Is lichaamsgerichte therapie wetenschappelijk onderbouwd?

Een mens ervaart zichzelf via gedachten, gevoelens, relaties en zijn lichaam. Dat klinkt tegenwoordig bijna vanzelfsprekend. Binnen de geschiedenis van de psychologie is dat lange tijd anders geweest. Psychische problemen werden vooral benaderd via denken, gedrag en gesprek, terwijl lichaamsgerichte therapeuten al vroeg aandacht vroegen voor wat iemand lichamelijk laat zien en ervaren.

Inmiddels weten we veel meer over de samenhang tussen lichaam en psychisch functioneren. Interoceptie is uitgegroeid tot een serieus onderzoeksgebied. Hechting kent een omvangrijke wetenschappelijke traditie. De therapeutische relatie behoort tot de meest onderzochte factoren binnen psychotherapie. Ook lichaamspsychotherapie en specifieke somatische interventies worden onderzocht.

Daarmee is nog lang niet iedere verklaring uit het lichaamsgerichte werkveld wetenschappelijk vastgesteld.

Binnen Bellein Academie vinden we juist dat onderscheid belangrijk.

Een Lichaamsgericht Hechtingstherapeut werkt intensief met het lichaam. Hij kijkt zeer nauwkeurig, voelt wat er in zichzelf en in het contact gebeurt en gebruikt zijn professionele intuïtie. Beweging en waar passend aanraking kunnen onderdeel worden van het therapeutische proces.

De therapeut heeft tegelijkertijd een stevige theoretische kennisbasis nodig. Hij moet weten wat wetenschappelijk onderzocht is, welke theorieën hem helpen om verschijnselen te begrijpen en welke kennis vooral afkomstig is uit tientallen jaren lichaamsgerichte therapeutische praktijk.

Die verschillende kennisbronnen komen tijdens een sessie samen.

Wetenschappelijk onderbouwd werken betekent meer dan een bewezen techniek toepassen

Evidence-based werken wordt soms versmald tot de vraag of een bepaalde therapeutische techniek in gecontroleerd onderzoek effectief is gebleken.

Binnen de psychologie is de betekenis breder. De American Psychological Association beschrijft evidence-based practice als het samenbrengen van de beste beschikbare onderzoekskennis met professionele expertise, toegepast binnen de kenmerken, cultuur en voorkeuren van de cliënt. Ook het volgen van het verloop en zo nodig aanpassen van de behandeling hoort daarbij.

Dat past bij de manier waarop Bellein naar het vak kijkt.

Een therapeut beschikt over kennis over ontwikkeling, hechting, karakter, trauma, psychische processen en het lichaam. Die kennis moet in de loop van zijn professionele vorming steeds meer worden geïntegreerd. Tijdens een sessie hoeft hij daardoor niet voortdurend bewust verschillende theorieën na te lopen.

Hij heeft die kennis bij zich.

Vervolgens moet hij aanwezig kunnen zijn bij de cliënt.

Daar begint een ander deel van het vak.

Een Lichaamsgericht Hechtingstherapeut kijkt én voelt

Een Lichaamsgericht Hechtingstherapeut neemt zeer gedetailleerd waar wat er in het lichaam van de cliënt gebeurt.

Een hand lijkt iets te willen doen en stopt. Het gewicht verschuift nauwelijks zichtbaar naar achteren. Een schouder wordt plotseling vastgehouden. Een voet draait weg terwijl de cliënt met zijn bovenlichaam juist dichterbij komt. De adem verandert zodra een bepaald onderwerp ter sprake komt.

Soms is de beweging zo klein dat de cliënt haar zelf nog nauwelijks heeft opgemerkt.

De therapeut kijkt daarnaar en blijft tegelijkertijd in contact met zijn eigen lichaam.

Hij kan ervaren dat het contact plotseling zwaarder wordt, dat er veel kracht beschikbaar lijkt te komen of juist dat alles stilvalt. Soms ontstaat bij hemzelf een duidelijke bewegingsimpuls. Op een ander moment ervaart hij afstand terwijl de cliënt met woorden juist toenadering zoekt.

Die ervaringen vormen een belangrijk onderdeel van het lichaamsgerichte vakmanschap.

Een therapeut moet daarbij zijn eigen geschiedenis goed kennen. Wat hij voelt kan iets zeggen over het contact met de cliënt en kan ook voortkomen uit hemzelf. Juist daarom zijn zelfonderzoek, supervisie en het vermogen tot onderscheid essentieel binnen dit vak.

