Karakterstructuren, bescherming en het lichaam

Sommige reacties lijken zo vanzelfsprekend dat je ze nauwelijks als bescherming herkent.

Iemand vraagt wat jij wilt en je antwoordt direct: “Maakt mij eigenlijk niet zoveel uit.” Pas later merk je dat je wel degelijk een voorkeur had. Tijdens een conflict begin je juist harder te redeneren en merk je pas achteraf hoeveel spanning er in je borst en nek zat. Een ander verlangt sterk naar nabijheid en voelt tegelijk irritatie zodra iemand werkelijk voor hem wil zorgen.

Zulke reacties ontstaan meestal niet op de dag waarop je ze voor het eerst bewust opmerkt. Mensen ontwikkelen gedurende hun leven manieren om met verlangen, afhankelijkheid, verschil, teleurstelling en kwetsbaarheid om te gaan. Sommige daarvan worden zo vertrouwd dat ze deel lijken uit te maken van wie iemand is.

Binnen de lichaamsgerichte psychotherapie wordt al bijna een eeuw onderzocht of zulke terugkerende manieren van beschermen ook lichamelijk zichtbaar kunnen worden.

Wilhelm Reich gebruikte daarvoor het begrip karakterpantsering. Hij zag karakter als de manier waarop iemand gevoelens en impulsen reguleerde en zichzelf tegen bepaalde ervaringen beschermde. Wanneer die bescherming langdurig nodig was, kon zij volgens Reich terugkomen in de manier waarop iemand ademde, bewoog en spieren aanspande.

Alexander Lowen ontwikkelde deze gedachte verder in de Bio-energetische Analyse (Bio-Energetica). Hij beschreef verschillende karakterstructuren en onderzocht hoe psychische bescherming, lichamelijke organisatie en relationeel gedrag elkaar konden beïnvloeden.

Binnen de Bellein Academie gebruiken we deze traditie, met een belangrijk uitgangspunt: een karakterstructuur is een theoretisch en klinisch referentiekader. Het is geen diagnose en iemand valt nooit samen met zijn karakterstructuur.

Daarnaast werkt Bellein met een tweede model van bescherming: de drie maskers uit de Padwerk-traditie. Die maskers beschrijven een andere laag van de persoonlijkheid. Juist het onderscheid tussen karakterstructuur en masker helpt om preciezer te begrijpen wat iemand beschermt en hoe die bescherming zich laat zien.

Karakter begint als oplossing

Wanneer het woord karakter wordt gebruikt, denken we gemakkelijk aan eigenschappen die iemand bezit. Zij is onafhankelijk. Hij is controlerend. Zij vindt het moeilijk om hulp te vragen. Hij past zich voortdurend aan. Daarmee beschrijven we gedrag, terwijl de interessantste vraag nog openligt: waarvoor is dit gedrag ooit een oplossing geworden?

Stel dat een kind telkens merkt dat zijn moeder slecht reageert wanneer het boos wordt. Misschien trekt zij zich terug of wordt ze zelf gekwetst. Het kind hoeft daar geen bewuste conclusie uit te trekken. Wanneer het vaak genoeg gebeurt, kan het steeds eerder beginnen te voelen dat boosheid risico oplevert voor het contact.

Het leert zichzelf inhouden.

Aanvankelijk gebeurt dat in een specifieke situatie. Later kan dezelfde beweging steeds gemakkelijker ontstaan. Het kind wordt een volwassene die tijdens een meningsverschil automatisch rekening houdt met de reactie van de ander en pas later ontdekt wat hij zelf vindt.

Dat patroon heeft dan twee kanten. Het beperkt hem inmiddels, omdat hij zichzelf gemakkelijk verlaat. Tegelijk is het ooit ontstaan binnen een situatie waarin het bewaren van de relatie voor hem belangrijk was.

Daarom spreekt Bellein over bescherming. Een karakterpatroon heeft een functie.

Lees verder: Emoties, grenzen en gezonde agressie

Een karakterstructuur ligt dieper dan zichtbaar gedrag

Een karakterstructuur beschrijft binnen deze traditie een relatief stabiele manier waarop iemand zichzelf in de loop van zijn ontwikkeling is gaan organiseren.

