Wat is een karakterstructuur Bellein Academie lichaamsgericht hechtingswerk
Opleiding lichaamsgericht hechtingstherapeut
Opleiding lichaamsgericht hechtingstherapeut
6 min

Wat is een karakterstructuur?

6 min

Karakterstructuren – waarom we worden zoals we worden

Wanneer je lang met mensen werkt, valt iets op: we reageren helemaal niet zo spontaan als we denken. In contact met anderen laten we telkens dezelfde kanten van onszelf zien, terwijl andere delen vrijwel onzichtbaar blijven. Je zegt sneller “ja” dan je lief is, je trekt je terug zodra iemand te dichtbij komt, je gaat helpen terwijl je eigenlijk uitgeput bent, of je pakt onmiddellijk de leiding als er spanning ontstaat.

Dat zijn geen losse eigenschappen of “gewoontes”, maar uitingen van iets diepers: wat in de lichaamsgerichte traditie karakterstructuren wordt genoemd.

In dit eerste artikel schets ik wat karakterstructuren zijn, hoe ze ontstaan, waar ze toe dienen en welke structuren Wilhelm Reich oorspronkelijk onderscheidde. In volgende artikelen zoomen we per structuur in, met aandacht voor lichaam, contact en ontwikkeling.


Wat is een karakterstructuur?

Karakterstructuren zijn patronen van reageren die diep in je systeem verankerd zijn. Het gaat niet alleen om gedrag, maar om een samenhangend geheel van houding, spierspanning, adem, gevoelens, overtuigingen en automatismen in contact met anderen.

Je zou kunnen zeggen: het is hoe jouw psyche en jouw lichaam zich hebben georganiseerd om met een onveilige of overweldigende omgeving om te gaan.

Belangrijk is dat een karakterstructuur geen etiket is over wie je bent, maar een beschrijving van hoe je geleerd hebt jezelf te beschermen. Het is een overlevingsvorm, niet je essentie. De structuur laat zien welke route jouw systeem koos op momenten dat er eigenlijk teveel op je afkwam.

In het hier en nu werkt die structuur vaak nog steeds razendsnel. Nog voordat je bewust hebt nagedacht, is de keuze al gemaakt: je trekt je terug, je gaat zorgen, je slikt iets in, of je zet je borst vooruit en gaat eroverheen. Dat gebeurt omdat het zenuwstelsel één ding voorrang geeft: veiligheid.


Hoe ontstaan karakterstructuren?

Karakterstructuren ontstaan niet van de ene op de andere dag. Ze bouwen zich geleidelijk op, in de wisselwerking tussen een gevoelig kinderlichaam en de mensen en omstandigheden waarin het opgroeit.

In de vroege ontwikkeling heeft een kind voortdurend iets nodig wat maar deels lukt: gezien worden, gevoed worden, aangeraakt worden, ruimte krijgen voor protest, erkend worden in eigen kracht, begeleid worden in nieuwsgierigheid en seksualiteit. Als die behoeften vaak genoeg botsen met de realiteit, moet het systeem van het kind een oplossing vinden.

Dat gebeurt niet op cognitief niveau. Een baby of peuter denkt niet: “Laat ik mijn gevoelens maar onderdrukken, dat is strategisch gezien het beste idee.” Het lichaam reageert direct. De adem wordt vastgezet of juist hoog en snel, bepaalde spiergroepen trekken samen en vormen een soort pantser, de aandacht richt zich naar buiten of juist naar binnen, de energie zakt omlaag of schiet omhoog.

Wanneer dezelfde spanning en hetzelfde “niet kunnen zijn wie ik ben” zich herhalen, ontstaat er een herkenbaar patroon. Het kind leert:
– Zo voelt het als ik mezelf laat zien.
– Zo voelt het als ik me aanpas.
– Zo voelt het als ik me terugtrek.

Langzamerhand wordt dat patroon vertrouwd. Het voelt veiliger om op die manier te reageren dan om het risico te nemen op afwijzing, schaamte, verlating of grensoverschrijding. De structuur vormt zich in het lichaam én in het zelfbeeld: “Ik ben iemand die sterk moet zijn.”, “Ik moet me niet aanstellen.”, “Ik mag niet teveel zijn.”, “Als ik niet oplet, word ik gekwetst.”


Waar dienen karakterstructuren toe?

Hoe pijnlijk de gevolgen soms ook zijn, karakterstructuren zijn in oorsprong intelligente oplossingen. Ze beschermen tegen gevoelens en situaties die destijds eenvoudigweg te groot waren.

Ze dienen meerdere doelen:

Ze beschermen tegen overweldiging.
Als er geen volwassene beschikbaar is die helpt om heftige impulsen, angst of verdriet te reguleren, dan moet het kind dat zelf oplossen. De structuur begrenst de intensiteit van wat gevoeld kan worden. Dat kan door te vluchten in de fantasie, door alles te relativeren, door gevoelens naar binnen te slikken of door er juist overheen te gaan met controle en daadkracht.

Ze bewaren de verbinding met belangrijke anderen.
Kinderen zijn radicaal afhankelijk van hun verzorgers. De band met hen is vaak belangrijker dan trouw blijven aan zichzelf. Om de relatie met ouders of andere belangrijke figuren niet te verliezen, past het kind zich aan. Het “leert” wat er van hem of haar verwacht wordt en vormt zich daarnaar, vaak ten koste van eigen spontaniteit.

