Een ingrijpende ervaring kan voorbij zijn terwijl iemand lichamelijk nog reageert alsof het gevaar ieder moment opnieuw kan ontstaan.
Iemand schrikt buitengewoon sterk wanneer hij onverwacht wordt aangeraakt.
Een bepaalde toon in de stem van zijn partner is voldoende om hem onmiddellijk op zijn hoede te maken, terwijl hij tegelijkertijd weet dat er op dat moment niets gevaarlijks gebeurt. Een ander wordt 's nachts wakker met een bonzend hart zonder te begrijpen waarom zijn lichaam zo reageert.
Trauma kan zich ook veel stiller laten zien. Tijdens een moeilijk gesprek merkt iemand dat hij steeds minder voelt. Hij hoort wat de ander zegt en kan zelfs antwoord geven, terwijl het contact met zijn eigen lichaam langzaam verdwijnt. Achteraf weet hij soms nauwelijks wat hem zo geraakt heeft.
Zulke ervaringen helpen begrijpen waarom trauma ook lichamelijk moet worden bekeken. Wat iemand heeft meegemaakt, kan invloed houden op de manier waarop zijn organisme later gevaar herkent. Daardoor kan een reactie al op gang komen voordat iemand bewust heeft kunnen beoordelen wat er in het huidige moment gebeurt.
Psychiater en traumaonderzoeker Bessel van der Kolk heeft er gedurende tientallen jaren veel aan bijgedragen dat deze lichamelijke en zintuiglijke kant van traumatische stress serieus wordt genomen. In 2026 benadrukte hij samen met traumapsychiater Alexander McFarlane opnieuw dat problemen in de verwerking van lichamelijke en zintuiglijke informatie een wezenlijk onderdeel van PTSS kunnen vormen.
Het werk van kinderpsychiater en neurowetenschapper Bruce Perry vult dat perspectief op een belangrijke manier aan. Perry heeft vooral onderzocht wat er gebeurt wanneer dreiging en verwaarlozing plaatsvinden terwijl een kind zich nog ontwikkelt. Zijn uitgangspunt is dat een jong brein voortdurend wordt gevormd door wat het herhaaldelijk meemaakt. Dezelfde plasticiteit waardoor een kind taal leert en zich aan zijn omgeving aanpast, maakt het ook gevoelig voor langdurige ervaringen van angst, onvoorspelbaarheid of gebrek aan zorg.
Van der Kolk helpt daarmee begrijpen waarom het lichaam na trauma kan blijven reageren. Perry voegt de vraag toe hoe zo'n manier van reageren gedurende de ontwikkeling is ontstaan.