Daarin komen verschillende aspecten samen. Hoe iemand nabijheid ervaart speelt mee. Ook de manier waarop hij kracht gebruikt, afhankelijkheid beleeft en emoties toelaat kan onderdeel van dat patroon worden. Het lichaam kan daarin meegaan doordat bepaalde bewegingen gemakkelijker beschikbaar raken en andere juist sneller worden afgeremd.

Dat betekent dat een karakterstructuur veel breder is dan een afzonderlijke strategie.

Iemand met een sterke behoefte aan controle kan op het werk bijvoorbeeld zeer dominant zijn en thuis juist voortdurend proberen de vrede te bewaren. Die twee gedragingen lijken tegengesteld, terwijl ze vanuit dezelfde onderliggende bescherming kunnen worden georganiseerd.

Een karakterstructuur probeert dus niet alleen te beschrijven wat iemand doet. Het model vraagt vooral hoe iemand zichzelf steeds opnieuw organiseert wanneer bepaalde kwetsbaarheden geraakt worden.

Het masker beschermt een andere laag

Het masker uit de Padwerk-traditie beschrijft iets anders. Een masker is de manier waarop iemand probeert zich naar buiten toe aanvaardbaar, veilig of onaantastbaar te presenteren. Het ontstaat wanneer iemand delen van zichzelf moeilijk verdraagt of verwacht dat die delen de relatie met anderen in gevaar brengen.

Zo'n masker kan heel overtuigend zijn.

Iemand kan werkelijk zorgzaam zijn en tegelijkertijd zijn zorgzaamheid gebruiken om te voorkomen dat iemand boos op hem wordt. Een ander kan werkelijk krachtig zijn en zijn kracht tegelijkertijd inzetten om te voorkomen dat iemand zijn onzekerheid ziet. Weer iemand heeft daadwerkelijk veel vermogen tot reflectie en gebruikt datzelfde vermogen om afstand te houden van zijn gevoelens.

Het masker bestaat dus vaak uit eigenschappen die op zichzelf gezond kunnen zijn. De bescherming zit in de rigiditeit en bedoeling waarmee ze worden ingezet.

Binnen de Padwerk-traditie worden drie veelvoorkomende maskervormen beschreven: het liefdesmasker, het machtsmasker en het sereniteitsmasker. In de klassieke indeling wordt het liefdesmasker vooral verbonden met angst, het machtsmasker met dominante eigen wil en het sereniteitsmasker met trots. Alle drie deze onderliggende bewegingen kunnen echter in ieder masker voorkomen.

Het liefdesmasker: wanneer liefde een voorwaarde krijgt

Bij het liefdesmasker probeert iemand veiligheid en verbinding te behouden door liefdevol, behulpzaam en aangepast te zijn.

Dat kan er aan de buitenkant zeer warm uitzien.

Iemand onthoudt wat anderen nodig hebben, helpt snel en voelt stemmingen scherp aan. Wanneer er spanning ontstaat, is hij degene die begrip toont en probeert de relatie te herstellen.

Het verschil tussen echte liefde en het liefdesmasker wordt pas zichtbaar wanneer iets anders nodig is.

Stel dat iemand boos is op zijn partner. Hij voelt de boosheid wel, maar zodra zijn partner verdrietig kijkt, verandert er iets. Zijn toon wordt zachter. Hij begint haar uit te leggen dat hij haar begrijpt en uiteindelijk troost hij haar.

Daarna blijft hij met zijn eigen boosheid zitten.

Zijn zorgzaamheid was op dat moment niet uitsluitend een vrije uitdrukking van liefde. Zij hielp hem ook voorkomen dat de ander zich van hem zou afkeren.

Binnen de Bellein Academie onderzoeken we daarom niet of iemand “te lief” is. We kijken of liefde vrij beschikbaar blijft wanneer iemand tegelijkertijd een grens heeft, teleurgesteld is of iets anders wil.

In de Padwerk-traditie kan onder het liefdesmasker een overtuiging liggen in de richting van: als ik genoeg geef, mij voldoende aanpas en liefdevol blijf, behoud ik de verbinding.

De gezonde kwaliteit die in het masker vervormd raakt is werkelijke liefde en verbinding. Die liefde krijgt meer ruimte wanneer iemand ook boosheid, eigen behoefte en autonomie kan verdragen.