Lees verder: Wat is lichaamslezing?

Van waarneming naar een lichaamsgerichte interventie

Tijdens een sessie komen kijken, voelen, theoretische kennis en professionele ervaring bij elkaar.

Stel dat een therapeut ziet dat een cliënt zijn rechterarm nauwelijks gebruikt wanneer hij kracht zet. Tegelijkertijd ervaart hij in het contact veel ingehouden kracht.

Vanuit zijn vakkennis weet hij dat daar verschillende verklaringen voor kunnen bestaan.

Hij hoeft nog niet te beslissen welke verklaring juist is.

Hij kan de cliënt uitnodigen om juist met die arm een beweging verder te onderzoeken. Misschien vraagt hij hem om iets weg te duwen. Soms geeft de therapeut, met toestemming van de cliënt, weerstand aan de beweging zodat beter voelbaar wordt hoeveel kracht beschikbaar is.

Dan gebeurt er iets.

De arm kan ineens veel krachtiger worden. De cliënt kan onmiddellijk stoppen. Er kan boosheid ontstaan of verdriet. Soms zegt iemand ineens iets als: “Ik mag dit helemaal niet doen.”

Op dat moment is er nieuwe informatie.

De therapeut ziet wat het lichaam doet, voelt wat er in het contact verandert en hoort wat de cliënt zelf ervaart. Zijn theoretische kennis helpt hem om dit te begrijpen en te bepalen waar het proces verder kan gaan.

Zo ontstaat een sessie stap voor stap vanuit de ontmoeting zelf.

Lees verder: Emoties, grenzen en gezonde agressie

Wat bedoelt Bellein met levensenergie?

Het begrip levensenergie kan abstracter klinken dan de ervaring die ermee wordt bedoeld.

Vrijwel iedereen kent momenten waarop hij veel energie en levenslust ervaart. Je hebt zin om te bewegen, voelt kracht, bent nieuwsgierig en komt gemakkelijk in actie.

Het tegenovergestelde kennen we ook.

Wanneer je diep verdrietig bent, kun je je ontzettend moe voelen. Je lichaam wordt zwaarder. Je hebt nergens zin in en bewegen vraagt meer moeite. Ook bij somberheid kan iemand ervaren dat er veel minder levendigheid beschikbaar is.

Binnen Bellein kunnen we zeggen dat de levensenergie op zo'n moment minder vrij beschikbaar is.

Soms speelt lichamelijk inhouden daarin een rol.

Neem iemand die verdriet voelt opkomen en onmiddellijk probeert niet te huilen. Zijn keel kan zich aanspannen. Zijn kaak wordt strakker. Hij houdt zijn borst vaster en beperkt zijn adem. Dat gebeurt soms zonder dat hij daar bewust voor kiest.

Voor dat inhouden is spieractiviteit nodig.

Wanneer iemand jarenlang bepaalde impulsen of emoties sterk afremt, kan zo'n lichamelijke manier van vasthouden heel vertrouwd worden. Binnen de lichaamsgerichte traditie spreken we dan soms over een blokkade.

Daarmee bedoelen we binnen Bellein een gebied waarin beweging, impuls of expressie minder vrij beschikbaar is. In onze ervaringsgerichte taal kan de levensenergie daar als het ware minder vrij stromen.

Dat is geen diagnose.

Vermoeidheid en somberheid kunnen veel verschillende lichamelijke, psychologische en sociale oorzaken hebben. De therapeut onderzoekt daarom wat er bij deze specifieke cliënt gebeurt.

Soms blijkt tijdens lichaamswerk dat iemand veel energie gebruikt om een emotionele beweging tegen te houden. Wanneer die bescherming iets kan ontspannen, kan er letterlijk meer beweging ontstaan. De adem wordt ruimer. Het lichaam richt zich op. De persoon ervaart meer kracht.

Dan wordt heel concreet wat Bellein met levensenergie bedoelt.

Lees verder: Lichaam en psyche

Levensenergie is geen mystiek begrip nodig om herkenbaar te zijn

Het woord energie wordt al snel geassocieerd met iets bovennatuurlijks. Dat is voor het lichaamsgerichte gebruik ervan niet nodig.

We ervaren voortdurend verschillen in onze eigen vitaliteit.

Je voelt het verschil tussen volledig uitgeput op de bank liggen en met plezier ergens naartoe lopen. Je weet hoe je lichaam voelt wanneer je enthousiast bent en je kent waarschijnlijk ook het zware gevoel dat bij verdriet kan horen.

