennen. Zijn gevoel kan informatie bevatten over wat tussen hem en de cliënt gebeurt en kan ook volledig samenhangen met zijn eigen geschiedenis. Goed lichaamsgericht therapeutisch werk vraagt dat hij dat onderscheid steeds opnieuw kan maken.

Lees verder: Wat is de therapeutische relatie?

Aanraking kan onderdeel zijn van lichaamsgerichte psychotherapie

Binnen sommige vormen van lichaamsgerichte psychotherapie wordt aanraking gebruikt. Ook daarin bestaan grote verschillen.

Een therapeut kan bijvoorbeeld met zijn hand weerstand geven terwijl een cliënt een duwbeweging maakt. De cliënt kan zo duidelijker ervaren hoeveel kracht hij daadwerkelijk gebruikt.

Aanraking kan ook helpen om aandacht naar een gebied te brengen dat iemand nauwelijks voelt.

Zodra aanraking onderdeel wordt van psychotherapie, wordt de therapeutische relatie extra belangrijk. Een verbaal gegeven toestemming is onvoldoende als de therapeut vervolgens niet meer waarneemt hoe de cliënt daadwerkelijk reageert. Het lichaam kan verstillen, terugtrekken of juist ontspannen. Een goed opgeleide lichaamsgerichte therapeut moet zulke reacties kunnen herkennen en zijn interventie kunnen aanpassen.

Lichaamsgerichte psychotherapie en trauma

Het lichaam heeft de afgelopen decennia veel meer aandacht gekregen binnen het denken over trauma. Bessel van der Kolk heeft die ontwikkeling voor een groot publiek zichtbaar gemaakt. Peter Levine ontwikkelde Somatic Experiencing en Pat Ogden Sensorimotor Psychotherapy. Zij vertegenwoordigen verschillende lichaams- en traumagerichte tradities waarin lichamelijke gewaarwording en reacties op dreiging een belangrijke plaats hebben gekregen. Daarbij is een belangrijke les ontstaan: intensiteit is geen synoniem voor therapeutische diepgang.

Iemand volledig overspoelen met emotie helpt niet automatisch. Een therapeut moet kunnen inschatten hoeveel ervaring iemand kan dragen en hoe snel een proces kan verlopen. Dat vermogen tot doseren behoort daarom tot professioneel lichaamsgericht werken. Marjolein van Belle heeft hier een artikel over geschreven: Geen catharsis maar integratieve voltooiing.

Lees verder: Trauma en het lichaam

Wat zegt de wetenschap over lichaamsgerichte psychotherapie?

Body psychotherapy wordt inmiddels ook empirisch onderzocht. Een systematische review en meta-analyse uit 2021 onderzocht achttien gerandomiseerde studies naar body psychotherapy. Over deze onderzoeken heen werden middelgrote effecten gevonden op psychopathologische klachten en psychische distress. Voor verschillende secundaire uitkomsten was het bewijs beperkter. De onderzoekers beschreven de resultaten als positief, terwijl ze ook nadrukkelijk wezen op de behoefte aan grotere en methodologisch sterkere studies.

Het wetenschappelijke beeld is daarmee genuanceerd. Er bestaat onderzoek dat de therapeutische waarde van body psychotherapy ondersteunt. Tegelijk is het onderzoeksveld kleiner en heterogener dan bij verschillende langer en veel omvangrijker onderzochte psychotherapeutische behandelingen. Bovendien bestaan binnen lichaamsgerichte psychotherapie veel verschillende methoden. Onderzoek naar één vorm kan daardoor nooit automatisch gelden als bewijs voor alle lichaamsgerichte therapieën. Ook de Amerikaanse beroepsvereniging wijst erop dat veel afzonderlijke somatische modaliteiten nog beperkt wetenschappelijk op effectiviteit zijn onderzocht.

Meer hierover lees je in Is lichaamsgerichte therapie wetenschappelijk onderbouwd?

Wat is het verschil tussen lichaamsgerichte therapie en lichaamsgerichte psychotherapie?

De termen worden in de praktijk vaak door elkaar gebruikt. Toch is er een nuttig inhoudelijk onderscheid.

Lichaamsgerichte therapie is de brede verzamelterm. Daaronder kunnen zeer verschillende therapeutische manieren van werken vallen waarbij het lichaam op enige manier betrokken wordt.

Lichaamsgerichte psychotherapie verwijst specifieker naar een psychotherapeutische traditie waarin lichaam en psyche als samenhangend worden benaderd en waarin het lichaam onderdeel is van de psychologische conceptualisering en het therapeutische proces. Een lichaamsgerichte hechtingstherapeut is werkzaam binnen de psychotherapie.