Lees verder: Wetenschap en lichaamsgerichte therapie

Het machtsmasker: wanneer kracht bescherming wordt tegen kwetsbaarheid

Bij het machtsmasker probeert iemand zichzelf veilig te houden door sterk, competent of onaantastbaar te zijn.

Zo iemand kan gemakkelijk leiding nemen. Hij ziet snel wat er moet gebeuren en kan zeer doortastend zijn.

De bescherming wordt vaak pas zichtbaar wanneer hij afhankelijk raakt van iemand anders.

Een cliënt kan bijvoorbeeld openlijk vertellen over moeilijke gebeurtenissen, zolang hij zelf bepaalt hoe daarover gesproken wordt. Zodra de therapeut opmerkt dat hij geraakt lijkt en vraagt wat hij op dat moment nodig heeft, verandert zijn houding. Hij trekt zijn borst wat op, wordt scherper in zijn taal en legt uit waarom hij de situatie eigenlijk prima zelf kan oplossen.

De verschuiving kan klein zijn.

Toch gebeurt er iets wezenlijks. De mogelijkheid om geraakt te worden wordt vervangen door controle.

Het machtsmasker kan zich daardoor uitdrukken in gelijk willen krijgen, presteren of het contact stevig sturen. De onderliggende beweging hoeft voor de persoon zelf nauwelijks bewust te zijn. In Belleins bronnen wordt deze maskervorm verbonden met de innerlijke regel dat kracht en controle moeten voorkomen dat iemand vernederd, afhankelijk of geraakt wordt.

De gezonde kwaliteit achter het masker is kracht.

Wanneer die kracht minder defensief hoeft te worden gebruikt, kan iemand helder positie innemen zonder de ander te overheersen en kan hij kwetsbaarheid verdragen zonder zichzelf als zwak te ervaren.

Het sereniteitsmasker: wanneer niets nodig lijken bescherming wordt

Het sereniteitsmasker kan moeilijker te herkennen zijn, juist omdat het aan de buitenkant vaak zeer evenwichtig oogt.

Iemand kan rustig, verstandig en beschouwend zijn. Wanneer andere mensen emotioneel worden, blijft hij kalm. Hij begrijpt vaak goed waarom mensen doen wat ze doen.

De vraag is of hij daarbij zelf nog aanwezig is.

Stel dat zijn partner zegt dat ze zich door hem verlaten voelt. Hij luistert, knikt en legt vervolgens zorgvuldig uit dat zij waarschijnlijk geraakt wordt in een oude hechtingswond.

Alles wat hij zegt kan inhoudelijk kloppen.

Toch antwoordt hij niet op de vraag wat haar verdriet op dat moment met hém doet.

Daar kan het sereniteitsmasker zichtbaar worden.

Binnen dit masker wordt afstand gebruikt om gevoelens beheersbaar te houden. In The Undefended Self beschrijft Susan Thesenga hoe iemand zich kan terugtrekken achter kalmte of intellectuele afstand en daarmee voorkomt dat gevoelens werkelijk dichtbij komen.

Bij Bellein zien we dat soms terug wanneer iemand alles kan begrijpen en nauwelijks nog ervaart wat er lichamelijk gebeurt.

De gezonde kwaliteit achter dit masker is werkelijke sereniteit: innerlijke ruimte waarin gevoelens aanwezig mogen zijn zonder dat ze de persoon overspoelen.

Dat verschilt wezenlijk van onaangedaan lijken.

Lees verder: Hechting en het lichaam

Het grote verschil tussen een masker en een karakterstructuur

Dit onderscheid is fundamenteel.

Een karakterstructuur beschrijft de diepere manier waarop iemand zich psychisch, lichamelijk en relationeel is gaan organiseren. Het model probeert te begrijpen welke ontwikkelingservaringen en terugkerende innerlijke conflicten ervoor hebben gezorgd dat bepaalde vormen van bescherming relatief structureel zijn geworden.

Een masker beschrijft vooral hoe iemand zichzelf presenteert wanneer hij die onderliggende kwetsbaarheid probeert af te schermen.