Binnen Lichaamsgerichte Hechtingstherapie wordt dat soort ervaring heel precies gevolgd.

De therapeut kijkt hoeveel kracht iemand beschikbaar heeft, waar een impuls ontstaat en waar die beweging wordt afgeremd. Hij kan onderzoeken wat er verandert wanneer iemand letterlijk meer kracht gaat gebruiken.

De term levensenergie geeft woorden aan die ervaringsdimensie.

Bellein presenteert levensenergie niet als een afzonderlijke fysische energie die een therapeut met een instrument kan meten. Het begrip beschrijft een ervaren en waarneembare kwaliteit van levendigheid, kracht en bewegingsmogelijkheid.

Lees verder: Wat is Lichaamsgerichte Hechtingstherapie?

Wat bedoelen we met energetisch waarnemen?

Ook energetisch waarnemen klinkt abstracter dan de dagelijkse ervaring vaak is.

Stel dat je een ruimte binnenkomt waarin een aantal mensen bij elkaar zit.

Niemand zegt iets bijzonders.

Toch merk je vrijwel onmiddellijk dat er spanning hangt.

Of iemand komt bij je binnen en zegt dat alles prima gaat. Je kijkt naar die persoon en ervaart vrijwel direct dat er verdriet aanwezig is.

Mensen kunnen dit soort dingen verrassend snel waarnemen.

Daar bestaan ook bekende psychologische verklaringen voor. We verwerken voortdurend informatie uit gezichtsuitdrukking, stem, houding, beweging, aanraking en de afstand die mensen tot elkaar innemen. Onderzoek naar non-verbale communicatie laat zien dat al deze kanalen informatie kunnen bevatten over wat zich in sociaal contact afspeelt.

Ook het lichaam speelt daar nadrukkelijk een rol in. Onderzoek naar emotiewaarneming laat zien dat houding en lichaamsbeweging informatie geven over emoties en dat informatie uit lichaam, gezicht en stem tijdens waarneming met elkaar wordt gecombineerd. Een deel van die verwerking kan zeer snel verlopen.

In gewone taal zeggen we vervolgens:

Er hangt hier iets.

Of:

Ik voel aan haar dat er iets is.

Wij noemen dat binnen Bellein onder andere energetisch waarnemen.

De sfeer in een ruimte is óók informatie

Daarmee beweren we niet dat ieder gevoel dat iemand in een kamer krijgt de objectieve waarheid over die kamer weergeeft.

Mensen kunnen zich vergissen.

Iemand kan bijvoorbeeld gespannen een ruimte binnenkomen en zijn eigen spanning vervolgens overal terugzien. Een therapeut kan hetzelfde overkomen.

Daarom vraagt energetisch waarnemen om verfijning.

Een Lichaamsgericht Hechtingstherapeut leert eerst opmerken dát hij iets ervaart.

Vervolgens onderzoekt hij dat.

Wat zie ik daadwerkelijk?

Wat gebeurt er in mijn eigen lichaam?

Wat verandert er zodra deze cliënt dichterbij komt?

Wat hoor ik in de stem?

Zie ik dezelfde verandering ook in zijn beweging?

Wat gebeurt er als ik een kleine interventie doe?

Juist door te blijven onderzoeken wordt gevoeligheid bruikbaar als professioneel instrument.

Collectieve energie

Soms is de ervaring moeilijk aan één persoon toe te schrijven.

Een groep kan levendig voelen. Een andere groep kan zwaar of gespannen aanvoelen. Tijdens een sessie kan een therapeut ervaren dat er iets verandert in het contact tussen hem en de cliënt terwijl geen van beiden bewust iets heeft gedaan.

Binnen Bellein kunnen we spreken over de collectieve energie of het energetische veld dat in contact wordt ervaren.

Een deel van wat mensen als sfeer ervaren kan worden begrepen vanuit bekende processen in sociale waarneming. Mensen reageren op elkaars lichaam, stem, mimiek, ritme en beweging. Ook interpersoonlijke synchronisatie van gedrag en fysiologie wordt wetenschappelijk onderzocht.

Of daarmee iedere ervaring wordt verklaard die binnen het lichaamsgerichte werk als energetisch wordt benoemd, weten we niet.

Daarom gebruiken we het energetische veld binnen Bellein als ervaringsgericht en practice-based begrip.

