
Continu spanning in je lijf (en geen idee wat je ermee moet)?
Hoe ga ik met spanning om?
(Wat ik na 15+ jaar lichaamsgericht werken steeds opnieuw zie, en waar je vandaag al mee kunt beginnen.)
Misschien herken je dit:
- Je schouders staan “aan” zonder dat je het doorhebt.
- Je kaken zijn strak, je buik is hard, je adem zit hoog.
- Je bent niet per se bang of verdrietig, maar je lijf voelt alsof het elk moment ergens op moet reageren.
- En als iemand vraagt: “Wat voel je?”, dan is het eerlijke antwoord: “Ik weet het niet. Alleen spanning.”
Ik hoor dit zó vaak. En bijna altijd zit er eenzelfde misverstand onder:
Je denkt dat spanning een probleem is dat weg moet.
Terwijl spanning vaak eerst en vooral een signaal is. Een vorm van communicatie. Je lijf dat zegt: “Ik ben je al een tijd aan het dragen en ik wil dat je rustiger aan doet met me.”
En dan is de vraag dus niet: Hoe krijg ik dit weg?
Maar: Wat probeert mijn lijf mij te vertellen?
Spanning is vaak geen “fout” maar een slimme strategie
Je lijf is niet dom. Het is ook niet dramatisch. Het is vooral loyaal.
Spanning is vaak wat er ontstaat als je zenuwstelsel al langer in een soort waakstand staat. Alsof er ergens vanbinnen een handrem een klein stukje aangetrokken blijft.
Soms komt die waakstand door iets actueels: stress, drukte, zorgen, slaaptekort, veel schermen, een volle agenda, een relatie die schuurt.
Maar heel vaak is het óók iets ouds dat meedraait:
- altijd alert zijn op de ander
- je aanpassen en sterk blijven
- niet lastig willen zijn
- snel “over jezelf heen” gaan
- doorgaan, ook als je lijf eigenlijk nee zegt
Dat zijn geen karaktertrekken. Dat zijn meestal overlevingsgewoontes. Ooit heel logisch. En nu vooral vermoeiend.
Waarom je er “niets mee kunt”, terwijl je het wel voelt
Veel mensen voelen spanning heel duidelijk… maar kunnen er niet bij wat eronder zit.
Dat is niet omdat je ongevoelig bent.
Het is omdat je systeem geleerd heeft: “Voelen is onveilig of onhandig, dus we houden het praktisch.”
Dan word je goed in:
- begrijpen
- oplossen
- relativeren
- doorgaan
En je lijf? Dat blijft intussen spanning vasthouden, want dat is wat het kent. Het voelt zich niet gehoord of gezien, maar stevig genegeerd.
In die zin is spanning soms een beetje als een melding op je telefoon die je al dagen wegveegt. Het verdwijnt niet. Het wordt alleen… hardnekkiger.
De 3 meest voorkomende “spanningstypes” die ik zie
Ik zie dit bij onze eerstjaars in de Bellein Academie zó vaak: zodra iemand zichzelf hierin herkent, wordt spanning ineens minder een mysterie en meer iets waar je mee kunt werken.
1) Het “ik moet door”-lijf
Je functioneert. Je doet wat nodig is. Je bent verantwoordelijk.
Maar je lijf staat continu strak, alsof ontspanning pas mag als alles af is.
Signalen: stijve nek, druk op borst, hoge adem, prikkelbaarheid, moeite met stil zitten.
2) Het “ik hou het samen”-lijf
Je bent goed in aardig zijn, de sfeer bewaken, harmonie houden.
Maar vanbinnen staat er iets vast.
Signalen: kaakklem, buikspanning, ingehouden adem, snel overprikkeld, ‘s avonds instorten.
3) Het “ik ben weg van mezelf”-lijf
Je voelt spanning, maar ook een soort afstand. Alsof je wel aanwezig bent, maar niet helemaal in je lijf woont.
Signalen: veel in je hoofd, moeite met voelen, duizeligheid, onrust, onverklaarbare spanning.
Herken jij jezelf in 1, 2 of 3? Of misschien wel in alle drie! Het is oké. Het is niet raar. Het betekent niet dat je stuk bent, het betekent: je systeem doet z’n best.