Daardoor kunnen dezelfde twee begrippen nooit één op één aan elkaar worden gekoppeld.

Iemand met kenmerken van een orale karakterstructuur kan bijvoorbeeld een liefdesmasker gebruiken door voortdurend voor anderen te zorgen. Diezelfde persoon kan op zijn werk juist een machtsmasker inzetten en laten zien dat hij niemand nodig heeft.

Omgekeerd kan hetzelfde liefdesmasker voorkomen bij iemand met een heel andere karakterologische organisatie.

Het masker ligt als het ware meer aan de buitenkant van de bescherming. Het probeert een geïdealiseerde versie van jezelf overeind te houden: ik ben altijd liefdevol, ik ben altijd sterk, of ik sta boven dit soort gevoelens.

De karakterstructuur ligt dieper en beïnvloedt veel breder hoe iemand spanning, nabijheid, kracht, autonomie en afhankelijkheid organiseert.

Dat verschil is therapeutisch belangrijk.

Wanneer iemand voortdurend helpt, is de conclusie “orale karakterstructuur” veel te snel.

Misschien zien we eerst alleen een liefdesmasker.

Pas door verder te onderzoeken wat er gebeurt wanneer deze persoon zélf iets nodig heeft, wanneer iemand hem teleurstelt of wanneer hij boos wordt, kan duidelijker worden welke diepere karakterologische bescherming meespeelt.

Het masker is ook iets anders dan het lagere zelf

Binnen het model van de innerlijke lagen maakt Bellein nog een tweede onderscheid.

Het masker probeert juist te verbergen wat daaronder leeft.

Iemand zegt vanuit zijn masker: “Geeft niks, ik begrijp het wel.”

Daaronder kan tegelijkertijd boosheid aanwezig zijn.

Een ander zegt: “Het maakt mij werkelijk niet uit.”

Wanneer hij langer bij zichzelf blijft, blijkt dat hij sterk verlangt naar erkenning.

Binnen de Padwerk-traditie wordt de laag waarin eigen wil, trots, vijandigheid of andere moeilijk aanvaarde impulsen leven het lagere zelf genoemd. Het masker probeert die bewegingen vaak buiten beeld te houden, ook voor de persoon zelf.

Daarmee ontstaat een belangrijk therapeutisch verschil.

Het doel is niet het masker simpelweg weg te trekken. Een masker is bescherming. Wanneer je het te snel confronteert, kan iemand zich juist sterker verdedigen. Het werk bestaat erin dat iemand gaandeweg kan herkennen wat hij laat zien, wat hij daarmee probeert te voorkomen en wat er onder die buitenste laag werkelijk leeft.

Karakter en masker kunnen tegelijk zichtbaar worden in het lichaam

Omdat beide vormen van bescherming ook lichamelijk kunnen worden georganiseerd, kunnen ze in een sessie gemakkelijk door elkaar lopen.

Neem iemand die voortdurend vriendelijk glimlacht wanneer hij spanning voelt.

Die glimlach kan deel zijn van een liefdesmasker: hij wil voorkomen dat zijn boosheid het contact verstoort.

Tegelijk kan er een dieper karakterpatroon aanwezig zijn waarbij zijn borst weinig beweegt, zijn keel snel aanspant en zijn eigen wil moeilijk kracht krijgt.

Het masker vertelt dan vooral hoe hij zichzelf in contact presenteert.

De karakterstructuur helpt begrijpen waarom bepaalde gevoelens en bewegingen zo structureel moeilijk beschikbaar zijn geworden.

Dat onderscheid voorkomt dat een therapeut ieder zichtbaar gedrag direct tot karakter maakt.

Spierpantsering en masker zijn evenmin hetzelfde

Ook spierpantsering vraagt een eigen plaats.

Wanneer iemand zijn masker vaak gebruikt, kan daar lichamelijke spanning bij ontstaan. Iemand met een liefdesmasker kan bijvoorbeeld steeds zijn boosheid inslikken en daarbij zijn keel en kaak aanspannen.

Die spiercontractie kan op den duur een vertrouwd patroon worden.

Toch is de spanning zelf nog geen masker.

Het masker is de psychische en relationele strategie: ik blijf vriendelijk zodat jij mij blijft accepteren.