De therapeut mag zo'n ervaring serieus nemen. Vervolgens blijft hij onderzoeken wat zij in deze ontmoeting betekent.

Wetenschap naar de relatie tussen lichaam en emotie

Wat lichaamsgerichte therapeuten vanuit hun praktijk al lang onderzoeken, wordt tegenwoordig vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines bestudeerd.

Antonio Damasio heeft veel invloed gehad op het denken over de verwevenheid van lichamelijke processen, gevoelens en bewustzijn. Lisa Feldman Barrett onderzoekt vanuit een andere theoretische traditie hoe het brein lichamelijke informatie verwerkt bij het ontstaan van emotionele ervaring.

Daarmee komen we bij interoceptie: de verwerking en ervaring van signalen die vanuit het lichaam komen.

Een systematische review uit 2026 verzamelde 21 studies waarin interoceptie tijdens psychotherapie was onderzocht. Verbeteringen in bepaalde aspecten van interoceptief functioneren, waaronder lichamelijk vertrouwen en zelfregulatie, hingen samen met vermindering van psychische klachten. De auteurs benadrukken tegelijkertijd dat dit onderzoeksveld nog methodologisch versnipperd is.

Dat geeft een wetenschappelijke basis aan het serieus nemen van lichamelijke ervaring.

Het geeft ons geen woordenboek waarin staat wat iedere lichamelijke reactie betekent.

Lees verder: Wat is interoceptie?

Freud en Jung: een mens kent zichzelf nooit volledig

De gedachte dat mensen lang niet alles van zichzelf bewust kennen, heeft diepe wortels in de psychotherapie.

Sigmund Freud maakte het onbewuste tot een belangrijk onderdeel van psychologisch denken. Ook afweer en overdracht kregen vanuit de psychoanalytische traditie grote betekenis.

Carl Jung ontwikkelde een eigen visie op de psyche en gaf veel aandacht aan ervaringen die zich moeilijk uitsluitend via rationele analyse laten begrijpen. Innerlijke beelden, dromen en symboliek kregen binnen zijn werk een belangrijke plaats.

Veel van hun specifieke theorieën worden tegenwoordig kritisch of anders beoordeeld. Hun invloed op het denken over onbewuste processen is onmiskenbaar.

Binnen Bellein wordt deze psychodynamische lijn verbonden met het lichaam.

Iemand kan verstandelijk precies begrijpen hoe zijn patroon werkt en lichamelijk tegelijkertijd blijven reageren alsof er iets heel anders op het spel staat.

Dat verschil is therapeutisch interessant.

Lees verder: Waarom inzicht alleen niet genoeg is om te veranderen

Reich en Lowen brachten het lichaam naar voren

Wilhelm Reich begon binnen de psychoanalyse en verschoof zijn aandacht steeds verder naar de manier waarop bescherming ook lichamelijk georganiseerd kan worden.

Alexander Lowen bouwde daarop voort binnen de Bioenergetische Analyse.

Lowen liet cliënten staan en bewegen. Hij werkte met adem, grounding, kracht en expressie en onderzocht hoe iemand zichzelf letterlijk in zijn lichaam georganiseerd had.

Bellein staat duidelijk in deze traditie.

De therapeut observeert het lichaam en werkt er vervolgens actief mee. De theorie van Reich en Lowen vormt daarbij een belangrijk referentiekader.

Hun karaktertheorie heeft een andere wetenschappelijke status dan hedendaags empirisch hechtingsonderzoek of interoceptieonderzoek. Er bestaat onvoldoende wetenschappelijke basis om vanuit een lichaamsvorm betrouwbaar een vaste karakterstructuur of levensgeschiedenis te bepalen.

Daarom blijft een waarneming binnen Bellein onderdeel van een groter professioneel onderzoek.

De theorie helpt de therapeut zien.

De cliënt en zijn lichaam laten tijdens het proces zien of die eerste gedachte werkelijk betekenis heeft.

Lees verder: Karakterstructuren, bescherming en het lichaam · Lichaamsgerichte therapievormen en verwante methoden

Bowlby en Ainsworth: hechting wordt een onderzoeksveld

Met John Bowlby en Mary Ainsworth ontstond een hechtingstraditie die vervolgens uitgebreid empirisch is onderzocht.

Hechting helpt begrijpen wat er met mensen gebeurt wanneer relaties werkelijk belangrijk worden.

Dat wordt binnen Lichaamsgerichte Hechtingstherapie heel concreet.

