
Je lagere zelf herkennen
Het lagere zelf herkennen zonder schaamte
Verantwoordelijkheid nemen zonder jezelf kwijt te raken
Vera vertelt me over een zaterdag die “helemaal nergens over ging” en toch eindigde in een oorverdovende stilte in huis. Het begon onschuldig. Koffie. Een wasje. Bram die zei dat hij “straks” zijn moeder zou terugbellen over het etentje van morgen. Vera hoorde zichzelf nog zeggen: “Is goed.” Alleen voelde ze het al, heel klein, in haar borst: dat ongeduld dat niet schreeuwt, maar wel alvast vooruitloopt.
Twee uur later was de tafel gedekt, de kinderen werden onrustig, Bram had nog steeds niet gebeld, en Vera merkte dat ze hem ongemerkt in beweging probeerde te krijgen. Ze zei: “Ik regel de kinderen wel, ga jij jouw dingen doen?”
Ze bedoelde: Kom op. Doe nou eens. Niet weer dat hangen en dat ‘straks’.
Dat is vaak het moment waarop mensen denken: Wat is er mis met mij? Terwijl er meestal iets anders aan de hand is: er is een beschermlaag in je systeem wakker geworden.
Drie manieren waarop je jezelf beschermt: trots, eigen wil en angst
Bij Vera liep die zaterdag niet één ding mis. Er gingen drie knoppen tegelijk aan, en je kunt ze meestal vrij duidelijk herkennen als je weet waar je op moet letten.
Trots kwam als eerste. Niet als grootspraak, maar als een dun laagje morele hoogte. Toen Bram eindelijk zei: “Je had me ook gewoon kunnen helpen onthouden,” reageerde Vera meteen met: “Als ik alles moet onthouden, kan ik het net zo goed alleen doen.”
In die zin zit een boodschap die je misschien herkent: ik ben hier de volwassene. Trots hoeft niet te brullen. Trots kan ook klinken als: ik zie het tenminste. ik denk tenminste vooruit. ik draag dit tenminste.
Eigen wil zat daar direct onder. Dat deel in haar wilde dat het op háár tempo ging, op háár manier, en vooral: nu. Bellen. Regelen. Klaar. In haar hoofd heette dat efficiënt. In de praktijk was het duwen. Niet omdat ze een controlfreak is, maar omdat ze het gevoel van afhankelijkheid niet verdroeg.
En angst was de bodem. Vera kon nauwelijks verdragen dat er nog onduidelijkheid was rondom het etentje met haar schoonouders. Haar schoonmoeder had snel commentaar. Dan was de soep lauw, dan liep het rommelig, dan was er “geen sfeer”. Vera belandde in een oude, nare plek: de plek waar ze zich tekort voelt schieten en waar het idee opduikt dat ze het nooit goed genoeg doet.
Angst klinkt zelden als: “Ik ben bang.” Angst klinkt vaker als: Dan zorg ik wel dat het klopt. Netjes. Vooruitdenken. Controle. Alles dichttimmeren, zodat er niemand iets van kan vinden en jij niet opnieuw door de mand valt.
Het kantelpunt: één eerlijke zin
Er is een moment waarop het kan kantelen, ook al is de situatie nog niet opgelost. Dat moment is klein. Het is de seconde waarin je terugneemt wat je al naar buiten aan het brengen was.
Niet door jezelf af te branden. Niet door te doen alsof je “nu eenmaal zo bent”. Ook niet door de ander te beschuldigen. Je zegt iets simpels, in gewone woorden:
“Wacht. Dit gebeurt in míj.”
Die zin geeft vaak iets wat mensen niet verwachten: rust. Niet omdat iedereen meteen meewerkt, maar omdat je weer contact krijgt met wat waar is. Het wordt menselijk, er is gevoel, er is respect en de verbinding kan blijven bestaan, omdat niemand aangevallen wordt.
De kernvraag
Dan komt de vraag: welk deel in mij probeert me nu veilig te houden, en hoe doet het dat?
Bij Vera werd het opeens duidelijk. Er was een deel in haar dat bang was voor afkeuring en voor dat gevoel van falen. Dat deel kende drie routes.