De spiercontractie is een lichamelijke manier waarop die strategie op dat moment mede wordt uitgevoerd.

Wanneer dezelfde contractie heel vaak wordt gebruikt, kan zij onderdeel worden van een breder karakterpantser.

Hier komen de modellen dus samen zonder identiek te worden.

De vijf klassieke karakterstructuren

Binnen de traditie van Reich en Lowen worden vijf hoofdstructuren onderscheiden: de schizoïde, orale, psychopathische of narcistische, masochistische en rigide structuur. Bellein gebruikt deze namen als historische vakbegrippen. Ze worden niet gelijkgesteld aan psychiatrische diagnoses.

Bij de schizoïde structuur ligt in het klassieke model veel nadruk op afstand, existentiële veiligheid en het moeilijk volledig bewonen van het lichaam. Een persoon kan zeer intelligent en analytisch functioneren en bij toenemende nabijheid merken dat hij steeds verder uit zijn lichamelijke ervaring raakt.

Bij de orale structuur speelt nodig hebben een belangrijke rol. Iemand kan veel steun zoeken en toch nooit werkelijk verzadiging ervaren. Een ander organiseert dezelfde kwetsbaarheid door juist voor iedereen te zorgen en zelf vrijwel niets te vragen.

De psychopathische of narcistische structuur draait in deze historische theorie vooral om macht, controle en de moeilijkheid van kwetsbare afhankelijkheid. De oude term psychopathisch heeft hier een andere betekenis dan in hedendaagse psychiatrie en moet daarom zorgvuldig worden toegelicht.

Bij de masochistische structuur wordt veel kracht ingehouden. De eigen wil kan aanwezig zijn terwijl openlijke expressie ervan moeilijk wordt. Iemand houdt vol, slikt in en merkt misschien pas laat hoeveel woede of verzet daarbij wordt vastgehouden.

De rigide structuur beschrijft een organisatie waarin functioneren en zelfbeheersing vaak goed ontwikkeld zijn, terwijl emotionele overgave of verlies van controle spannender kan worden.

Deze beschrijvingen zijn theoretische kaarten. Ze leveren geen objectieve classificatie van een persoon.

Eén karakterstructuur kan verschillende maskers gebruiken

Juist hier wordt het onderscheid heel zichtbaar.

Stel dat iemand veel rigide kenmerken heeft.

In zijn werk gebruikt hij een machtsmasker. Hij presteert, blijft sterk en laat weinig twijfel zien.

In zijn liefdesrelatie gebruikt hij vooral een liefdesmasker. Hij doet veel voor zijn partner en probeert conflicten snel glad te strijken.

Wanneer het hem allemaal te veel wordt, trekt hij zich terug in een sereniteitsmasker en zegt hij dat hij “even boven alle emoties wil staan”.

De onderliggende karakterologische organisatie kan relatief stabiel zijn.

Het masker verschuift met de situatie.

Susan Thesenga beschrijft ook dat maskers gecombineerd kunnen worden en dat verschillende maskers in verschillende delen van iemands leven de overhand kunnen krijgen.

Dat is voor Bellein therapeutisch belangrijk.

We zoeken dus geen simpele koppeling zoals: deze karakterstructuur hoort bij dit masker.

We onderzoeken welke laag op dat moment zichtbaar is.

Waarom een lichaamslezing nooit voldoende is

Zodra iemand veel theorie over karakter en maskers kent, ontstaat een risico. Je kunt overal iets gaan herkennen.

Een glimlach wordt dan onmiddellijk een liefdesmasker. Een stevige houding wordt een machtsmasker. Een teruggetrokken borstkas wordt gezien als bewijs voor een karakterstructuur.

Daarmee verliest het model zijn waarde.

Binnen de Bellein Academie leren studenten daarom eerst zo precies mogelijk waarnemen.

“Hij glimlacht terwijl hij vertelt dat hij boos is” is een observatie.

“Hij zit in zijn liefdesmasker” is een hypothese.

“Hij heeft een orale karakterstructuur” is nog een stap verder.

Elke stap vraagt aanvullend onderzoek.

Daarom wordt in de opleiding steeds opnieuw onderscheid gemaakt tussen waarneming, interpretatie en werkhypothese.