Iemand kan zeggen dat hij prima om hulp kan vragen. Zodra hij werkelijk afhankelijk wordt van een ander, merkt hij ineens dat hij alles zelf gaat oplossen.

Een ander verlangt sterk naar contact en merkt tijdens lichamelijk werk dat hij zijn eigen positie onmiddellijk verliest wanneer iemand dichtbij komt.

Hier raken lichaam en relatie elkaar.

Daarom gebruikt Bellein hechting als een belangrijk organiserend perspectief binnen het therapeutische werk.

Lees verder: Hechting en het lichaam

Fonagy en mentaliseren: ook intuïtie moet onderzocht kunnen worden

Het werk van Peter Fonagy rond hechting en mentaliseren is om nog een andere reden relevant.

Mentaliseren vraagt dat je probeert te begrijpen wat er in jezelf en de ander gebeurt terwijl je beseft dat je daar nooit volledig zeker van kunt zijn.

Dat is bijzonder belangrijk voor een therapeut die veel op gevoel werkt.

Een Lichaamsgericht Hechtingstherapeut kan tijdens een sessie iets heel duidelijk ervaren.

Dat gevoel mag hij serieus nemen.

De volgende professionele stap is onderzoeken wat het betekent.

Zijn eigen ervaring wordt daarmee informatie en blijft tegelijkertijd open voor correctie.

Dat beschermt zowel de cliënt als de therapeut tegen het gevaar dat intuïtie wordt verward met waarheid.

De therapeutische relatie heeft een stevige onderzoeksbasis

De kwaliteit van de therapeutische alliantie is zeer uitgebreid onderzocht.

Een meta-analyse van 295 onafhankelijke studies met meer dan 30.000 cliënten vond een robuuste positieve samenhang tussen de kwaliteit van de alliantie en de behandeluitkomst.

Voor Bellein is de therapeutische relatie daarnaast zelf een werkveld.

De cliënt reageert op de therapeut en de therapeut reageert op de cliënt.

Daardoor kunnen oude relationele verwachtingen in het actuele contact zichtbaar worden.

Een cliënt kan bijvoorbeeld zeggen dat hij vrij is om nee te zeggen en vervolgens iedere interventie van de therapeut onmiddellijk uitvoeren. Dat verschil is informatie.

Ook de lichamelijke en emotionele reactie van de therapeut kan betekenis krijgen. Hij moet die reactie zorgvuldig onderzoeken en verantwoordelijkheid blijven dragen voor zijn eigen aandeel.

Dat brede relationele, reflectieve en ethische vermogen behoort binnen het beroepsprofiel van de Lichaamsgericht Hechtingstherapeut tot het professionele handelen.

Lees verder: Wat is de therapeutische relatie?

Bessel van der Kolk en het belang van het lichaam bij trauma

Bessel van der Kolk heeft wereldwijd veel betekend voor de aandacht voor de lichamelijke dimensie van trauma.

Hij blijft in zijn publieke uitleg benadrukken dat traumaherstel ook vraagt om regulatie en opnieuw leren ervaren van het eigen lichaam. Daarbij noemt hij onder meer beweging, ritme, adem en aanraking als mogelijke ingangen.

Daarmee heeft hij een onderwerp dat binnen lichaamsgerichte therapie al veel langer bestond veel breder onder de aandacht gebracht.

Voor Bellein is vooral belangrijk dat trauma de mens op meerdere niveaus kan raken en dat begrijpen alleen soms onvoldoende verandering brengt.

Daarmee hoeven we geen letterlijke opslagplaats voor trauma in spieren of weefsel te veronderstellen.

Wanneer iemand tijdens een beweging plotseling sterk reageert, is die reactie zelf voldoende interessant om te onderzoeken.

Lees verder: Trauma en het lichaam

Peter Levine en Pat Ogden

Ook Peter Levine en Pat Ogden hebben het moderne lichaamsgerichte traumawerk sterk beïnvloed.

Levine ontwikkelde Somatic Experiencing en richtte veel aandacht op lichamelijke reacties op bedreiging en op onderbroken beschermingsimpulsen.

Ogden ontwikkelde Sensorimotor Psychotherapy, waarin lichamelijke ervaring wordt verbonden met psychotherapie, ontwikkeling, trauma en hechting.

Beide tradities hebben veel aandacht gebracht voor dosering.

Dat sluit aan bij Bellein.