- Trots: boven de situatie gaan staan.
- Eigen wil: de regie pakken.
- Angst: alles netjes maken, zodat niemand iets kan zeggen.
Zodra je dit ziet, kun je verantwoordelijkheid nemen zonder jezelf kwijt te raken. Verantwoordelijkheid betekent dan niet: schuld. Verantwoordelijkheid betekent: ik ben degene die reageert, dus ik ben ook degene die kan herstellen.
Waarheid en liefde, tegelijk
Waarheid is concreet. Niet vaag, niet netjes verpakt.
- “Mijn toon was scherp.”
- “Ik nam het over.”
- “Ik zette jou neer als onbetrouwbaar.”
Liefde is óók concreet.
- “Ik snap waarom ik dit doe.”
- “Ik wil het anders.”
- “Ik wil contact, geen strijd.”
Vera oefende met een zin die je in het echte leven kunt uitspreken, ook als je nog wat gespannen bent:
“Ik merk dat ik het overneem omdat ik spanning voel. Ik wil dat jij belt. Zodat ik daarna kan ontspannen, zodat we er samen een fijne dag van kunnen maken.”
Dat is geen therapietaal. Dat is volwassen taal. Je zegt wat waar is, je laat de ander vrij om te reageren, en je blijft aanwezig bij jezelf.
Dagelijkse toepassing: repareren in het klein
Het fijne van dit werk is dat je het niet eerst perfect hoeft te begrijpen voordat er iets verandert. Je kunt beginnen met herstellen op het moment dat je merkt: ik ben aan het terugtrekken. Of ik ben aan het verharden.
Later die avond deed Vera iets dat meer veranderde dan alle discussies bij elkaar. Ze ging naast Bram zitten en zei:
“Ik wil dit herstellen. Ik werd controlerend. Ik ben bang dat het morgen misgaat en dat ik er weer alleen voor sta. Dat is van mij. Morgen wil ik graag dat jij me helpt. Als je moeder onaardig doet, wil je me dan even aanraken?”
Bram zuchtte, ontspande en knikte. “Natuurlijk lieverd, we doen het morgen samen en ik zal mijn moeder in de gaten houden. Ik ben er voor jou.”
Hier gebeurt iets belangrijks: wanneer jij verantwoordelijkheid neemt voor jouw eigen gedrag en bereid bent je kwetsbaarder op te stellen, wordt het voor de ander vaak makkelijker om óók verantwoordelijkheid te nemen en zich te openen.
Verwijt duwt de ander in verdediging. Openheid en draagkracht nodigt uit tot verbinding.
Een oefening voor vijf dagen
Kies één gebied waar je de laatste tijd snel “aan” gaat. Vijf dagen achter elkaar, een paar minuten per dag. Hou het klein, anders doe je het niet.
Dag 1: herkennen.
Schrijf één moment op waarop je spanning voelde. Noteer in één zin welke route je nam: trots, eigen wil of angst.
Dag 2: eerlijk durven zijn.
Schrijf één zin op die je liever niet opschrijft, omdat hij net iets te eerlijk is. Begin met: “Ik wilde…” of “Ik eiste dat…”
Dag 3: de observant erbij halen in het moment.
Zodra je merkt dat je sneller praat, controlerend wordt of gaat fixen, zeg je in jezelf: “Aha. Dit is mijn route.” Punt. Je hoeft nog niets te veranderen.
Dag 4: een volwassen zin maken.
Formuleer één zin die waarheid én liefde bevat. Oefen hem hardop, thuis, zonder publiek.
Dag 5: repareren.
Kies één kleine situatie die scheef liep en herstel hem met twee zinnen: één zin verantwoordelijkheid (“Dit was van mij”), één zin kwetsbaar en open (“Ik wil het zo” of "Ik verlang hiernaar...").
Tot slot
Het lagere zelf verdwijnt niet omdat je erover leest. Het verschuift wanneer je het durft te zien zonder het weg te poetsen. Dan groeit er iets stevigs: je wordt iemand die zichzelf kan dragen, ook als er irritatie, boosheid of controle door je heen gaat, en precies daardoor wordt contact met anderen vaak eenvoudiger en eerlijker.