Lees verder: Wat is lichaamslezing?

Karakter, masker en hechting beïnvloeden elkaar

Bescherming ontstaat nooit volledig los van relaties.

Wanneer een kind ervaart dat er weinig ruimte is voor boosheid, kan het een liefdesmasker ontwikkelen waarmee het de verbinding veilig probeert te houden.

Wanneer kwetsbaarheid in het gezin wordt bestraft, kan een machtsmasker aantrekkelijker worden.

Wanneer emotionele aanwezigheid van ouders onvoorspelbaar of overweldigend is, kan terugtrekking een manier worden om zichzelf te beschermen.

Toch betekent dat niet dat hechtingsstijl, masker en karakterstructuur drie woorden voor hetzelfde zijn.

Hechtingstheorie beschrijft vooral verwachtingen en gedrag rond beschikbaarheid, nabijheid en afhankelijkheid binnen belangrijke relaties.

Karaktertheorie probeert een bredere psychisch-lichamelijke organisatie te beschrijven.

Het masker beschrijft de buitenste beschermende presentatie die iemand inzet wanneer kwetsbaarheid of innerlijk conflict geraakt wordt.

Binnen Lichaamsgericht Hechtingswerk worden deze perspectieven juist naast elkaar gebruikt.

Lees verder: Wat is Lichaamsgericht Hechtingswerk?

Wat gebeurt er wanneer het masker zachter wordt?

Een cliënt zegt bijvoorbeeld voortdurend dat alles prima gaat.

De therapeut merkt dat zijn adem oppervlakkiger wordt zodra het gesprek over teleurstelling gaat.

In plaats van hem direct te confronteren met zijn sereniteitsmasker, kan zij hem uitnodigen om even te merken wat er in zijn lichaam gebeurt wanneer hij zegt dat het hem weinig doet.

Misschien merkt hij dan spanning in zijn borst.

Wanneer hij daar langer bij blijft, ontstaat verdriet.

Het interessante moment is niet dat de therapeut “het masker heeft doorzien”.

De cliënt krijgt zelf toegang tot iets wat hij tot dat moment buiten zijn ervaring hield.

Daarmee verliest het masker langzaam zijn noodzaak.

Het masker laten zakken betekent niet dat alle impulsen moeten worden uitgeleefd

Onder het masker kan boosheid, jaloezie, wraakzucht, afhankelijkheid of een sterke eigen wil zichtbaar worden.

Dat iemand die gevoelens erkent, betekent niet dat hij ze onmiddellijk in gedrag moet omzetten.

De beweging is eerst eerlijkheid.

Ik glimlach terwijl ik je eigenlijk iets kwalijk neem.

Ik doe alsof ik niets nodig heb terwijl ik verlang naar steun.

Ik zeg dat ik rustig ben terwijl ik me diep geraakt voel.

Door dat eerlijker te herkennen ontstaat ruimte voor verantwoordelijkheid.

Daarmee verschuift bescherming geleidelijk van automatisch naar bewust.

Karakterstructuren binnen lichaamsgericht hechtingswerk

Binnen Bellein vormt karakterstructuur één perspectief binnen een groter geheel. Wanneer een cliënt tijdens een oefening geen kracht in zijn armen krijgt, kan karaktertheorie een mogelijke verklaring bieden. Misschien remt hij zijn eigen wil gemakkelijk af. Het masker kan ondertussen iets anders laten zien. Hij glimlacht bijvoorbeeld en zegt dat hij het ook helemaal niet belangrijk vindt om te duwen. De therapeut heeft dan meerdere informatiebronnen.

Het lichamelijke patroon geeft informatie over beweging en contractie. Het masker laat zien hoe de cliënt zich in het actuele contact presenteert. Karaktertheorie kan een hypothese geven over de bredere bescherming. Hechting helpt begrijpen wat er relationeel op het spel staat.

De Bellein TegelWijzer © ondersteunt het verbinden van zulke informatie zonder één model tot de volledige waarheid te maken.

Daar ligt uiteindelijk de waarde van deze modellen. Ze geven de therapeut taal waarmee hij preciezer kan kijken. De persoon zelf blijft altijd groter dan de theorie.

Wil je dit zelf ervaren? Kom naar een kennismakingsworkshop of een themadag.

