Een grensprobleem begint lang niet altijd met een onduidelijk nee. Soms weet iemand heel goed wat hij wil, totdat er een tweede emotie bij komt. Je wilt rust en voelt tegelijk schuld omdat iemand op je rekent. Je bent boos over wat er is gebeurd en verdrietig om wat je dreigt te verliezen. Je verlangt naar nabijheid en merkt tegelijk angst zodra iemand werkelijk dichtbij komt.
Op zulke momenten ontstaat er geen gebrek aan gevoel. Er gebeurt juist veel tegelijk.
Dat maakt emoties belangrijk voor begrenzing. Ze beïnvloeden waar onze aandacht naartoe gaat, welke betekenis we aan een situatie geven en welke beweging zich voorbereidt. Toch vertellen emoties ons nooit op zichzelf wat we moeten doen. Een angstgevoel bewijst geen gevaar, boosheid bewijst geen grensoverschrijding en schuldgevoel bewijst niet dat iemand iets verkeerd heeft gedaan. Emoties leveren informatie die nog begrepen moet worden.
Binnen Lichaamsgericht Hechtingswerk is precies dat onderscheid van belang: wat ervaar je, wat gebeurt er lichamelijk, welke beweging ontstaat en hoeveel vrijheid heb je vervolgens om te bepalen wat je ermee doet?