De therapeut kan voelen waar een proces naartoe wil en tegelijkertijd constateren dat iemand op dat moment onvoldoende draagkracht heeft om daar verder in te gaan.

De kwaliteit van lichaamswerk wordt daarom nooit uitsluitend bepaald door de intensiteit van wat er gebeurt.

Lees verder: Zenuwstelsel, stress en regulatie

Stephen Porges en de polyvagaaltheorie

Stephen Porges heeft met de polyvagaaltheorie veel invloed gehad op het hedendaagse gesprek over het autonome zenuwstelsel, veiligheid en co-regulatie.

Zijn begrippen worden veel gebruikt binnen trauma- en lichaamsgericht werk.

Tegelijk bestaat hierover inmiddels een fundamenteel wetenschappelijk debat. In 2026 concludeerde een internationale groep onderzoekers dat verschillende centrale neurofysiologische en evolutionaire aannames van de polyvagaaltheorie onvoldoende steun vinden in het bestaande bewijs. Porges publiceerde daarop een uitvoerige reactie waarin hij betoogt dat zijn theorie in die kritiek onjuist wordt weergegeven.

Binnen Bellein betekent dit dat polyvagale ideeën kunnen helpen als klinisch referentiekader waar ze bruikbaar zijn.

De wetenschappelijke discussie blijft daarbij zichtbaar.

Een therapeutisch bruikbaar model en een definitief aangetoond biologisch mechanisme hebben ieder hun eigen status.

Gabor Maté en het bredere denken over stress en aanpassing

Gabor Maté heeft voor een groot publiek aandacht gevraagd voor de manier waarop vroege aanpassing, langdurige stress en het onderdrukken van eigen behoeften kunnen doorwerken in een mensenleven.

Dat sluit aan bij veel thema's die binnen Lichaamsgerichte Hechtingstherapie onderzocht worden.

Ook hier is onderscheid belangrijk.

Maté is een invloedrijke klinische denker en auteur. Zijn werk kan helpen vragen te stellen over ontwikkeling en aanpassing. Uitspraken waarin specifieke emotionele patronen rechtstreeks worden gekoppeld aan lichamelijke ziekte vragen een veel sterkere wetenschappelijke onderbouwing.

Een therapeut moet zulke verschillen kunnen herkennen.

Aanraking vraagt meer dan techniek

Binnen Lichaamsgerichte Hechtingstherapie kan aanraking onderdeel zijn van het therapeutische proces.

Dat vraagt een verfijnd vermogen tot waarnemen.

Een cliënt kan toestemming geven en tijdens de aanraking lichamelijk toch veranderen. Misschien verstilt hij. Misschien trekt zijn lichaam een fractie terug. Misschien verdwijnt juist spanning en ontstaat er meer kracht.

De therapeut moet dat volgen.

Onderzoek naar aanraking binnen psychotherapie is nog beperkt. Een groot Brits onderzoek onder 6.878 mensen die in de voorafgaande tien jaar psychologische therapie hadden ontvangen, liet zien dat mensen sterk verschillen in hun ervaring en wenselijkheid van therapeutische aanraking; ook hechtingskenmerken speelden daarin mee.

Dat ondersteunt hoe zorgvuldig dit onderdeel van het vak moet worden benaderd.

Core Energetics, Padwerk en de drie lagen

Bellein gebruikt ook kennis uit Core Energetics en het Padwerk van Eva Pierrakos.

Daaruit komt onder meer het model van masker, lagere zelf en hogere zelf.

Het masker beschrijft de manieren waarop iemand zichzelf probeert te presenteren of beschermen. Daaronder kunnen gevoelens en impulsen aanwezig zijn die iemand moeilijker verdraagt of erkent. Het hogere zelf verwijst binnen deze traditie naar kwaliteiten die meer beschikbaar kunnen worden wanneer iemand zichzelf vollediger kan dragen.

Binnen lichaamswerk kan dit model verrassend concreet worden.

Iemand kan bijvoorbeeld heel vriendelijk vertellen dat hij werkelijk nergens boos om is, terwijl zijn hele lichaam grote kracht gebruikt om zijn armen tegen zijn lijf te houden. Tijdens beweging kan ineens blijken hoeveel woede of eigen wil hij al die tijd heeft ingehouden.

De drie lagen helpen zo om een ervaring te onderzoeken.

Het model heeft de status van een ervaringsgericht therapeutisch mensmodel. Het is geen wetenschappelijk gevalideerde persoonlijkheidsstructuur.

