
Waarom word ik zo snel boos terwijl ik eigenlijk geraakt ben?
Je vertelt iets wat belangrijk voor je is en de ander reageert achteloos. Misschien kijkt diegene ondertussen op een telefoon of komt er een antwoord dat veel zakelijker klinkt dan je had verwacht. Nog voordat je goed weet wat er gebeurt, hoor je jezelf scherp reageren. Je stem verandert, je woorden worden harder en ineens gaat het gesprek over jouw irritatie.
Pas later, wanneer de spanning gezakt is, komt er iets anders. Je was eigenlijk gekwetst. Je voelde je niet serieus genomen. Misschien was er zelfs even angst dat wat voor jou belangrijk is, voor de ander nauwelijks betekenis heeft.
Het vreemde is dat je daar op het moment zelf weinig van merkte. De boosheid was veel sneller.
Boosheid kan verschillende functies hebben
We spreken gemakkelijk over boosheid alsof het één emotionele reactie is die bij iedereen ongeveer hetzelfde betekent. Psychologisch ligt dat ingewikkelder. Boosheid kan rechtstreeks ontstaan wanneer iemand je grens overschrijdt, je onrechtvaardig behandelt of je belemmert in iets wat belangrijk voor je is. In zo’n situatie kan de boosheid relevante informatie bevatten: hier gebeurt iets waartegen ik mij wil verzetten.
Binnen de lichaamsgerichte hechtingstherapie wordt in dit verband gesproken over primaire adaptieve boosheid ofwel positieve agressie. Dat is boosheid die past bij wat er op dat moment gebeurt en die kan helpen om voor jezelf op te komen, een grens te stellen of jezelf te beschermen.
Er bestaat ook boosheid die later in het emotionele proces ontstaat. Binnen dezelfde psychotherapeutische traditie wordt dan gesproken over een secundaire emotie. De boosheid is werkelijk aanwezig, terwijl er eerder iets anders geraakt werd. Dat kan verdriet, angst, schaamte, machteloosheid of gekwetstheid zijn.
Dat onderscheid is belangrijk, omdat twee mensen die allebei boos worden vanbinnen iets heel anders kunnen meemaken.
Wanneer boosheid vóór de kwetsbaarheid komt
Stel dat je partner een afspraak vergeet waar jij naar had uitgekeken. Je eerste reactie is fel: “Je denkt ook nooit ergens aan.”
Het kan zijn dat je werkelijk boos bent omdat een afspraak voor jou belangrijk is en je vindt dat de ander daar zorgvuldiger mee had moeten omgaan. Dan verdient die boosheid serieus onderzoek.
Het kan ook gebeuren dat er vlak vóór die boosheid iets anders door je heen schoot. Een moment van teleurstelling. Het gevoel dat je blijkbaar minder belangrijk bent dan je dacht. Misschien zelfs een oude, vertrouwde pijn van niet worden gezien.
Voor sommige mensen is zo’n kwetsbare ervaring moeilijker te verdragen dan boosheid. Boos worden geeft onmiddellijk energie. Je beweegt naar voren, je stem krijgt kracht en je aandacht verschuift naar wat de ander heeft gedaan. Gekwetstheid heeft een heel andere kwaliteit. Daarin voel je veel sterker wat iemand voor je betekent en hoeveel invloed diegene blijkbaar op je heeft. Boosheid kan dan bescherming geven tegen een ervaring waarin je je veel minder sterk voelt.
Je lichaam kan sneller reageren dan je begrijpt
Zo’n overgang hoeft zich niet af te spelen als een bewuste gedachte. Je denkt meestal niet: dit doet pijn, dus laat ik eens boos worden.
Je merkt eerder dat je kaken zich aanspannen, je borst of buik strak wordt, je adem verandert of je lichaam zich naar voren beweegt. Misschien praat je sneller en harder. Tegen de tijd dat je hoofd probeert te begrijpen waarom je zo reageert, is je lichaam al volop betrokken bij het conflict.
Daarom kan alleen achteraf analyseren wat er gebeurde onbevredigend blijven. Je kunt heel goed begrijpen dat je “eigenlijk geraakt was” en de volgende keer toch opnieuw binnen enkele seconden boos worden.
Binnen lichaamsgericht hechtingswerk is juist die korte overgang relevant.
- Wat gebeurde er vlak voordat je stem veranderde?
- Was er een fractie van een seconde waarin je terugweek, je adem inhield of iets in je borst voelde?
- Welke impuls kwam daarna?
Lichamelijke signalen leveren op zichzelf geen bewijs voor wat iemand voelt. Ze kunnen wel helpen om een emotioneel proces eerder te leren waarnemen, voordat de uiteindelijke reactie alle aandacht opeist.
