Je kunt heel goed begrijpen waarom je in relaties steeds hetzelfde doet en toch merken dat je op het beslissende moment opnieuw in die bekende reactie terechtkomt. Je hebt bijvoorbeeld geleerd dat je een grens mag stellen, totdat iemand tegenover je teleurgesteld kijkt. Dan begin je uit te leggen, verzacht je je keuze en merk je pas achteraf hoeveel spanning het gesprek heeft opgeroepen.
Een therapeut kan zo'n moment vanuit verschillende theorieën begrijpen. IFS kan kijken naar een beschermend deel. Schematherapie naar een geactiveerd schema of een modus. Transactionele Analyse naar een oude scriptbeslissing. Een lichaamsgerichte therapeut kan volgen wat er met houding, adem, spanning en beweging gebeurt. Een hechtingsgerichte benadering vraagt welke verwachting over de relatie wordt geactiveerd.
Die verschillende invalshoeken verklaren waarom therapievormen die soms op elkaar lijken in de praktijk toch wezenlijk van elkaar kunnen verschillen. De gebruikte techniek is daarbij slechts één onderdeel. Minstens zo belangrijk is het model waarmee een therapeut naar een cliënt kijkt: welke informatie krijgt voorrang, hoe wordt betekenis gegeven aan wat er gebeurt en waarop wordt een volgende interventie gebaseerd?
Lichaamsgericht Hechtingswerk van Bellein Academie bevindt zich precies in dat gebied van integratie en professioneel onderscheid maken.