Veelgestelde vragen over karakterstructuren en maskers

Wat is het verschil tussen een masker en een karakterstructuur?

Een karakterstructuur beschrijft een relatief diep en terugkerend patroon in hoe iemand zich psychisch, lichamelijk en relationeel organiseert.

Een masker beschrijft vooral de beschermende presentatie waarmee iemand probeert kwetsbaarheid of minder aanvaarde delen van zichzelf buiten beeld te houden.

Eén karakterstructuur kan verschillende maskers gebruiken en hetzelfde masker kan bij verschillende karakterstructuren voorkomen.

Welke drie maskers worden binnen de Bellein Academie onderscheiden?

Bellein werkt met het liefdesmasker, het machtsmasker en het sereniteitsmasker uit de Padwerk-traditie.

Het liefdesmasker zoekt veiligheid door aangepast en liefdevol te zijn. Het machtsmasker probeert kwetsbaarheid te vermijden door kracht en controle te gebruiken. Het sereniteitsmasker beschermt door afstand, onaangedaanheid of verheven rust.

Daarachter liggen gezonde menselijke kwaliteiten die weer vrijer beschikbaar kunnen worden wanneer het masker minder noodzakelijk wordt.

Heeft iedereen maar één masker?

Nee.

Mensen kunnen verschillende maskers gebruiken in verschillende situaties. Ook combinaties komen voor. Iemand kan op het werk vooral een machtsmasker gebruiken en in zijn relatie sneller naar een liefdesmasker verschuiven.

Is een masker hetzelfde als doen alsof?

Dat is te eenvoudig.

Een masker bevat vaak werkelijke kwaliteiten van iemand. Een persoon met een liefdesmasker kan oprecht zorgzaam zijn.

De bescherming ontstaat doordat die kwaliteit rigide wordt ingezet om iets anders buiten beeld te houden. Dan is zorgzaamheid bijvoorbeeld geen volledig vrije keuze meer, omdat boosheid of eigen behoefte nauwelijks ruimte krijgt.

Kun je aan iemand zien welk masker hij heeft?

Een therapeut kan gedrag en lichamelijke veranderingen waarnemen die aan een masker doen denken.

Dat levert een werkhypothese op.

De betekenis moet verder worden onderzocht met de cliënt. Eén houding, glimlach of manier van spreken bewijst nooit welk masker iemand gebruikt.

Kun je een karakterstructuur aan iemands lichaam zien?

Lichamelijke patronen kunnen informatie geven over hoe iemand zichzelf organiseert.

Daaruit kan geen karakterstructuur met zekerheid worden vastgesteld.

Bellein gebruikt karaktertheorie daarom als referentiekader en blijft waarnemingen toetsen aan de ervaring en geschiedenis van de cliënt.

Verdiep je verder

Wat is lichaamslezing?

Hoe een therapeut lichamelijke patronen waarneemt en daar zorgvuldig werkhypothesen van maakt.

Hechting en het lichaam

Hoe nabijheid, autonomie en relationele veiligheid lichamelijk merkbaar worden.

Trauma en het lichaam

Hoe ingrijpende ervaringen lichamelijk kunnen doorwerken en waarom draagkracht telt.

Emoties, grenzen en gezonde agressie

Hoe emoties informatie geven en samenhangen met grenzen en de richting van kracht.

Wil je advies?

Onze opleidingscoördinatoren staan klaar om al je vragen te beantwoorden. Neem gerust contact met ons op voor meer informatie over de opleiding of het inschrijfproces.

Je kunt ons bellen op 06 49 16 55 34 of vul het contactformulier hier in.
We reageren binnen vijf werkdagen!

Wil je liever eerst ervaren voordat je je inschrijft? Bekijk wat je kunt beleven bij Bellein.
Kom dan naar de kennismakingsworkshop of themadag. 

Wil je meer weten over de beroepsopleiding tot lichaamsgericht hechtingstherapeut?
Ontvang onze informatiegids en ontdek alles over de inhoud, opzet en mogelijkheden van deze vierjarige opleiding. Vul hiernaast je gegevens in en ontvang de gids direct in je inbox!

Heb je vragen? Neem gerust contact met ons op.