Wat je (waarschijnlijk) al geprobeerd hebt… en waarom het niet werkt
- Veel mensen gaan meteen naar oplossingen als:
- yoga “want dat is ontspannend” (maar je lijf blijft aan)
- ademhaling “maar ik ga juist harder voelen”
- wandelen “en toch blijft het”
- positief denken “ik moet me niet zo aanstellen”
- nóg meer begrijpen “waarom heb ik dit?”
Begrijp me goed: dit zijn ook helpende dingen.
Maar als je spanning vooral een beschermlaag is, dan werkt “ontspanning” vaak pas als je eerst iets anders doet:
veiligheid vergroten in je lijf, in kleine doseringen.
Niet forceren. Niet doorbreken. Niet fixen.
Eerder: landen.
Alsof je zachtjes terugkomt in een huis waar je lang niet écht bent geweest.
Een simpele manier om vandaag te beginnen: 90 seconden “terug in je lijf”
Als je nu denkt: ‘Waar moet ik beginnen?’
Begin hier. Op de plek waar je nu al bent: in je lijf.
Stap 1: Maak het klein
Zeg in jezelf:
“Ik hoef dit niet op te lossen. Ik ga nu (voor het eerst sinds lang) echt even luisteren naar mijn lijf.”
Dat haalt vaak al druk weg.
Stap 2: Hand op hart en buik
Leg één hand op je borstkas bij je hart.
De andere op je onderbuik net onder je ribben.
Niet om iets te ‘doen’, alleen om te laten merken: ik ben erbij.
Adem uit, langer dan in.
En zeg in jezelf: “Ik luister.”
Stap 3: Adem zonder duwen
Leg één hand op je borst, één op je onderbuik.
Adem in alsof je iets ruikt. Adem uit alsof je een spiegel zacht beslaat.
En dan de belangrijkste zin:
“Ik ben hier.”
Meer hoeft niet.
Als je dit 1x per dag doet, train je iets essentieels: contact.
Wat spanning je vaak probeert te vertellen (in gewone taal)
Onder spanning zit opvallend vaak één van deze boodschappen:
- “Ik ben moe.”
- “Ik ben over mijn grens.”
- “Ik doe dit te veel alleen.”
- “Ik hou mezelf in.”
- “Ik ben bang dat ik het fout doe.”
- “Ik voel me verantwoordelijk voor de ander.”
En soms ook:
- “Ik mis iets.”
- “Ik verlang.”
- “Ik wil eigenlijk zachter leven.”
Spanning is niet alleen stress. Het is soms ook ingehouden leven.
Wanneer het helpend is om niet alleen te blijven ploeteren
Soms kun je zelf veel doen. En soms is het wijs om steun te zoeken, vooral als:
- je spanning je slaap verstoort (lang, vaak)
- je paniek, benauwdheid of sombere klachten hebt
- je lichaam pijnsignalen geeft die je negeert
- je steeds terugschiet in dezelfde patronen, ondanks je goede intenties
- je voelt: “Ik kom er in mijn eentje niet bij”
Ook praktisch: bij heftige of nieuwe lichamelijke klachten is het altijd verstandig medische oorzaken te laten checken via je huisarts.
Waarom “live ervaren” het verschil maakt
Wat ik in mijn werk steeds zie: mensen begrijpen het vaak al snel. Maar pas als je het in je lijf ervaart, verandert er echt iets.
Niet omdat je nóg een inzicht nodig hebt.
Maar omdat je systeem leert:
“Ik kan spanning voelen én aanwezig blijven.”
“Ik hoef niet weg.”
“Ik kan terugkomen.”
En dat is precies waar lichaamsgericht hechtingswerk over gaat: niet harder je best doen, maar een ander soort bedding bouwen. Van binnenuit.
Als je dit herkent: begin klein (en als je wilt, doe het eens samen met ons)
Als dit stuk iets in jou raakt, probeer dan deze week één ding:
Elke dag 90 seconden handen + adem + ‘ik ben hier’.
Niet om te fixen. Alleen om contact te oefenen.
En als je merkt: ik wil dit niet alleen lézen, ik wil dit vóelen
kijk dan even bij ons aanbod. We hebben verschillende manieren om kennis te maken, van laagdrempelig tot verdiepend (lichaamswerk, workshops en training).
Live werken helpt je lijf vaak sneller begrijpen wat woorden niet kunnen duwen.
Je hoeft niets te forceren.
Maar je hoeft het ook niet alleen uit te vogelen.