Wat zegt onderzoek over lichaamspsychotherapie?

Lichaamsgerichte therapie omvat verschillende scholen en werkwijzen. Onderzoek naar één daarvan kan daarom niet als bewijs voor het gehele veld worden gebruikt.

Er bestaat inmiddels wel serieus effectonderzoek naar body psychotherapy.

Een systematische review en meta-analyse uit 2021 vond achttien gerandomiseerde onderzoeken. Over de onderzochte studies heen werden middelgrote effecten gevonden op primaire psychopathologische uitkomsten en psychologische distress. Voor verschillende secundaire uitkomsten was de hoeveelheid bewijs beperkter.

Dat geeft een genuanceerd beeld.

Er zijn positieve wetenschappelijke aanwijzingen voor lichaamspsychotherapie. Het onderzoeksveld is tegelijkertijd kleiner en heterogener dan bij verschillende langer onderzochte psychotherapeutische behandelingen.

Lees verder: Wat is lichaamsgerichte psychotherapie?

Een Lichaamsgericht Hechtingstherapeut is veel breder opgeleid dan in één methode

Al deze kennisgebieden laten zien waarom Bellein het vak van de Lichaamsgericht Hechtingstherapeut breed benadert.

De therapeut heeft theoretische kennis nodig en moet lichaamsgericht kunnen interveniëren. Hij moet ook kunnen beoordelen of een cliënt binnen zijn professionele reikwijdte valt, zijn handelen kunnen onderbouwen, draagkracht kunnen inschatten, het verloop van een proces kunnen evalueren en tijdig kunnen verwijzen.

Daarmee houdt het vak niet op.

De therapeut moet zichzelf als mens en als instrument goed kennen. Hij moet zijn lichamelijke en emotionele reacties kunnen waarnemen zonder deze onmiddellijk op de cliënt te projecteren. Hij moet nabij kunnen zijn en tegelijkertijd zijn professionele verantwoordelijkheid behouden.

Het beroepscompetentieprofiel van Bellein beschrijft precies die samenhang van kennis, lichaamsgerichte vaardigheden en professionele houding.

Ook tijdens concrete lichaamsgerichte interventies moet de therapeut voortdurend volgen wat er bij de cliënt gebeurt en timing en dosering daarop aanpassen.

Daarom leidt Bellein geen uitvoerders van één methode op.

Het vak vraagt een veel breder professioneel onderscheidingsvermogen.

Lees verder: Wat is Lichaamsgericht Hechtingswerk?

De Bellein TegelWijzer ©

Tijdens één therapeutische sessie kan veel informatie tegelijk beschikbaar komen.

De therapeut ziet iets in het lichaam. Hij voelt iets in zichzelf. Hij kent de ontwikkelingsgeschiedenis van de cliënt. Misschien herkent hij iets vanuit karaktertheorie. Tegelijk gebeurt er iets tussen hen beiden.

Om die verschillende informatiebronnen zorgvuldig met elkaar te verbinden heeft Bellein de TegelWijzer © ontwikkeld.

De TegelWijzer helpt voorkomen dat één waarneming het hele verhaal gaat bepalen.

Een lichamelijke blokkade kan relevant zijn en moet in samenhang worden onderzocht. Een sterke intuïtieve gewaarwording van de therapeut kan belangrijk zijn en blijft een ervaring die verder getoetst moet worden. Een hechtingshypothese kan veel verklaren en kan tijdens de sessie toch onjuist blijken.

Dat vermogen om verschillende perspectieven tegelijk beschikbaar te houden is voor Bellein een belangrijk onderdeel van professioneel lichaamsgericht werken.

Lees verder: Wat is lichaamsgericht werken?

Verschillende grote denkers, verschillende soorten kennis

Wanneer je het vakgebied over langere tijd bekijkt, wordt duidelijk dat Bellein voortbouwt op meerdere intellectuele tradities.

Freud en Jung hebben het denken over onbewuste psychische processen diepgaand beïnvloed.

Reich bracht binnen de psychodynamische traditie het lichaam nadrukkelijker in beeld en Lowen ontwikkelde daaruit een actieve lichaamsgerichte therapietraditie.

Bowlby en Ainsworth legden een belangrijk fundament voor het wetenschappelijke hechtingsonderzoek. Fonagy heeft het denken over hechting, mentaliseren en therapeutische processen verder ontwikkeld.

Damasio en Barrett vertegenwoordigen verschillende hedendaagse onderzoekslijnen rond lichaam en emotionele ervaring.