De internationale beroepsorganisaties EABP en USABP spreken daarom over body psychotherapy als een eigen stroming binnen het grotere veld van psychotherapie. Een losse ademhalingsoefening binnen een gesprek maakt een therapie dus nog niet automatisch tot lichaamsgerichte psychotherapie. De manier waarop de therapeut de mens begrijpt verandert mee.

Lees verder: Wat is lichaamsgerichte therapie?

En wat betekent 'psychotherapie' in Nederland?

Hier is een belangrijk onderscheid nodig.

Internationaal wordt body psychotherapy gebruikt als naam voor een therapeutisch vakgebied.

In Nederland is psychotherapeut tegelijkertijd een wettelijk beschermde beroepstitel onder artikel 3 van de Wet BIG. Alleen iemand die aan de wettelijke opleidingseisen voldoet en als psychotherapeut in het BIG-register staat ingeschreven, mag die beroepstitel voeren.

Daarom betekent inhoudelijke scholing binnen een lichaamsgerichte psychotherapeutische traditie niet automatisch dat iemand in Nederland de wettelijk beschermde beroepstitel psychotherapeut mag voeren. Dat onderscheid is ook relevant voor lichaamsgerichte hechtingstherapie. Het zegt op zichzelf niets over de inhoudelijke waarde of diepgang van een vakgebied, maar wel iets over de formele beroepspositie en de titel die iemand juridisch mag gebruiken. Juist daarom is het belangrijk om beide zorgvuldig uit elkaar te houden.

Waar staat lichaamsgerichte hechtingstherapie binnen dit veld?

Lichaamsgerichte hechtingstherapie staat inhoudelijk in de brede traditie van het lichaamsgerichte psychotherapeutische werk. De invloed van Reich en Lowen is duidelijk herkenbaar. We werken actief met houding, beweging, kracht, adem, gronding, blokkades en levensenergie.

Daar blijft het niet bij.

De Bellein Academie heeft het lichaamsgerichte werk verbonden met kennis over de psychologische ontwikkeling in de kindfasen en met hechting. Daarnaast wordt nauwkeurig gevolgd wat er in de actuele relatie tussen cliënt en therapeut gebeurt. Ook karakter en bescherming, trauma en draagkracht, en de lichamelijke en emotionele respons van de therapeut zelf worden in het therapeutische proces meegenomen. Zo ontstaat een bredere, integratieve manier van werken waarin lichamelijke ervaring steeds wordt begrepen in samenhang met iemands ontwikkeling, relaties en actuele therapeutische proces. Daarom noemen we LHT geen verzameling lichaamsgerichte technieken.

Het is de therapeutische toepassing van Lichaamsgericht Hechtingswerk, het door Bellein ontwikkelde integratieve referentie- en handelingskader.

Lees verder: Wat is Lichaamsgericht Hechtingswerk?

Een lichaamsgericht hechtingstherapeut werkt met zijn ogen, kennis én gevoel

Tijdens een sessie stemt de lichaamsgericht hechtingstherapeut zich nauwkeurig af op de cliënt. Hij volgt wat het lichaam laat zien en voelt tegelijkertijd wat er in het contact gebeurt. Soms wordt zichtbaar dat een beweging nauwelijks op gang komt, ergens stokt of plotseling kracht verliest. Op een ander moment ervaart de therapeut dat er juist veel levendigheid of kracht aanwezig is die nog weinig ruimte krijgt.

Zijn theoretische kennis en praktijkervaring zijn in de loop van zijn vorming steeds verder geïnternaliseerd. Daardoor hoeft hij tijdens een sessie niet bewust allerlei theorieën langs te lopen. Hij gebruikt wat hij weet om betekenis te geven aan wat hij waarneemt, zonder die betekenis vooraf vast te zetten. Vanuit die afstemming kan een specifieke lichaamsgerichte interventie ontstaan. De therapeut kan bijvoorbeeld voorstellen om een beweging verder te onderzoeken, meer kracht te gebruiken of een bepaald lichaamsgebied actiever bij het proces te betrekken.

Wanneer de cliënt daarmee instemt, volgen ze samen wat er gebeurt. Soms komt er een emotie naar voren, een herinnering, een oude overtuiging of een inzicht dat daarvoor niet bewust beschikbaar was. Op een ander moment trekt het lichaam zich juist terug of valt de beweging stil. Ook dat is betekenisvol. Het laat zien dat de bereidheid van het hoofd niet altijd gelijkloopt met wat iemand op een dieper niveau al kan dragen.