Ze geven een gevoel van identiteit en voorspelbaarheid.
Hoe je reageert, gaat op den duur voelen als “zo ben ik nu eenmaal”. De structuur geeft houvast: je weet wat je doet in spannende situaties. Je gaat door, je zet je tanden erin, of je trekt je terug in je eigen binnenwereld. Die voorspelbaarheid heeft een prijs, maar ook een functie: het biedt continuïteit in een omgeving die vroeger soms onvoorspelbaar of onveilig voelde.

Kort gezegd: karakterstructuren zijn de manier waarop jouw systeem zich heeft ingericht om te kunnen blijven bestaan in omstandigheden die eigenlijk te veel vroegen.


Wilhelm Reich en de vijf klassieke karakterstructuren

Wilhelm Reich, een leerling van Freud en later grondlegger van de karakteranalyse en het concept van het “spierpantser”, was één van de eersten die systematisch beschreef hoe psyche en lichaam samen een overlevingspatroon vormen. Hij zag in zijn werk met cliënten dat bepaalde houdingen, spanningzones en psychische thema’s steeds terugkeerden en stelde daar een aantal karakterstructuren voor op.

In de lijn van Reich en later Alexander Lowen worden doorgaans vijf klassieke structuren onderscheiden. Iedere structuur hangt samen met een ontwikkelingsfase en een specifieke kernwond.

De schizoïde structuur hoort bij de allervroegste periode, waarin het simpelweg veilig of onveilig voelt om op aarde te zijn. Bij schizoïde structuren zie je dat iemand zich terugtrekt uit de wereld en uit het eigen lichaam wanneer iets te intens wordt. De binnenwereld en de gedachten zijn veiliger dan het directe contact met andere mensen.

De orale structuur ontstaat iets later, in de fase waarin het draait om voeden, nabijheid en afhankelijkheid. Hier ligt de nadruk op tekortervaringen: er was niet genoeg, niet vaak genoeg, of niet op het moment dat het kind het nodig had. In het latere leven zie je dan vaak thema’s rond leegte, gemis, zoeken naar aanvulling, of juist het omdraaien daarvan: zelf voor anderen zorgen om het eigen gemis niet te hoeven voelen.

De psychopathische structuur ontwikkelt zich in een periode waarin eigen wil en kracht opkomen. Als die kracht niet ontvangen maar misbruikt of ontmoedigd wordt, kan iemand leren dat je alleen veilig bent als jij degene bent die de touwtjes stevig in handen houdt. Later uit zich dat in controle, charme, dominantie en moeite om zich werkelijk afhankelijk of kwetsbaar te voelen naast een ander.

De masochistische structuur heeft te maken met de fase waarin een kind zichzelf gaat uitdrukken en “nee” zegt. Als die gezonde tegenbeweging wordt geschaad of beschaamd, ontstaat een patroon van inslikken en inhouden. De energie wordt naar beneden gedrukt, iemand houdt ontzettend veel spanning vast en “doet het wel”, maar betaalt daar een hoge innerlijke prijs voor.

De rigide structuur hoort bij een latere ontwikkelingsfase waarin seksualiteit, competitie, idealen en het zoeken naar vorm en prestatie centraal komen te staan. Wanneer gevoelens hier weinig ruimte krijgen of te beladen worden, kan iemand zich sterk gaan richten op “het goed doen”, op controle over vorm, gedrag en prestaties. Van buiten ziet dat er vaak uitstekend uit; van binnen is er spanning tussen verlangen en controle, tussen hart en ideaalbeeld.

In de praktijk is bijna niemand “puur” één structuur. De meesten van ons herkennen trekken uit verschillende patronen, met een structuur die op de voorgrond staat en één of meer structuren die onder spanning tevoorschijn komen.


Waarom werken met karakterstructuren?

Werken met karakterstructuren is geen oefening in labelen, maar een manier om milder, preciezer en effectiever te kunnen kijken. Wanneer je de logica van een structuur begrijpt, zie je niet alleen het gedrag, maar vooral het oorspronkelijke verlangen en de oude pijn eronder.

Binnen lichaamsgericht hechtingswerk helpt dit om het lichaam niet te zien als “lastige bijkomstigheid”, maar als ingang. De manier waarop iemand staat, ademt, kijkt, spanning vasthoudt of juist nauwelijks voelt, vertelt iets over vroegere ervaringen en over hoe het nu nog georganiseerd is. Door daarmee te werken in contact, krijgt iemand de kans om nieuwe ervaringen op te doen: aanwezig blijven bij zichzelf én in relatie, zonder direct in de oude reflex te schieten.

Het doel is daarbij nooit om een karakterstructuur “weg te maken”. De beweging gaat eerder over bewust worden, ruimte krijgen om te kiezen en de kwaliteiten die ín de structuur zitten weer beschikbaar te maken op een manier die het huidige leven dient.


Vervolg: per structuur de diepte in

In de volgende artikelen gaan we per structuur verder uitpakken hoe die eruitziet in het dagelijks leven, wat je terugziet in lichaamstaal en relaties, welke kwaliteiten erin verscholen liggen en welke beweging herstel en groei ondersteunt.

We beginnen in artikel 2 met de schizoïde structuur: het patroon van jezelf terugtrekken wanneer de wereld te dicht op je huid komt, en de weg terug naar belichaamde aanwezigheid, stap voor stap, in een tempo dat wel te verdragen is.

Categorieën