Van der Kolk, Levine en Ogden hebben ieder op hun eigen manier grote invloed gehad op het huidige denken over trauma en het lichaam.

Porges heeft een invloedrijk model geïntroduceerd rond autonome regulatie dat momenteel ook onderwerp is van stevige wetenschappelijke discussie.

Maté heeft voor een zeer breed publiek vragen rond stress, ontwikkeling en aanpassing toegankelijk gemaakt.

Core Energetics en Padwerk hebben weer een andere plaats en leveren ervaringsgerichte modellen over menselijke bescherming, innerlijke conflicten en ontwikkeling.

Hun ideeën hebben verschillende wetenschappelijke statussen.

Dat is geen probleem dat opgelost moet worden.

Het is informatie die een professional moet kunnen wegen.

Is Lichaamsgerichte Hechtingstherapie wetenschappelijk bewezen?

Lichaamsgerichte Hechtingstherapie als volledig geïntegreerde Bellein-werkwijze is tot op heden niet als afzonderlijke behandelmethode onderzocht in gecontroleerd effectonderzoek.

Bellein claimt daarom geen wetenschappelijk bewezen effectiviteit van LHT als totaalmodel.

Binnen het vak worden wel kennisgebieden gebruikt waarvoor omvangrijke of groeiende wetenschappelijke ondersteuning bestaat. Daarnaast worden theorieën gebruikt die historisch en therapeutisch belangrijk zijn en practice-based kennis die door langdurig lichaamsgericht werken is ontwikkeld.

De therapeut moet weten vanuit welk domein zijn kennis afkomstig is.

Dat maakt hem vrijer om intuïtief te werken, omdat intuïtie dan rust op een brede professionele bedding.

Wetenschap, intuïtie en ervaring horen binnen LHT bij elkaar

Een Lichaamsgericht Hechtingstherapeut werkt dus vanuit veel meer dan theoretische kennis.

Hij voelt.

Hij kijkt.

Hij merkt hoe de energie in zichzelf verandert.

Hij ziet een beweging bij de cliënt die nauwelijks begonnen is.

Hij ervaart iets in het contact en kent voldoende theorie om daar verschillende mogelijke betekenissen bij open te houden.

Dan volgt een interventie.

Het lichaam van de cliënt reageert.

De cliënt ervaart iets en kan daar woorden aan geven. Soms verandert daardoor het hele beeld waarmee de therapeut enkele minuten daarvoor werkte.

Zo ontstaat de volgende stap.

Wetenschappelijke kennis en theorie vormen het fundament waarop de therapeut staat. Zijn belichaamde waarneming en intuïtie maken veel subtielere informatie toegankelijk. Zijn professionele discipline zorgt ervoor dat hij wat hij ervaart blijft onderzoeken.

En de cliënt blijft degene bij wie uiteindelijk zichtbaar en ervaarbaar wordt welke betekenis dit proces heeft.

Wil je dit zelf ervaren? Kom naar een kennismakingsworkshop of een themadag.

Verdiep je verder

Wat is Lichaamsgericht Hechtingswerk?

Het integratieve kader van Bellein: lichaam, hechting, karakter, draagkracht en relatie.

Wat is lichaamslezing?

Hoe een therapeut lichamelijke patronen waarneemt en daar zorgvuldig werkhypothesen van maakt.

Wat is lichaamsgerichte therapie?

De bredere context van het lichaam betrekken in therapeutisch werk.

Hechting en het lichaam

Hoe nabijheid, autonomie en relationele veiligheid lichamelijk merkbaar worden.

Wil je advies?

Onze opleidingscoördinatoren staan klaar om al je vragen te beantwoorden. Neem gerust contact met ons op voor meer informatie over de opleiding of het inschrijfproces.

Je kunt ons bellen op 06 49 16 55 34 of vul het contactformulier hier in.
We reageren binnen vijf werkdagen!

Wil je liever eerst ervaren voordat je je inschrijft? Bekijk wat je kunt beleven bij Bellein.
Kom dan naar de kennismakingsworkshop of themadag. 

Wil je meer weten over de beroepsopleiding tot lichaamsgericht hechtingstherapeut?
Ontvang onze informatiegids en ontdek alles over de inhoud, opzet en mogelijkheden van deze vierjarige opleiding. Vul hiernaast je gegevens in en ontvang de gids direct in je inbox!

Heb je vragen? Neem gerust contact met ons op.