De therapeut probeert zo’n grens niet te doorbreken. Hij volgt wat zich op dat moment daadwerkelijk laat openen en wat nog bescherming nodig heeft. Zo ontwikkelt een sessie zich vanuit een voortdurend samenspel van nauwkeurige observatie, professionele intuïtie, theoretische kennis en de reactie van de cliënt.

De Bellein TegelWijzer ©: breed kijken en precies weten waar je moet werken

De Bellein TegelWijzer © is ontwikkeld vanuit de overtuiging dat een cliënt nooit vanuit één gezichtspunt volledig kan worden begrepen. Tijdens een sessie kunnen verschillende processen tegelijkertijd zichtbaar worden. Iemand kan lichamelijk veel spanning vasthouden, nauwelijks herkennen wat hij voelt, sterk reageren op nabijheid en ondertussen vanuit zijn levensgeschiedenis een heel begrijpelijke reden hebben ontwikkeld om zichzelf juist op deze manier te beschermen. Wanneer de therapeut zich op slechts één van die verschijnselen richt, kan hij gemakkelijk missen wat op dat moment werkelijk aandacht nodig heeft.

De TegelWijzer geeft de lichaamsgericht hechtingstherapeut daarom twaalf posities van waaruit hij naar de cliënt en het therapeutische proces kan kijken. Die posities worden niet één voor één afgewerkt. Ze verruimen het blikveld van de therapeut en helpen hem bepalen waar op dit moment de ingang voor het werk ligt. Daarbij moet hij voortdurend prioriteren.

Een belangrijke voorwaarde binnen lichaamsgerichte hechtingstherapie is dat de cliënt contact kan houden met wat er in zijn lichaam gebeurt, ook wanneer de ervaring spannender wordt. Soms blijkt tijdens een sessie dat iemand dat contact snel verliest. Dan heeft verder verdiepen weinig zin. De therapeut zal eerst moeten werken aan het vermogen om lichamelijke signalen te blijven ervaren en de activatie voldoende te reguleren. Pas wanneer iemand bij zichzelf aanwezig kan blijven, ontstaat er meer ruimte om te onderzoeken wat daaronder zichtbaar wil worden.

Bij een andere cliënt ligt het werk ergens anders. Iemand kan lichamelijk goed aanwezig blijven en tegelijkertijd nauwelijks herkennen welke emotie hij ervaart. Dan vraagt het proces om verdere ontwikkeling van emotioneel bewustzijn. Een volgende cliënt voelt veel, maar verliest zichzelf zodra er werkelijk contact met de therapeut ontstaat. In zo'n sessie krijgt de relationele dynamiek vanzelf meer gewicht.

De TegelWijzer helpt de therapeut dus steeds dezelfde professionele vraag te beantwoorden: waar moet ik nu werken, zodat deze cliënt verder kan zonder het contact met zichzelf te verliezen?

Daarmee heeft de TegelWijzer ook directe gevolgen voor de keuze van interventies. Het lichaamsgerichte vakgebied kent waardevolle benaderingen zoals Bio-energetica, Somatic Experiencing, Sensorimotor Psychotherapy en Core Energetica. Iedere benadering heeft vanuit haar eigen theoretische achtergrond een bepaalde manier ontwikkeld om naar een cliënt te kijken en therapeutisch te handelen.

Binnen Bellein hebben we ervoor gekozen het professionele blikveld breder te maken. Een cliënt kan immers op het ene moment vooral ondersteuning nodig hebben in regulatie en op een ander moment juist in kracht, begrenzing, emotioneel bewustzijn, hechting of het onderzoeken van een lichamelijke blokkade. Wat nodig is, wordt zichtbaar vanuit het geheel van wat zich tijdens de sessie aandient.

De lichaamsgericht hechtingstherapeut beschikt daardoor over een ruimer handelingsveld. Hij kan actief lichaamswerk inzetten, vertragen, beweging volgen, kracht mobiliseren, aanraking gebruiken, regulatie ondersteunen of juist werken met wat er tussen hem en de cliënt ontstaat. Zijn keuze volgt uit wat hij waarneemt en uit de vraag welke volgende stap de cliënt op dat moment werkelijk kan dragen.

Daarin ligt een belangrijke functie van de TegelWijzer ©. Zij voorkomt dat de therapeut de cliënt door de bril van één theorie of methode blijft bekijken en helpt hem tegelijkertijd om in de veelheid aan informatie een duidelijke therapeutische richting te kiezen.

Breed kunnen kijken betekent daardoor niet dat alles tegelijk aandacht krijgt. Het vraagt juist dat de therapeut steeds scherper kan onderscheiden wat nú voorrang heeft. Zo kan de cliënt de sessie zoveel mogelijk belichaamd doorlopen: aanwezig in zijn lichaam, in contact met wat er gebeurt en met voldoende draagkracht om datgene wat toegankelijk wordt ook werkelijk te kunnen ervaren en integreren.