Onder boosheid zit niet altijd iets anders
Het idee dat achter boosheid altijd verdriet of angst schuilgaat, doet de emotie tekort. Soms ben je boos omdat er daadwerkelijk iets gebeurt wat niet klopt voor jou. Iemand gaat over je grens. Je wordt onrechtvaardig behandeld. Er wordt iets van je gevraagd waaraan je niet wilt voldoen.
Wanneer je op zo’n moment onmiddellijk gaat zoeken naar de kwetsbaarheid “onder” je boosheid, kun je precies dezelfde beweging maken die veel mensen al jaren kennen: hun boosheid psychologisch verklaren voordat ze haar serieus hebben genomen.
Dat kan vooral ingewikkeld zijn wanneer je hebt geleerd dat boosheid ongewenst is. Misschien werd boosheid thuis afgestraft, raakte een ouder gekwetst zodra jij protesteerde of ontstond er zoveel spanning dat aanpassen veiliger voelde. Dan kan een terechte boze reactie tegenwoordig nog steeds onmiddellijk gevolgd worden door twijfel: stel ik me aan, ben ik te hard, had ik dit anders moeten zeggen?
In het artikel Waarom voel ik geen boosheid na wat mij is aangedaan? gaat het juist over die andere beweging: boosheid die nauwelijks toegankelijk is, terwijl er wel degelijk grenzen zijn overschreden.
Gezond omgaan met boosheid vraagt daarom om onderscheidingsvermogen. Welke boosheid helpt je voelen waar jij staat? Welke boosheid verschijnt zo snel dat je nauwelijks meer kunt waarnemen wat je daarvoor raakte? En wat doe je vervolgens met de energie die vrijkomt?
Als boosheid het contact overneemt
Secundaire boosheid kan in relaties een ingewikkeld effect hebben. Jij probeert vanuit je eigen ervaring misschien duidelijk te maken hoe diep iets je raakt, terwijl de ander vooral je harde toon, verwijt of aanval hoort. Diegene verdedigt zich of trekt zich terug, waardoor jij je nog minder gezien voelt. De oorspronkelijke pijn raakt verder uit beeld en de boosheid neemt toe.
Zo kan een gesprek steeds verder verwijderd raken van waar het eigenlijk begon.
Dat betekent niet dat je tijdens ieder conflict onmiddellijk je meest kwetsbare gevoel moet kunnen benoemen. Het vraagt wel dat er gaandeweg meer ruimte ontstaat tussen wat je voelt en wat je ermee doet. In die ruimte kun je gaan onderscheiden of je boosheid een grens draagt, bescherming biedt tegen iets wat moeilijker te voelen is, of beide tegelijk.
Dat raakt aan emotieregulatie: het vermogen om een emotie voldoende te kunnen voelen en verdragen om er informatie uit te halen zonder dat de emotie automatisch bepaalt wat je doet. In het artikel Emotieregulatie en overprikkeling lees je meer over hoe dat vermogen samenhangt met lichamelijke spanning en het zenuwstelsel.
Je boosheid leren kennen voordat je haar verandert
Veel mensen willen vooral minder boos worden. Zeker wanneer hun boosheid tot conflicten leidt, begrijpen ze die wens goed. Toch is er vóór verandering nog een andere vraag nodig: wat voor boosheid is dit eigenlijk?
- Misschien ontdek je dat je veel sneller geraakt bent dan je van jezelf kende.
- Misschien merk je juist dat je boosheid terecht ontstaat, maar dat je pas zo laat naar haar luistert dat er inmiddels veel spanning is opgebouwd.
- Of je ontdekt dat je felheid vaak verschijnt op momenten waarop iemand belangrijk voor je is en je je afhankelijker, onzekerder of kwetsbaarder voelt dan je graag zou willen.
Daarmee verandert ook de vraag. Je hoeft boosheid niet alleen te beheersen of eruit te gooien. Je kunt haar leren onderscheiden, dragen en gebruiken als informatie over wat er in jou gebeurt.
Juist daarvoor is ervaren vaak iets anders dan begrijpen. Op papier kun je achteraf keurig benoemen dat je gekwetst, bang of boos was. In werkelijk contact gebeurt alles veel sneller. Iemand staat tegenover je, je lichaam reageert en binnen enkele seconden maak je de beweging die je al jaren kent.
Tijdens de themadag Wat heb ik met boosheid? onderzoeken we die persoonlijke verhouding tot boosheid lichaamsgericht. Je kunt ervaren hoe boosheid in jouw lichaam verschijnt, wat je doet met kracht en begrenzing en hoe jij beweegt tussen inhouden, jezelf verdedigen, fel worden en gezond voor jezelf opkomen. Zo wordt boosheid minder een emotie waar je vanaf moet of door wordt overgenomen, en meer een ervaring die je leert begrijpen terwijl zij daadwerkelijk gebeurt.
