Je zit in een gesprek waarin iemand onverwacht kritiek op je heeft. Nog voordat je precies hebt kunnen bedenken wat je ervan vindt, merk je dat je sneller gaat praten. Je legt uit wat je bedoelde en hoort jezelf argumenten geven waar je een minuut eerder nog helemaal niet mee bezig was. Pas wanneer het gesprek voorbij is, merk je hoe strak je schouders staan.
Een ander reageert in een vergelijkbare situatie heel anders. Hij wordt stiller naarmate het gesprek spannender wordt. Hij kan nog luisteren en antwoord geven, terwijl hij steeds minder goed voelt wat de woorden van de ander met hem doen. Achteraf weet hij dat het gesprek hem geraakt heeft, maar tijdens het gesprek zelf leek die ervaring nauwelijks bereikbaar.
Voor zulke veranderingen gebruiken we tegenwoordig gemakkelijk de woorden zenuwstelsel, stress en regulatie. Op sociale media wordt dan al snel gezegd dat iemand “in fight or flight zit” of dat het zenuwstelsel “onveiligheid registreert”. Zulke taal kan helpen om te begrijpen dat een reactie niet uitsluitend uit bewuste gedachten voortkomt. Tegelijk wordt de werking van het menselijke stresssysteem daarmee gemakkelijk eenvoudiger voorgesteld dan zij werkelijk is.
Ons zenuwstelsel reageert voortdurend op wat er in en om ons heen gebeurt. De hersenen proberen daarbij vooruit te lopen op wat het lichaam waarschijnlijk nodig heeft. Eerdere ervaringen spelen mee in die inschatting. Tegelijk ontvangt het brein informatie uit het lichaam en uit de omgeving, waardoor verwachtingen steeds opnieuw kunnen worden bijgesteld.
Stress ontstaat binnen dat voortdurende proces van waarnemen, voorspellen, reageren en opnieuw afstemmen.
Voor lichaamsgericht therapeutisch werk is dat een belangrijk uitgangspunt. Een lichamelijke reactie vertelt ons dat er iets gebeurt. Om te begrijpen wat die reactie voor deze persoon betekent, moeten we verder onderzoeken.