Lees verder: Lichaamsgerichte therapievormen en verwante methoden

Het vak vraagt brede professionele vorming

De brede manier van werken die de TegelWijzer © mogelijk maakt, stelt hoge eisen aan de therapeut zelf. Hij moet zijn theoretische kennis en lichaamsgerichte vaardigheden zo hebben geïntegreerd dat hij tijdens een sessie vrij kan waarnemen en handelen, zonder zijn professionele verantwoordelijkheid uit het oog te verliezen.

Daarvoor is ook persoonlijke doorleving nodig. Een therapeut die zijn eigen bescherming, hechtingspatronen en lichamelijke reacties onvoldoende kent, kan gemakkelijker verwarren wat van hemzelf is met wat er bij de cliënt gebeurt.

Daarnaast vraagt het werken met kwetsbare psychische processen, aanraking en een intensieve therapeutische relatie om een sterk ontwikkeld ethisch bewustzijn. De therapeut moet grenzen bewaken, autonomie respecteren, zijn eigen invloed begrijpen en kunnen herkennen wanneer een hulpvraag buiten zijn deskundigheid valt.

Een lichaamsgericht hechtingstherapeut wordt daarom breed professioneel gevormd. Kennis, lichaamsgerichte vaardigheid, zelfonderzoek, reflectie en professioneel handelen moeten uiteindelijk samenkomen in één therapeut.

Lees verder: De beroepsopleiding tot Lichaamsgericht Hechtingstherapeut

Lichaamsgerichte psychotherapie en Lichaamsgericht Hechtingswerk

Lichaamsgerichte psychotherapie vormt het bredere historische en professionele veld waarin het lichaam een wezenlijk onderdeel is van het begrijpen en behandelen van psychische processen.

De Bellein Academie bouwt voort op die traditie en heeft daarbinnen een eigen integratief referentie- en handelingskader ontwikkeld: Lichaamsgericht Hechtingswerk.

De eigenheid daarvan zit vooral in de manier waarop verschillende informatiebronnen tijdens het therapeutische proces met elkaar worden verbonden. Wat in het lichaam zichtbaar of voelbaar wordt, krijgt betekenis in samenhang met de persoon als geheel en met wat zich op dat moment in de sessie ontvouwt.

Daardoor wordt een lichamelijke blokkade niet als een op zichzelf staand verschijnsel behandeld en krijgt ook een beweging geen vaste psychologische betekenis. De therapeut onderzoekt steeds wat deze waarneming binnen deze cliënt, op dit moment en binnen dit contact betekent.

De Bellein TegelWijzer © ondersteunt die brede manier van kijken en helpt bepalen waar het therapeutische werk op dat moment het meest nodig is.

Lichaamsgerichte Hechtingstherapie is de therapeutische toepassing van dit kader.

Daarmee heeft LHT een eigen plaats binnen het bredere veld van de lichaamsgerichte psychotherapie: geworteld in de lichaamsgerichte traditie en tegelijk ontwikkeld tot een breder professioneel kader voor waarnemen, afstemmen en handelen.

Wil je dit zelf ervaren? Kom naar een kennismakingsworkshop of een themadag.

Verdiep je verder

Wat is lichaamsgerichte therapie?

De bredere context van het lichaam betrekken in therapeutisch werk.

Wat is lichaamslezing?

Hoe een therapeut lichamelijke patronen waarneemt en daar zorgvuldig werkhypothesen van maakt.

Hechting en het lichaam

Hoe nabijheid, autonomie en relationele veiligheid lichamelijk merkbaar worden.

Wetenschap en lichaamsgerichte therapie

Wat onderzoek zegt, wat een model is en welke kennis uit de praktijk komt.

Wil je advies?

Onze opleidingscoördinatoren staan klaar om al je vragen te beantwoorden. Neem gerust contact met ons op voor meer informatie over de opleiding of het inschrijfproces.

Je kunt ons bellen op 06 49 16 55 34 of vul het contactformulier hier in.
We reageren binnen vijf werkdagen!

Wil je liever eerst ervaren voordat je je inschrijft? Bekijk wat je kunt beleven bij Bellein.
Kom dan naar de kennismakingsworkshop of themadag. 

Wil je meer weten over de beroepsopleiding tot lichaamsgericht hechtingstherapeut?
Ontvang onze informatiegids en ontdek alles over de inhoud, opzet en mogelijkheden van deze vierjarige opleiding. Vul hiernaast je gegevens in en ontvang de gids direct in je inbox!

Heb je vragen? Neem gerust contact met ons op.