Leven zonder angst van Alexander Lowen
Boekreviews over psychologie, trauma en persoonlijke groei | Bellein Academie
Boekreviews over psychologie, trauma en persoonlijke groei | Bellein Academie
5 min

Boekreview Leven zonder angst van Alexander Lowen

5 min

Leven zonder angst van Alexander Lowen – boekreview over angst en het lichaam

In Leven zonder angst laat Alexander Lowen zien hoe angst zich vastzet in het lichaam. In deze boekreview lees je hoe zijn bio-energetische visie op angst, karakter en chronische spierspanning raakt aan lichaamsgericht hechtingswerk.

Waar gaat Leven zonder angst van Alexander Lowen over?

In Leven zonder angst onderzoekt Alexander Lowen een radicale gedachte: veel psychische klachten ontstaan doordat mensen steeds meer controle zijn gaan uitoefenen op hun eigen levendigheid.

Voor Lowen is angst veel meer dan een gedachte of overtuiging. Angst zit in het lichaam. In een gespannen borstkas, een ingehouden adem, een stijve nek, een bekken dat niet vrij kan bewegen, benen die niet werkelijk dragen. Het lichaam vertelt volgens hem waar iemand ooit heeft moeten inhouden: liefde, woede, verdriet, seksualiteit, verlangen, levenslust of een beweging naar iemand toe.

Dat maakt Leven zonder angst interessant voor iedereen die wil begrijpen waarom iemand rationeel allang kan weten dat er geen gevaar meer is en het lichaam toch blijft aanspannen, inhouden of controleren.

Angst als lichamelijke bescherming

De mens wil leven, liefhebben, voelen en zich uitdrukken. Tegelijk kan juist die levendigheid angst oproepen.

Want wie leeft, wordt geraakt. Wie liefheeft, kan gekwetst worden. Wie verlangt, kan afgewezen worden. Wie boos wordt, kan liefde verliezen. Het lichaam bouwt bescherming op om met die ervaringen om te kunnen gaan. Die bescherming heeft een functie gehad.

Lowen noemt neurose in wezen een angst voor het leven. De neurotische mens is volgens hem bang voor pijn én voor de intensiteit van het leven zelf. Meer voelen betekent ook minder controle.

Precies daar ontstaat de innerlijke strijd die door het hele boek heen terugkomt. Het ego probeert te beheersen, sturen en presteren, terwijl het lichaam wil ademen, bewegen, ontladen, verlangen en ontspannen.

Doen, zijn en controle

Een belangrijk thema in het boek is het verschil tussen doen en zijn.

Lowen laat zien hoe de moderne mens vaak leeft vanuit doen: presteren, aanpassen, slagen, zichzelf verbeteren, sterker worden, aantrekkelijker zijn, succesvoller worden.

Zijn laat zich alleen niet afdwingen. Je kunt hard werken aan jezelf en ondertussen steeds verder verwijderd raken van wat je werkelijk voelt.

Daar raakt Lowen aan iets wezenlijks. Veel mensen proberen zichzelf te veranderen vanuit wilskracht, terwijl hun lichaam nog vasthoudt aan oude angst. Het hoofd begrijpt het misschien al en het lichaam reageert op spannende momenten nog steeds zoals het ooit heeft leren reageren.

Het lichaam heeft tijd en voldoende veiligheid nodig voordat het oude controle kan loslaten.

Karakterstructuren, spiercontracties en vroege hechtingservaringen

Lowen verbindt deze angst voor het leven sterk met vroege ervaringen in het gezin. Een kind leert al heel jong welke gevoelens welkom zijn en welke gevoelens spanning oproepen.

Het leert of verdriet gedragen wordt, of boosheid mag bestaan, of seksualiteit beschaamd wordt, of levenslust te veel is en of liefde beschikbaar blijft wanneer het kind zichzelf laat zien.

Wanneer bepaalde gevoelens te spannend of verboden worden, verdwijnen ze volgens Lowen niet. Ze worden onderdrukt in het lichaam.

Daar ontstaan wat hij chronische spiercontracties noemt. Het lichaam houdt tegen wat ooit moeilijk gevoeld, gezegd of bewogen kon worden.

Een borstkas kan zich pantseren tegen verdriet. Een keel kan dichtgaan rond ongesproken waarheid. Een bekken kan verstijven rond schaamte of angst. Benen kunnen hun draagkracht verliezen wanneer iemand nooit werkelijk op zichzelf mocht staan.

In dat opzicht is karakter voor Lowen geen verzameling losse eigenschappen. Hij beschrijft karakter als een lichamelijk georganiseerde geschiedenis.

Je karakter laat zien hoe je jezelf ooit hebt gevormd om liefde, goedkeuring of veiligheid te behouden. De een wordt behulpzaam en redt anderen. De ander wordt kritisch en houdt afstand. Weer een ander wordt sterk, beheerst, aangepast of succesvol.

Onder die vorm kan een oud compromis liggen: als ik zó ben, vergroot ik de kans dat de verbinding blijft bestaan.

Die manier waarop vroege ervaringen later kunnen doorwerken in nabijheid, afstand, controle en verbinding raakt ook aan wat we binnen Bellein beschrijven als hechtingspatronen en hechtingsproblemen.

Van controle naar levendigheid

Lowen schrijft uitgebreid over liefde, seksualiteit en het oedipale conflict. Sommige delen van het boek dragen duidelijk de taal en tijdgeest van de psychoanalyse. Zijn nadruk op seksualiteit en oedipale dynamieken kan voor hedendaagse lezers stevig of gedateerd voelen.

De kern blijft tegelijkertijd interessant: het kind heeft een diep lichamelijk verlangen naar contact, nabijheid, warmte, erkenning en plezier.

Wanneer die levensstroom wordt beschaamd, afgewezen of bedreigend wordt, kan het lichaam voorzichtig worden met liefde.

Dan ontstaat de paradox waar Lowen steeds naar terugkeert. De mens verlangt naar overgave en beschermt zichzelf er tegelijkertijd tegen. Hij verlangt naar liefde en houdt zijn hart op afstand. Hij verlangt naar vrijheid en probeert controle te behouden. Hij verlangt naar rust en blijft doen.

Die spanning tussen het verlangen naar liefde en de lichamelijke bescherming daartegen komt ook terug in ons artikel over met een gesloten hart door het leven en de weg naar onvoorwaardelijke liefde.

Therapie gaat bij Lowen over het hervinden van levendigheid.

Daarbij betrekt hij nadrukkelijk het lichaam: ademen, voelen, bewegen, trillen, huilen, kwaad worden, zakken in het lichaam en opnieuw contact maken met delen van jezelf die ooit werden ingehouden.

Alexander Lowen en lichaamsgericht hechtingswerk bij Bellein

Binnen het lichaamsgericht hechtingswerk van Bellein Academie sluit Lowens visie nauw aan bij het uitgangspunt dat het lichaam en de psyche voortdurend op elkaar reageren.

Wat iemand heeft meegemaakt, leeft voort in herinneringen en overtuigingen en kan tegelijkertijd zichtbaar blijven in houding, spierspanning, ademhaling, energiehuishouding en relationele patronen.

Waar Lowen spreekt over karakterstructuren en spierpantsering, kijken we binnen Bellein ook naar de manier waarop hechtingservaringen zich in het lichaam hebben georganiseerd.

Een kind past zich op verschillende niveaus aan. Het gaat anders ademen, aanspannen, terughouden, pleasen, controleren, verdwijnen of dragen. Een beschermingsreactie kan zo een lichamelijke gewoonte worden.

Het werk begint bij bewust worden van wat er daadwerkelijk in je lichaam gebeurt.

Waar houd je vast? Waar stroomt het minder? Waar voel je weinig? Waar zit veel spanning? Wanneer raak je het contact met je lichaam kwijt? Welke impuls houd je in? Wat gebeurt er wanneer je dichtbij iemand bent, een grens voelt of ruimte wilt innemen?

Daarin ligt een belangrijk Bellein-perspectief. In ieder mensenleven zijn momenten geweest waarop iets van jezelf moeilijker werd om te voelen of te uiten omdat de verbinding met een ander belangrijk was.

Een grens. Een nee. Een verlangen. Een schreeuw. Een beweging naar iemand toe. Of juist een beweging weg.

Lowens boek helpt te begrijpen waarom inzicht soms onvoldoende beweging brengt. Iemand kan precies weten waar een patroon vandaan komt en tijdens een spannend moment toch opnieuw bevriezen, pleasen, zorgen, terugtrekken of controleren.

Het patroon leeft immers ook in de manier waarop het lichaam zich heeft georganiseerd.

Lichaamsgericht hechtingswerk brengt juist op die laag beweging.

Via gronding, adem, contact, begrenzing, ontlading en relationele afstemming kan het lichaam nieuwe ervaringen opdoen. Het systeem kan langzaam ontdekken dat het vandaag meer mogelijkheden heeft dan vroeger en minder hard hoeft vast te houden aan oude bescherming.

Wil je dit eens in je eigen lichaam ervaren?

Misschien herken je tijdens het lezen iets van Lowens beschrijving: je begrijpt veel over jezelf en merkt tegelijk dat je lichaam op bepaalde momenten blijft aanspannen, inhouden, controleren of terugtrekken.

Tijdens een kennismakingsworkshop van Bellein Academie onderzoek je wat er in jouw lichaam gebeurt bij spanning, contact, nabijheid en grenzen. Je ervaart het lichaamsgerichte werken zelf en kunt ontdekken wat deze manier van werken bij jou oproept.

Bekijk de kennismakingsworkshop en kies een datum die bij je past.

Leven zonder angst betekent niet dat angst verdwijnt

Zo wordt Leven zonder angst uiteindelijk geen boek over angstloos worden in de oppervlakkige betekenis van het woord.

Lowen beschrijft iets anders: kunnen leven terwijl je voelt.

Een lichaam dat minder energie hoeft te gebruiken om oude pijn, angst en impulsen voortdurend onder controle te houden, krijgt meer ruimte om te ademen, bewegen, verlangen, ontspannen en contact te maken.

Het gaat over je angst leren dragen en tegelijk je levendigheid terugvinden.

Daarmee raakt Lowens diepste boodschap aan de kern van het lichaamsgerichte werk binnen Bellein Academie: heling ontstaat wanneer iemand steeds beter begrijpt wat er is gebeurd én het lichaam stap voor stap nieuwe ervaringen kan opdoen.

Misschien is dat ook waarom een boek als Leven zonder angst zoveel jaren later nog steeds iets kan aanraken. Je kunt lezen over gronding, adem, spierspanning, controle en levendigheid. Op een gegeven moment ontstaat vanzelf een andere vraag:

Hoe voelt dit eigenlijk in míjn lichaam?

Dat is moeilijk uit een boek te halen.

Tijdens de kennismakingsworkshop kun je daar een dag lang zelf nieuwsgierig naar worden.

Bekijk de kennismakingsworkshop van Bellein Academie en ervaar wat lichaamsgericht hechtingswerk bij jou oproept.

Reacties
Categorieën